Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 17 —

niet verder over haar hebben gedacht, maar nu hield zij hem tegen zijn zin meer bezig, dan hij wilde bekennen.

In zekeren zin was zij hem ook een raadsel. Hij had ontdekt, dat zij hetzelfde jonge meisje was, dat hij bij den koopman ontmoet had op den eersten dag, dat hij in de stad was en die zich zoo hals-over-kop in een dispuut geworpen en met jeugdig vuur van allerlei beweerd had. Maar waar was toch die jeugd en dat vuur gebleven? Zij was immers zoo koud als een steen, voornaam, teruggetrokken en trotsch als een vorstin. Ze wekte zijn nieuwsgierigheid ; als hij baar zag verwachtte hij iets bizonders ; maar daar ze hem teleurstelde, geen stap nader kwam en geen grein toegaf, ergerde en irriteerde ze hem.

in de Kerstvacantie hield de stad. haar groot «burgerhar'. Ieder achtenswaardig burger verscheen daar met vrouw en dochter en danste met de vrouwen der andere burgers volgens de wet «oog om oog, tand om tand."

De provisor en de bedienden van de apotheek, de zonen en gasten uit de pastorie: «Mijn zoon, de student en zijn vrienden" waren de helden van het bal. De zonen van Mercurius waren kenbaar aan hun grijze pantalons, zwarte rokken, lange dassen en vonkelnieuwe handschoenen. Het zwakke geslacht was het sterkst vertegenwoordigd, wat aan de manlijke bezoekers een zeker overwicht gaf, wanneer het op de keus van een dansgenoot aankwam. Met ongegeneerde gemoedsrust gingen zij langs de rijen van wachtende dames en zochten op hun gemak diegene uit, wie ze met hun keus wilden vereeren; dat ging met een onbetaalbare nonchalante kalmte.

De advokaat Hinding placht aan deze bals deel te nemen. Mevrouw had nieis tegen een dansje Zij wilde de jeugd wel eens laten zien hoe men in haar meisjesjaren danste; en de advokaat zette zich aan een hombre-tafeltje in een der zijvertrekken om zich tegen twee a drie uur eens te vertoonen, en te vragen of de dames zich amuseerden, dan of ze nu liever naar huis wilden.

Ook dit jaar had. men geteekend voor 't feest, maar Judith had weinig lust om meè Ie gaan, en zij stemde er alleen in toe, omdat haar moeder er niet alleen heen wilde en dit genoegen slechts ongaarne zou ontberen.

Toen zij aan de beurt kwamen — het eenige gesloten rijtuig van het stadje reed rond en haalde de faunlies volgens hun rang en stand af, want de diligence gebruikten alleen de handwerkslieden voor doop¬

feesten of bruiloften — reed ook de ramilie Hinding naar het bal.

De groote zaal van de herberg was verlicht en versierd met colossale vlaggen en dennengroen.

Aan 't eene eind onder de buste van den koning en de koningin zaten de muzikanten van 't stadje op een tribune; maar langs de koude, vochtige muren paradeerden de jonge dames op banken. Ze fluisterden, lachten, critiseerden en plaagden elkaar, de mooie meisjes sloegen de armen om de leelijken heen en zij, die zoo gelukkig waren haar dansen bezet te hebben, beklaagden haar, die dat niet hadden.

Judith had wel dadelijk weer heen willen gaan. Was dit nu het eenige genoegen, dat het geheele jaar opleverde? Moesten deze bals de gedenkdagen inbaar leven zijn, tot ze van de bank der jonge meisjesnaar die van de oude jongejuffrouwen verhuisde?

Zij ging zitten; maar niemand sprak met haar: Ze had geen vriendinnen om mee te fluisteren, geen vertrouweling, bijna geen bekenden. Levensmoe en wars van al dergelijke pretjes voelde ze zich. De muziek begon. De heeren slenterden naar binnen met de geur van hun pas neergelegde sigaar nog in de kleeren, zij kozen en verwierpen en marcheerden kalmpjes rond met hun uitverkorenen.

Dank zij de aanwezige studenten, danste Judith veel. Zij meenden in de onschuld, van hun hart, dat de kavaliers van het stadje uit bescheidenheid het mooiste meisje voor hen overlieten.

En langzaam kropen de uren voort; de stemming steeg, en nu begonnen ook de ouderen mee te dansen. Toen ging er een geheimzinnig fluisteren door de zaal: «Mijnheer Banner is gekomen. Mijnheer de grondeigenaar is er."

Een. onbeschrijfelijke nerveusiteit greep allen aan; de dames brachten hun toilet wat in orde en zeiden, dat bet hun speet, dat het zoo gekreukeld was ; en heimelijke blikken werden naar de deur geworpen.

Daar stond eindelijk het voorwerp van zoo veler belangstelling in een pak, regelrecht uit Parijs gekomen, blijkbaar wat verlegen met zichzelf, tegenover het gezelschap, waarin nieuwsgierigheid hem gebracht had. Toen het dansen weer begon, vroeg hij de jonge dame, dat hei dichtst bij hem stond, voor een polonaise, en trok zich na afloop daarvan terug bij de deur. Judith vermaakte zich met het jonge meisje na te zien, wie die eer te beurt gevallen was. Zij zag haar naar haar vriendinnen gaan, en hoorde haar met onverschilligheid zeggen, dat «mijnheer Banner wezenlijk nog al goed danste en prettig praatte."

Beide was klaarblijkelijk onwaar, want de weinig spraakzame Banner had geen twee zinnen achter elkaar gezegd, en danste veel te stijf voor dat jonge, levendige meisje. Judith kon niet laten er over na te den-

Sluiten