Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 14—

de vragen, die haar bezighielden en hij ging er op in en hielp haar ook het ingewikkeldste begrijpen. Meer eii meer trok hij haar aan, want zij voelde, dat hij haar begreep, haar meerdere was en haar toch bewonderde om iets anders dan haar schoonheid. Zelfs de zoetste vleierij had haar nooit zoo aangenaam aangedaan. Zij vergat, dat hij zooveel onder was, en de vriend van haar vader, die, wat zijn ouderdom beIreft, wel haai' eigen vader kon zijn. Zij voelde, dat zij voor hem haar heele ziel open leggen kon en spieken over wat haar het diepst ontroerde, en zij vergat eindelijk haar galanten en trotschen bruidegom voor dien eenvoudigen, beminnelijken man. En toen het oogenblik kwam, dat zij zag, dat het niet alleen vaderlijke belangstelling was, die hem aan haar verbond, toen zij zag, dat alleen de vrees haar gewaand geluk te bederven hem terughoudend deed zijn, toen zeide ze: «Ziet U dan niet, dat ik U liefheb, zooals U mij, en dat ik nooit met iemand anders gelukkig zou kunnen zijn'?"

Maar even groot als zijn verrukking was over dit onverwacht geluk, even groot was de verontwaardiging van den jongen edelman, toen zijn bruid hom in de meest voorzichtig gekozen woorden verzocht hun verbintenis te verbreken.

Hij reisde onmiddellijk naar haar toe en er volgde een heftig gesprek.

«Begrijpen wij elkaar niet!?" riep hij. «Wat beteekent die frase? Hebben wij elkaar niet lief? Heb ik je dan niet lief genoeg'? Wat wil je nog meer?"

Zij was te eerlijk en te trotsch om de eigenlijke oorzaak te verbergen.

Maar nu stoof Banner op, als had een schot hem getroffen. «Wil dat zeggen, dat je mij versmaad, voor hem, een ouden boekenworm, een plebejer I dat jij, een vrouw van adel! je wilt vernederen tot een verbintenis met een burgerlijk . . . ."

En toen sprak zij het gewichtige woord: «edelman of burger . . wat doet er dat toe? Adel is maar een holle klank, maar kennis, bekwaamheid, een nuttige levenstaak, dat heeft waarde; die onderscheiding is de eenige vorm van adel, die een ontwikkeld mensch erkent."

Hij verliet haar verontwaardigd en gekwetst —niet in zijn liefde, want nu zij hem versmaadde bestond zij voor hein niet meer, maar in zijn tot nu toe ongeschokt geloof aan de waarde van zijn adel. Hij streed met deze nieuwe gedachten, die met zooveel nadruk tot zijn bewustzijn gebracht waren, en die hij te voren nooit een oogenblik in zich opgenomen had. In zijn kindsheid was hij zoo streng bewaakt geworden, zijn eerste jeugd had hij in het buitenland doorgebracht en toen had zijn jonge liefde hem geheel vervuld. Wat hij van de nieuwe stroomingen in het

geestelijk leven had gezien, had hij van een zoo bekrompen standpunt beschouwd, dat het hem volkomen onbegrepen voorbij was gegaan. Maar nu verscheen hem alles in een nieuw licht. Eén enkele teleurstelling leerde hem, dat bij een mensch was, die zoo goed als de anderen kon gekozen en afgekeurd, beoordeeld of versmaad worden. En hij zag zich zelf, zijn leven, zijn opvoeding en zijn geheele plaats in de samenleving' met andere oogen. En droefheid en verbittering' vervulde hem, als hij dacht aan zijn vader, die hem zoo verkeerd opvoedde, aan de vrouw, die hem versmaadde, aan de maatschappij, die zijn voorrechten niet erkende, aan het slaafsch gepeupel om hem heen, die ondanks alles voor hem kropen en hem bedrogen, — kortom: hij was verbitterd tegen alles en allen.

Het geheele leven stond hem tegen, zijn landgoed — dat ellendige kleine terrein van zijn macht, zijn toekomst, waarin hij zich nog zoo vaak tekortgedaan en gekrenkt zou voelen; zijn rijkdom, die hem waardeloos toescheen, omdat hij die niet gebruiken kon om 1e schitteren met zijn adellijke geboorte; zijn kennis, die eenzijdig en onvruchtbaar was, maar vooral zijn eigen persoon — die antiquiteit, die belachelijke ridder van de droevige figuur! —

Hij maakte haastig zijn zaken in orde, droeg* de zorg van zijn goed over aan zijn rentmeester en verlief zonder van iemand afscheid te nemen het land voor onbepaalden lijd.

Hel duurde niet lang of er liepen allerlei geruchten over hem. De teleurstelling, die hij ondervonden had, vertelde men, had hem geheel en al verwilderd. Hij was een heel ander mensch geworden, sprak honend over alles, wat hij vroeger geloofd, waaraan hij zijn leven gewijd had, was republikeinse!), vrijdenker, cosmopoliet geworden, citeerde Lasalle en Byron en nam den laatste als voorbeeld voor zijn wild leven, vooral wat de vrouwen betrof. Om zich over het onrecht te wreken, dat die ééne vreuw hem had aangedaan, gebruikte hij zijn vermogen en zijn verstand om zooveel vrouwen als maar mogelijk was te verleiden en te bedriegen.

Zoo waren de geruchten.

Wel was het waar, dat Johan Banner oogenschijnlijk al de vooroordeel en van zijn opvoeding had op zij gezet; maar hij had altijd een sterken tegenzin behouden tegen het zich gelijk maken met de massa. Hij had groote behoefte zijn eigenaardigheden te bewaren tot zelfs in zijn gebreken. En zoo werd hij excentriek. Hij had geen vriend of vertrouwde; want wel had hij eigenschappen, die hem bemind maakten: hij was hoffelijk, ridderlijk en mild tegenover zijn kameraden, zijn minnaressen en bedienden; maar er was een grens, die hij nooit, overschreed en hij waakte er zorgvuldig voor, dat ieder die respecteerde. Zelfs

Sluiten