is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 2, 1887, no 4, 22-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INGENIEUR.

Orgaan

2e Jaargang. DER 1887. — JV2 4.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

MIM pwi en de titkiiik ei fle jBconomievan Opta Wsrta i NijverMfl.

Prijs per Jaargang:

Franco per pont.

Voor Nederland ƒ 8.—

Voor de Ned. Koloniën en het Buitenland met

vooruitbetaling - 10.50

Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met ƒ 2.— verminderd. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents.

Verschijnt eiken Zaterdag.

Abonnementen, stukken en niededeelingen, boeken brochures, enz. te richten aan de liedactie: Jacob v. d. Doesstraat No. 33, te 's-Gravenhage.

Advertentiën uiterlijk Vrijdags 12 ure des voormiddags intezenden aan de Administratie: Gebb. Belinfante, voorh.: A. D. Schinkel, Paveljoensgraeht No. 19, te 's-Gravenhage. Abonnementen voor Advertentiën volgens afzonderlijke overeenkomst.

s-Gravenhage, 22 Januari.

Prijs der Advertentiën:

Per regel / (VK

Per regel der korte aankondigingen in de rubriek nGevraagde en Aangeboden Betrekkingen" ... - 0,10

Bij eene eerste plaatsing van annonces voor Aanbestedingen is de prijs per regel ƒ0.15; bij eene tweede en meerdere plaatsing van dezelfde annonce ƒ 0.10.

Bewijsnummers op verlangen a ƒ 0.10 te bekomen.

Verantwoordelijk Redacteur: R. A. I. Snetiilage,Civ.-lng.,'s-Gravenhage

INHOUD.

De regeling van den waterafvoer der Zwitsersche .stroomen. — Over hot bevestigen van d wars d vager s aan verticalen bij bruggen. — Weerkundige waarnemingen en rivierberichten. — Binnenlandsohe berichten. — Buitenlandsche berichten. — Gemengde berichten. — Benoemingen, verplaatsingen enz. — Errata.

De reg-eling van den waterafvoer der Zwitsersche stroomen.

'jij»» i»>r; 11gevoIge art. 21 van de Zwitsersche grondwet van 1848 BÖ R/ï]' kan de Bond geldelij ken steun verschaffen aan openbare 'CT werken, waarbij geheel Zwitserland of een groot deel daar-.r ™ van belang hebben en op die wijze werd reeds vroeger bijgedragen tot de verbetering van den Rijn, de Rhöne en de wateren van de Jura; doch de overstroomingen van September 1868, die zich over den geheelen Alpenstreek deden gevoelen, noopten de Regeering om deze taak aanzienlijk uit te breiden. Reeds kon nadien ramp uit vrijwillige bijdragen een millioen francs voor de verbeteringder kleinere rivieren worden afgezonderd en dit gaf den stoot tot een besluit van 21 Juli 1871, waarbij in het algemeen voor Zwitserland alle ondernemingen van algemeen nut werden verklaard, die ten doel hebben bergstroomen te verbeteren en hun gebied te herwouden, zoodat deze alle in het vervolg voor subsidies in aanmerking komen. Door dien maatregel is het aantal der ondernomen werken zeer toegenomen en het geschrift, waarvan de titel hieronder vermeld staat (1) en waarvan door het Zwitsersche Ministerie van Binnenl. Zaken, afdeeling Openbare Werken, onlangs een exemplaar aan den Alg. Dienst van den Waterstaat alhier werd aangeboden, geeft een overzicht van hetgeen op dit gebied thans is of wordt tot stand gebracht en van de beginselen, die daarbij worden gevolgd.

De verbeteringen laten zich hoofdzakelijk splitsen in twee soorten. Bij de eene beoogt men het verminderen of doen ophouden van den afvoer van steenen, grind en zand, de zoogenaamde »Verbauung" (Extinction) der bergstroomen, bij de andere is geleidelijke waterafvoer het hoofddoel, hetgeen door »Korrektion" of normaliseering wordt bereikt.

Zonder hier al de werken te vermelden, die volgens den schrijver met staatshulp zijn tot stand gebracht, ontleenen wij aan dit voorafgaand overzicht eenige cijfers omtrent de hoeveelheden water en vaste stoffen, die in 1868 door de rivieren zijn afgevoerd en waaruit blijkt van welken grooten invloed de uitgestrektheid der gletschers in het stroomgebied is.

De Mijn leverde bij den hoogsten stand in dat jaar aan de brug van Tardis (beneden het punt, waar de Landquart er in valt) aan water, steenen en andere vaste stoffen een hoeveelheid van 3000 M3. per secunde. Het stroomgebied dat aldaar afwatert

(4) De VAménagement des Eaux en Suisse. Organisation, Travaux exécutés et Systèmes de construction par Adolphe de SALis,1nspecteur en chef des travaux publics de la Confédération Suisse, traduit par

Emile Cuénod, Ingénieur civil. Berne, Imprimerie Staempfli. 1884. I De helling en het profiel van een bergstroom zijn dus afhan-

De Tereeniging van Burgerlijke Ingenieurs steil zien in geenen fleele yerantwoordelijl voor Je Meelden in de onderselieidene bijdragen ontwiffieid oi toegeiicM.

heeft 4200 vierk. KM. oppervlakte en bevat 194 KM2, gletschers of 4.6 »/V

Het grootste debiet van de Rhöne daarentegen, op het punt waar zij in het meer van Genève valt, is 900 M3. per sec. bij een stroomgebied van 5300 KM2., waarvan 1041 KM2, gletschers of 20 % der oppervlakte.

De Tessino leverde te Bellinzona in 1868 een grootste afvoer van 2500 M3 per sec. van een stroomgebied van 1400 KM2., waarvan slechts 24 KM2, gletschers. Men heeft dus :

de Rhöne: gletschers 20 %, maximum debiet per vierk. KM. in de sec. 0.17 M3.;

de Rijn: gletschers 4.6 °/0, maximum debiet per vierk. KM. in de sec. 0.71 M3-;

de Tessino: gletschers 1.7 %, maximum debiet per vierk. KM. in de sec. 1.78 M3.

Het cijfer voor laatstgemelde rivier komt niet overdreven voor als men nagaat dat in 24 uur op den St. Bernard 253.9 mM. regen was gevallen, hetgeen met 4400 M3. per sec. zou overeenstemmen, als deze regenval over het geheele gebied gelijkmatig verspreid ware geweest en al het water tot afstrooming ware gekomen.

Aan de beschrijving van de voornaamste rivierverbeteringen gaan eenige theoretische beschouwingen vooraf, waarvan de toepasselijkheid in de praktijk later wordt aangewezen. Deze beschouwingen gronden zich op de stelling, dat bij eiken natuurlijken waterloop de snelheid toeneemt als de helling in het lengteprofil vermeerdert en daarentegen vermindert als het dwarsprofll of de natte omtrek wordt vergroot.

De levende kracht van het water, die bij een bepaald debiet afhankelijk is van de snelheid, neemt door dezelfde oorzaken toe of af. Telkens wanneer die groot genoeg is om den weerstand van den bodem te overwinnen, een weerstand die zoowel van de cohesie als van het gewicht der stoffen afhangt, waaruit deze bestaat, heeft er uitschuring plaats en er zal een ravijn ontstaan waarvan de bodemhelling zoolang afneemt totdat de snelheid zooveel is verminderd dat er weder evenwicht bestaat tusschen de kracht van het water en den weerstand van den bodem.

Dit evenwicht zal blijken als de bodemlijn van den stroom een regelmatig beloop heeft en hetzij een rechte lijn vormt of een gebogene die stroomaf hoe langer hoe flauwer wordt. Zijn er daarentegen trappen aanwezig, dan is de bedding nog in een staat van vervorming.

De vorming van zulk een ravijn gaat geleidelijk naar boven toe voort, zoolang de grond door een zelfde geaardheid zich daartoe leent.

De levende kracht van het water wordt ten deele verbruikt tot het voortbewegen der losgemaakte stoffen. Zoolang deze in groote hoeveelheid worden afgevoerd, heeft de bedding zelve minder te lijden. Ts die hoeveelheid al te groot dan wordt een deel er van afgezet. Hierdoor neemt de helling naar beneden toe en daarmede de kracht van het water, zoodat er steeds neiging is om het voor den afvoer der stoffen noodige verhang te herstellen en er een evenwichtstoestand ontstaat voor den stroom, welks bedding uit de door hem zelf medegebrachte stoffen bestaat.