Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1919. No. 49

NIEUWSBLAD VOOR

DEN BOEKHANDEL

653

art. 240 niet werd bereikt. Dit werd met voordracht gedaan, om van meet af aan het misverstand af te snijden, dat het ooit de bedoeling kon zijn den kunstenaar in zijne vrijheid te beperken, (de minister heeft er met nadruk op gewezen dat men er niet aan dacht Zola b.v. te bemoeilijken) maar om goed te doen uitkomen, dat men alleen en ook wij achten dit uitmuntend werk de verspreiding wilde tegengaan van liederlijke boeken die met kunst niets hebben uit te staan, al heet het dat ze zulks doen.

Wij zullen tegenover den procureur-generaal bij het Hof alhier maar van de zeer zachte veronderstelling uitgaan, dat de voorgeschiedenis van art. 451 bis van het wetboek van strafrecht hem onbekend was. In de tweede plaats heeft deze hooge ambtenaar de verwachting, die de heer Regout koesterde ten opzichte van de taak van de politiedienaren ten eenenmale gelogenstraft; wat deze minister van den rijksveldwachter in deze hoopte, werd zelfs niet in dezen procureur-generaal verwezenlijkt, van wien wij vreezen moeten, dat hij het meesterlijk werk van Barbusse, dat wij slechts in het Fransch kennen - wij laten ons door geen procureurgeneraal ter wereld dwingen om de Hollandsche vertaling van het boek te lezen niet gelezen heeft.

Dat zou geheel in de lijn zijn. Toen tot schande van de menschheid een vervolging werd ingesteld tegen Flaubert van wege de misdaad om aan de wereld een meesterwerk als madame Bovary te schenken, kwam de ambtenaar van het Openbaar Ministerie, mr. Ernest Picard, met de naieve bekentenis: «Lire tout le roman, c'est impossible». En daar hij dezelfde onmogelijkheid ook voor de Rechtbank had aangenomen, had hij deze een extract doen toekomen van de door hem aangevochten passages en zinnen in Flaubert's meesterstuk. Is de onderstelling te gewaagd dat ook de Procureurgeneraal bij het Gerechtshof van den Haag tot zijne vervolging overging, nadat hem door iemand een gelijksoortig extract uit Barbusse's werk ter hand werd gesteld? Wij hopen van neen, het is de zachtste, want het blijft ons anders onbegrijpelijk, hoe tot die vervolging kon worden overgegaan; het zal wel overbodig zijn er verder op te wijzen dat men met deze extractmethode het schoonste wat onze litteratuur

opleverde, kan veroordeelen, Sophocles' Oedipus Rex, Shakespeare's Romeo and Juliet, Goethe's Faust, en zelfs den Bijbel.

De onoordeelkundige handeling van den Procureur-Generaal zet de Justitie vóór eene taak, waartoe zij als zoodanig incompetent is, nl. de beoordeeling of een litterair werk kunstwaarde heeft of niet. De rechtbank die er over te oordeelen heeft kan toch uit kunstzinnige mannen bestaan, maar het is ook mogelijk, dat ze is als de jury waarvan de Engelsche rechter aan Whistier vroeg: Kunt u dezen heeren uitleggen wat kunst is, waarop hij, pa deze mannen één voor één gemonsterd te hebben, met een droog maar krachtig «neen» antwoordde.

Wij meenen, en dat in strijd met den heer de Savornin Lohman, dat de tijd aan de motie van den heer Wijnkoop besteed, waaraan de voorsteller veel en goed werk heeft besteed, alles behalve verloren is geweest. Want al is het waar, dat de Kamer in deze zich niet kon uitspreken, nu de zaak in handen is van de rechterlijke macht, daar staat tegenover, dat het goed is, dat er luide een: hands off! is opgegaan, nu verkeerd inzicht de vrijheid van een groot en waarachtig kunstenaar te na kwam. En wij begrijpen niet goed, dat men aan de Rechterzijde niet in ziet, dat men door escapades als die van den Procureur-Generaal bij het Gerechtshof alhier, de Zedelijkheidswetten zelve kwaad doet. Die zijn gemaakt, men leze er de discussies in de Tweede Kamer maar eens op na, om de openbare vuilheid in woord en daad tegen te gaan, en men legt er zich gaarne bij neer, als dat inderdaad gedaan wordt, maar wat thans geschied is, maakt ze tot een risée.

Vereeniging van Nederlandsche letterkundigen. — Den Men Juni werd in restaurant Brinkman, te Haarlem, de jaarlrjksche algemeene vergadering der Vereeniging van Nederlandsche letterkundigen gehouden. Van het daar verhandelde deelen wij het volgende mede:

Voorgelicht door een commissie uit de leden, begon het bestuur een actie om een honorarium-verhooging voor tijdschriftbijdragen te verkrijgen, waarbij rekening wordt gehouden met de verhooging van den levens-

Sluiten