Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 27 —

»Dat is een mooi span," zei de stalknecht en bekeek de paarden met een kennersblik. ï>Dat zijn mooie beesten."

»Och ja, ze zijn wel goed. Maar we hadden voor een half jaar geleden een paar vossen die wel zoo mooi waren. We hebben ze met verlies verkocht. Ja, een mensch is niet altijd even wijs, vooral niet als hij gedronken heeft."

sMijn paard!" riep Banner.

De stalknecht nam de muts af en antwoordde: »Jawel, mijnheer" en liep naar de staldeur.

Op het zelfde oogenblik kwam Bestrup uit de gelagkamer.

»Wat duivel, ben jij daar Banner? Dan was jij het ook zeker die ons daar straks voorbij reed, alsof ze je op de hielen zaten. Dan heb ik zoowaar tien gulden aan mijn koetsier verloren want ik wedde dat het Johansen uit Grinstedbro was."

»Waar ben je geweest?" vroeg Banner verstrooid.

»Wel, hier! Ik heb hier heerlijk gezeten en ieder levend wezen, dat binnenkwam getracteerd. Zoodoende heb ik zelf aardig wat glaasjes punch en cognacgrog naar binnen gekregen."

»Wel mag het je bekomen," was het antwoord.

»En waar ben je geweest?"

»Bij den advokaat Hinding."

sWel mag het je bekomen. En wat voor complot heb je met dien schurk van een afzetter geknoeid? Wat doe je toch bij dien vent. Je bent te goed hem met een tang aan te raken."

»Ik heb geen zaken met Hinding gedaan."

»Wat heb je er clan uitgevoerd?" riep Restrup verbaasd uit.

«Feliciteer me maar. Ik ben met zijn stiefdochter geëngageerd."

Er gleed een pijnlijke trek over het gezicht van den reus. Banner zag het en vroeg wat hem scheelde.

Restrup bedwong zich. »Ach neen, 't is maar wat podagra, zoo heet het immers?"

»Zoo, ben je geëngageerd? Ga dan mee naar binnen en laat me een glas champagne op jelui geluk drinken."

Maar Banner sloeg Restrups edelmoedig aanbod af: «Neen ik moet naar huis," zei hij kortaf.

»Ja, daar heb je gelijk in. Dat had ik al een half uur geleden moeten doen. De paarden staan al zoo lang ingespannen."

Banner zag hem met slecht verborgen verachting aan. Want hij was niet vast in zijn gang en bewegingen maar deze keer waren het toch niet alleen de punch en de cognac die hem op de beenen deden wankelen.

«Goeden dag dan," riep hij, toen Banners paard voorgebracht werd. en deze zich snel en behendig in 't zadel wierp. Dansend onder de hand van zijn be¬

kwamen ruiter ging het paard het hek uit en Bestrup gaf zijn koetsier een duwtje in de zijde en zei: »Nu is 't maar hel beste, dat wij ook naar huis gaan, Anders..."

't Was beter geweest èn voor mijnheer, èn voorde paarden, als we het een half uur geleden gedaan hadden," zei de koetsier knorrig.

»Ja, daar heb je gelijk aan, Anders; laat ons nu eens probeeren of we 't Banner niet af kunnen winnen op den terugweg. Want hij was 't toch, die ons daar straks voorbijreed." En na een oogenblik ging hij voort: «Nu zul je eens zien hoe mooi mijnheer Johan zijn beetje haar in 't vervolg zal opkammen."

Maar zijn vroolijkheid was gedwongen.

Toen hij zich in den wagen wierp dat de veeren onder zijn rug kraakten, verdween de dwaze, genoegelijke uitdrukking van zijn gezicht en terwijl Anders de paarden loopen liet zoo hard hij kon, mompelde hun heer: «Mijn ellendige kop! 't Was beter geweest als we een half uur geleden naar huis

gereden waren en nog beter als ik nooit gereden

en nooit gedronken had en nooit zoo'h ellendige kerel geworden was als ik nu ben! O! mijn hoofd! Maar die cognac was ook vervloekt slecht!"

Vlak buiten de stad reden ze Banner voorbij. Hij reed stapvoets naar huis. De teugels hingen slap over den hals van 't paard en er was over het geheel iets slaps in zijn houding.

Zoodra haar engagement bekend werd, was Judith Fürste een persoon van gewicht in het stadje. Het stroomde gelukwenschen van alle kanten en mevrouw Hinding was recht in haar element in dien maalstroom van visites, gebabbel en afgunst. Deze gebeurtenis had haar wel tien jaar jonger gemaakt; en in al haar drukte had ze toch nog tijd om haar lieve dochter te verwennen en te bewonderen. Ze dacht, dat. ze gelukkig was en die gedachte maakte het heden, niettegenstaande alle zorgen van 't verleden en het gemis in de toekomst tot een lachende oase in de woestijn van haar leven. Hoe kon Judith het dan over zich verkrijgen haar illusie te verstoren .

De dames in het stadje, begonnen Judith lief te vinden. De dokter, de kooplieden, kortom allen die van Banners geld hoopten te profiteeren, naderden de aanstaande jonge mevrouw met vriendelijken eerbied, ja, de oude burgemeester kuste haar vaderlijk op het voorhoofd. De manufactuurhandelaars kregen het druk als zij zich vertoonde, bogen en glimlachten, sleepten hun waren, bijeen en bewonderden haar goeden smaak; alles wat zij hadden paste juist voor haar, vooral het kostbaarste en elegantste. Zij boden aan te schrijven,

Sluiten