Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4S6

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

1919. No. 37

zijne beweringen op «Het Boek in 1917» en de ,A!gemeene maandelijksche bibliographie', waarin prijzen worden vermeld, gebaseerd op eene Mark-berekening van 65 cent, en vervolgt dan aldus:

«Het Bestuur der Vereeniging kan hierop antwoorden: «Ja.maarde Nederlandsche boekhandelaar denkt er niet aan, deze apothekersprijzen ook werkelijk te vragen». Ik verzoek den heeren dan mij in de stad te vergezellen. Wij begeven ons naar het Leesmuseum te A. Op de leestafel ligt «Herzog, Jungbrunnen». Het boek wordt berekend tegen ƒ 4.50 door den boekhandelaar B, die te Leipzig een commissionair heeft, en dus met den Duitschen boekhandel in directe verbinding staat. Wij zetten onzen weg voort. Voor de etalage van een boekwinkel, zeggen wij C, blijven wij staan, en daar prijkt op de beste plaats: Brockhaus' Konversations-Lexikon, uitgave in twee deelen in oorlogsband (verkoopsprijs tot heden 36 Mark). Een carton is aan het boek bevestigd. Daarop staat: «Koopje! Slechts ƒ 22.50» (tegen den koers van Januari: 75 Mark !)».

De inzender noemt nog verschillende voorbeelden bij boekhandelaar D en E, terwijl eindelijk firma F, «hoewel deze met het Bestuur der Vereeniging in zeer nauwe verbindingstaat», het werk Sachs-Villatte, groote uitgave, geb., prijs thans 126 Mark, aanbiedt voor ƒ 70 enz.

Bovendien, zegt inzender, verzond de redactie van het Nieuwsblad op 30 Januari exemplaren van het Algemeen reglement *), waarvan § 2a zegt, dat «de prijs niet minder dan 60 cent voorden Mark zal mogen bedragen». Van 35 cent geen sprake.

Op deze gronden houdt inzender zijne beweringen staande, daar zij, zegt hij, «in overeenstemming zijn met de waarheid».

Deze beschouwingen beantwoordt het Bestuur der Vereeniging in no. 74 aldus:

In zijn eerste artikel van 23 December 1918 schrijft «ein deutscher Buchhandler in Holland» : anders dan tegen 65 cent is de Mark door de Nederlandsche debitanten nooit berekend. In ons antwoord hebben wij dit eene onwaarheid genoemd, en hij acht

weerleggen."'^114' *** beschuldiSing te

*) Aan H. Weiter, Coehoornstraat 10, te Arnhem.

De voorbeelden welke «ein deutscher Buchhandler in Holland» daarvoor aanvoert men veroorlove ons, hem, die zoo vele personen met letters aanduidt, gemakshalve aan te duiden als de heer W. - zijn er op berekend, een valsche voorstelling te geven.

De heer W. diende te weten, dat de uitgaven «Het Boek in 1917», en de ,Algemeene maandelijksche bibliographie' eeen biblio-

grafiën, doch reclame-uitgaven eener bekende import-firma zijn, welke het in haar belang acht, den Mark nog tegen den koers van 65 cent te berekenen; een officieel karakter hebben deze uitgaven niet en maken daarop ook geen aanspraak. Zij zijn persoonlijke ondernemingen eener Nederlandsche firma.

Wat beteekenen nu de verdere voorbeelden welke de heer W. als bewijzen aanvoert? Hij deelt mede, dat verscheidene Nederlandsche boekhandelaars den Mark tegen 65 cent berekenen. Zoo beroept hij zich op de prijsnoteering van den heer F. («die in nauwe verbinding staat met het Bestuur der Vereeniging»), hoewel hij zeer goed weten kan, dat deze geen debitant doch antiquaar en kunsthandelaar is en zulk eene levering niet op zijn terrein behoort.

Wij konden onzerzijds meer ruimte dan ons veroorloofd is in het .Börsenblatt'vullen met voorbeelden van Nederlandsche boekhandelaars, die den Mark berekenen volgens den koers en de minimum-berekening der

«veraeniging». De heer W. wijst zelve op het resultaat zijner onderzoekingen bij debitanten, tot wie hij zich tegelijkertijd als tot den heer F. wendde; dezen berekenden den Mark tegen 35 tot 38 cents - «maar waarschijnlijk omdat zij door mijn artikel bevreesd geworden waren», zegt hij. Welk een wonderlijke bewijsvoering!

Als derde bewijs voert de heer W. aan, dat exemplaren van ons reglement, waarin in art. 13 de Mark tegen ƒ 0.65 berekend wordt, nog in Januari 1919 werden verzonden. Dat is juist, maar geene vereeniging kan op elk oogenblik haar reglement wijzigen, omdat met den steeds veranderenden Markkoers in overeenstemming te brengen; dat begrijpt ieder, die niet uit gebrek aan bewijzen de feiten op den kop zet.

J,uist om overeenstemming te verkrijgen met de koerswisselingen verzonden wij onze circulaires, in welke een minimum-berekening van den Mark werd voorgeschreven,

Sluiten