Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1919. No. 34

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

441

In de eerste plaats zou ik willen noemen onze hulpkrachten, de werknemers, de bedienden in het vak. Hoe staat de werkgever, in casu de boekverkooper en uitgever, tegenover hen? Is deze verhouding wel een gezonde? Neen immers. Het Nieuwsblad van tegenwoordig vertelt het ons dikwijls; ziet die advertentierubriek maar door. Er blijkt langzamerhand een groot tekort te zijn ontstaan aan krachten. Dat dit ooit aangevuld zal worden door de Vakschool in Amsterdam zal wel niemand willen gelooven. Daar zullen uit de provincie geen jongelui heen trekken om ons vak te leeren, met opoffering van veel onkosten, de patroonszoontjes uitgesloten.

Het vak zich eigen te maken bij een boekverkooper ter stede, wie doet dat tegenwoordig ?

Het onderwijs op handelsdag- en avondscholen kweekt hen voor de kantoren, vooral de grootere waar gunstiger arbeidsvoor Waarden zijn, meerdere promotie en kortere arbeidsduur zijn te krijgen en dus meerdere gelegenheid tot verdere ontwikkeling.

Wat moeten we dan doen om over meer en beter personeel in ons vak te beschikken ?

Een collectief contract aangaan met den bond van boekverkoopersbedienden en hierin opnemen betere arbeidsvoorwaarden; d. w. z. een salarieering, passende bij den tijd van nu, meerdere vakopleiding in de zaak garandeeren, en een indeeling in categorieën, zoodat '^en werkelijk kan spreken van: leerlingen, jongste bediende, 2e bediende, bediende, desnoods eerste bediende.

Dan zal de vader zijn jongen misschien ook wat minder naar handelskantoren of officieele instellingen sturen, maar meer in onze inrichtingen, en vraagt men hem waarom, misschien is zijn meening over het boekverkoopersgilde dezelfde als die van een anderen vader over de typografie en antwoordt hij: omdat dat nog eens een vak is.

En de boekverkooper in 't algemeen zal oeter ter markt gaan en zijn juiste hulpkrachten weten te kiezen. Sollicitaties, als tegenwoordig aan de orde zijn, zullen uitgesloten zijn.

We gaan den opgaanden tijd tegemoet, "e zomer is in het verschiet en na hem de oogst.

Nu moet er gezaaid worden, laten we den zaaitijd niet vergeten, vooral het bestuur onzer Vereeniging niet. Laat ze voor de a.s. algemeene vergadering vooral over bovenstaande een punt op de agenda plaatsen; niet een punt van bespreking doch één die vaste stekken zet. Laten we toch begrijpen dat we ook in ons vak een evolutie moeten doormaken, willen we na dezen tijd van beroering, aan de spits meeloopen als een gezonde, krachtige instelling; een vereeniging die weet door snoeien, occuleeren enz. nieuwe levenssappen aan te brengen.

Ik hoor enkelen al zeggen, dat zoo iets geld kost en wie zal dat bij de tegenwoordige onkosten en betrekkelijk kleine winsten nog kunnen dragen? Slechts enkelen spreek ik van, want ik houd me overtuigd dat de meesten mijner confraters koopman genoeg zijn om te begrijpen dat de evolutie niet alleen in het bediendenwezen schuilt. Het moet over de geheele linie zijn.

In de eerste plaats staat het boekverkoopersvak in het teeken des tijds.

Kortere arbeidsduur dringt de menschen de zucht op tot grooter intellectueel ontwikkelen, dus tot meerdere vraag naar boeken, tijdschriften enz. en naar meer verscheidenheid.

Bekwamer personeel kan dien verkoop nu belangrijk verhoogen.

Betere voorwaarden met de uitgevers zal ook tot stand moeten komen.

Kort geleden is in ons «Boekhuis» een vergadering gehouden van den Centralen raad van vakbonden om te komen tot een drukkersbeurs. Gelijk de heer De Vita schrijft in «Het Tarief», was er bij de vergaderden niet veel geestdrift voor een dergelijk instituut. Welke bezwaren te berde zijn gebracht, is me niet bekend. Is het misschien onze Hollandsche angstvalligheid voor alles wat: «noch nie dagewesen» is?

Een boekverkoopersbeurs (of beurzen) lijkt me echter zeker iets toekomstigs. Één voor het geheele land, of één voor elke provincie of voor sommige groote steden'plaatselijk?

Door besparing van administratie en vrachten en verdere onkosten zeker in 't belang van uitgevers en boekverkoopers.

In plaats, zooals tegenwoordig veel gebeurt, dat menigeen voor zich importeert,

Sluiten