Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1919. No. 26

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

333

zal trachten nader dit standpunt te verklaren en hoop daarmede die verbazing te temperen.

Allereerst is het mij inderdaad bekend dat leer, linnen, perkament, stijfsel, lijm, goud (dus ook hier geen depreciatie) gas, electriciteit, in één woord alle materialen voor het binden vereischt, sterk in prijs gestegen zijn, venals dit den engelschen schrijver van het ingezonden stuk, al is hij maar een «bookcollector» zeer zeker zal bekend zijn. Maar aangezien deze stijging in hoofdzaak het noodzakelijk gevolg is van den oorlogstoestand, met name der blokkade, waardoor alle toevoer van materialen, die wij voor het grootste deel uit het buitenland moeten ontvangen, is afgesloten, is deze voor die materialen ongetwijfeld voor een aanzienlijk deel van tijdelijken aard. Waar echter het hoofdmateriaal: leer, linnen, perkament, niet ontvangen werd uit het buitenland en dus niet gekocht kón worden, heeft de binderspatroon op zijn voorraad moeten teren, die bij sommigen nu niet zoo heel gering was, en welke door hem tot in den aanvang tot veel lagere prijzen is kunnen worden ingeslagen. In hoofdzaak kan men dus niet beweren dat de zoo hooge prijzen van het materieel «noodsakeli/k» de ware oorzaak der schrikbarende stijging van de bindersprijzen zijn. De materialen zijn daarin ongetwijfeld voor een groot deel een factor van O.W.

Maar er is een geheel andere, veel ingrijpender en niet tijdelijke factor in de prijsstijging. En dat is het bindloon. En daarvoor meent de heer M. in de bres te moeten springen. De typograaf toch, heeft reeds een zooveel hooger peil bereikt, en nu komt het toch diens kameraad den binder, ook al werd zijn loon reeds in versneld tempo met 100 °/0 verhoogd, eveneens toe, dat diezelfde verhooging die men door Bondsdwang genoodzaakt was den typograaf te geven, ook hem worde uitbetaald.

En daar nu leggen we den vinger op de Maatschappelijke wonde. - Op 't zelfde Peil als mijn buurman verlang ik te Worden betaald! De zetter en drukker "ebben het bereikte cijfer door hun bond z°o gemakkelijk verkregen, waarom zouden Vv'j, binders, die ons ook aaneengesloten "ebben, niet onmiddellijk hetzelfde verkrijgen?

Als A en B zooveel kunnen loskrijgen, Waarom zouden dan andere Vakbonden niet

datzelfde eischen? Het kost toch niets! Kan de bondskas ons niet meer uitbetalen, dan is het Steuncomité gereed om, als wij werkeloos zijn, ons op de been te houden tot wij onzen zin hebben. De patroons moeten wel, want anders loopen ze kans

hun zaak te zien verloopen Men kan

dus niet buiten ons !...

En de binderspatroons gaan noode over tot inwilliging van den eisch, ondanks het bijna onmogelijke om de bindersprijzen al weder te verhoogen. Kan ontkend worden, dat hier overvraging geschiedt uit zuiver machtsbesef!? En naderen deze methoden rtiet de grens van afpersing?

Zou de heer M. het niet met mij eens kunnen zijn, wanneer ik hem in zeer afzienbaren tijd de mogelijkheid voor houdt, dat door die steeds stijgende eischen van samenwerkende arbeiders, deze ten slotte de kip zullen slachten om het gouden ei? . . En heeft dan «Book-Collector» en ieder verstandig, hetzij engelsch of hollandsch boekenliefhebber, die bovendien door ongehoorde opdrijving van belastingen en aantasting van zijn vermogen, in zijne inkomsten zwaar getroffen wordt, niet volkomen gelijk, wanneer hij zich terugtrekt, en betere tijden afwacht, totdat het economisch evenwicht tusschen arbeider en werkgever weder zal zijn hersteld?

En wat wordt dan het lot van den binderwerkman als hij noodgedwongen bij tientallen moet worden ontslagen, wanneer aan zijn patroon de bestellingen worden onthouden. Bindwerk is voor het meerendeel voor den kooper geen levensbehoefte. Hij kan dus wachten of zich onthouden. - Zullen dan niet de binders worden overgeleverd aan het Steuncomité, waarvan de werking door het verstrekken van geld waarvoor niet gewerkt wordt, op den duur den meest immoreelen invloed op den werkman moet uitoefenen.

Neen, de betere weg moet deze zijn: In dezen moeilijken tijd kan slechts de toekomst van industrie en landbouw verzekerd worden, wanneer met de meest mogelijke werkkracht en voor een redelijk loon, dat in verhouding staat tot den prijs, die voor hei te verkrijgen product kan gevraagd worden - ook ten opzichte der prijzen onzer naburen - de arbeid in alle vakken van industrie worde aangevat en daarbij de productie zoo hoog mogelijk worde opgevoerd, opdat de daar-

Sluiten