Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 85 —

nog een week bleef, zoodat ik zeker was, dat alles goed in orde was."

«Is dat bepaald noodig?"

Hij zag naar haar heldre oogen, bet krullend haar, de kuiltjes in haar wang en antwoordde aarzelend:

»Neen, dat is hef juist niet, maar. ..."

«Dat dacht ik wel, en ik moet ook morgen naar huis."

»Ga je naar huis? — Morgen al?" ».la."

Men zou niet kunnen zeggen, dat dit antwoord hem scheen te verbazen of te verontrusten, en toch kwam er een oogenblik een andre uitdrukking in zijn oogen.

»Je vader is proost, nietwaar?" »Ja."

»Kom je dikwijls hier in de stad?" »Ja."

«Kom je dan gauw weer terug?' «Neen, van den zomer ga ik naar 't buitenland met vader en blijf misschien wel een jaar weg." «Zoo lang," zei hij in gedachten. Er volgde een oogenblik stilte.

«Verlang je er naar om naar't buitenland te gaan?" vroeg hij toen.

»Ja," antwoordde ze levendig, »het is heerlijk zich los Ie rukken en uit te vliegen in de wijde wereld."

Ze bad al vroeger in dergelijke uitdrukkingen hem haar vrijheidsliefde, haar plannen en opvattingen verraden; hij wist die uittelokken bijna tegen haar zin.

«Goede reis dan," antwoordde hij met een Hauwen glimlach.

»Dag dokter, ik dank IJ wel voor uw hulp," zei ze zacht. »Vader zal U wel. . . ."

»Ja wel!. . . . Hoe oud ben je?"

«Zeventien jaar," antwoordde ze en bleef onzeker staan toen hij schertsend vroeg : «Nu en hoe oud denk je dat ik ben?"

Ze lachte en bloosde, want ze had hem voor zestigjaar aangezien en hij was eerst zevenenveertig. Hat laatste zei ze toen.

«Goed geraden," zei hij steeds nadenkend.

«Je heet Elisabeth?"

»Ja."

«Nu dan kind, goede reis."

Zij keerde zich om, om heen te gaan en was reeds bij de deur, toen hij haastig zei: «Wacht een oogenblik; er is iets, wat ik je zeggen wou voor je heengaat.... Ik heb je iels te vragen, iets '

Zijn toon verbaasde haar. Zij keek om. Hij stom! tegenover baar met zijn gewone kalme gezicht, waarii haar onderzoekende oogen geen verklaring van zijr handelwijze vonden.

Hij nam haar handen in de zijnen. Hij had d<

ijnc, zachte en toch vaste handen van een dokter, — die ïooit beefden.

«Zou je," en zijn scherpe blik ontmoette den haren ui hield dien vast, «zou je mijn vrouw kunnen en .villen worden?"

Zij stond als door den bliksem getroffen; haai- gelachten, haar hartslag, haar ademhaling — alles stond Stil. En ze bleef staan, sprakeloos van verbazing. Ze had nooit aan zoo iets gedacht. Eerst den vorigen dag had ze gehoord, dat Dr. Hang ongetrouwd was. Ze" had zich'hem altijd als huisvader voorgesteld; 0f liever — ze bad nooit aan zijn huiselijke omstandigheden gedacht. Voor baar was hij do dokter. De berninlijke dokter, dien men volkomen vertrouwt en respecteert, waar men een beetje bang voor is anders niet.

Eri dan ook — 't was het eerste huwhjksaanzoek wat haar werd gedaan.

Het was haar als voelde zij een gloeiende hitte over haar gezicht gaan en haar hersens verlammen. Het drukte haar als lood, dat ze antwoorden moest. Ze wist niet wat te zeggen. - Had ze hem dan met üef? _ Neen, niet met de gelukkige toewijding van een jong meisje aan den jongen man, die haar aanbidt. Maar was deze diepe eerbied, dat onbepaald vertrouwen dan geen liefde?

Maar in ieder geval moest zij antwoorden. Zou ze ja zeggen? En voor goed over haar lot heslissen en haai- leven aan dezen man verbinden?

Of neen'! Durfde ze dat, met zijn oogen op de hare gericht, en haar handen in de zijne? Kon ze zich voor goed van hem losmaken? — Ze bleef zwijgen.

De man, die mondeling zijn liefde verklaart, heelt duizendmaal meer kans dan hij die het schriftelijk doet. Er hoort moed toe het smeeken te weerstaan van een man, die liefheeft — zijn teleurstelling en smart te zien.

Een brief kom! maar eens, en men krijgt geen antwoord op een schriftelijke weigering. Ze zweeg nog altijd.

«Je moet antwoorden, ,1e weel, kindje, dat ik veel ouder ben dan jij; maar ik bied je een jonge, innige liefde aan, een liefde die jaren lang is opgespaard. Je viel als een zonnestraal in mijn leven en ik vraag je de vrouw te worden van een man, die rijk en gerespecteerd is. Wil je dat worden?"

Hij had op zijn gewonen, kalmen toon gesproken. Zijn gezicht veranderde bijna niet en zijn handen hielden de hare vast. Zijn uiterlijk verraadde geen hartstocht en toch voelde ze dien bij instinct. Maar ze kon geen woord uitbrengen. Ze wist nu, maar zonder 't zich helder bewust Ie zijn, wal haar antwoord zijn zou, maar ze hoopte ten minste den moed te hebben bedenktijd te vragen. En ze stond te wachten op

Sluiten