Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 88 —

«Ja, nu zal ik het jc vertellen, het moest een verrassing zijn. — Nu is het klaar, ik heb er een jaar aan gewerkt. Ik heb een boek geschreven."

«Dat dacht ik wel" zei hij glimlachend «en dat lijkt mij ook heel geschikt."

«Wat zeg je, dacht je dat wel?" vroeg zij verbaasd.

»Meen je, dat mijn vrouwtje met haar gedachten in een andere wereld kan zitten, met rimpels in haar voorhoofd loopen en afgetrokken zijn zonder dat ik het merk en er de reden van opzoek? — Als het maar niet al te veel je gedachten inneemt, dan is dit oen heel geschikt werk, in ieder geval vermakelijker dan die eeuwige handwerkjes."

Zij keek hem verbaasd en onzeker aan.

«Maar ik schrijf niet voor de grap! Ik wil mijn boek uitgeven."

»,le bent een zottinnetje" zei hij lachend.

«Waarom? Als ik nu voel dat dit mijn roeping, mijn levenswerk is!"

«Hoeken uit te geven?"

«Neen, boeken te schrijven."

«Wel lieve kind, schrijf ze dan; maar geef ze niet uit."

«Waarom niet?"

«Waf zou je daar nu aan hebben? Zou je bet zoo prettig vinden gecrifiseerd, geprezen of aangevallen te worden in alle vuile blaadjes van ons land?"

«Neen, maar wel door de goede. Maar hierover praten we niet. Ik geloof, dat ik een roeping heb, zooals anderen. Ik geloof, dat ik iels uitrichten kan, en dat wil ik. Ik meen, dat 't goed is als de wereld nu en dan ook eens naar een vrouw luistert. En al doe ik ook nog zoo weinig, dan heb ik toch voldaan aan de eischen, die ik mij zelf stel."

«Maar je man heeft ook zijn eischen."

«Kan ik die niet voldoen, als ik al mijn vermogens tracht te gebruiken?"

Hij trok haar zachtjes naast zich in de sofa en legde liefkozend zijn arm om haar heen: «Laat ons nu niet spreken van de mogelijkheid dat de uitgever je boek niet aanneemt. ..."

«Dan schrijf ik een ander."

«Ja, eens of twee keer, en dan gaf je 't in wanhoop op. Maar omdat je geen honorarium verlangt, zul je nog wel een uitgever vinden. Goed dan; 't boek komt uit. En 't wordt algemeen veroordeeld. Wat is dan 't gevolg? Ik word verbitterd en beschaamd, telkens als ik den naam van mijn vrouw gehoond en door de modder gesleurd zie. En jou zou zulk een slag verpletteren. Meen je, dat 't prettig is spitsroeden te loopen door een troep spottend canaille? — Of laaf ons aannemen, dat liet boek geprezen wordt. Dan zal mijn vrouwtje niet rusten, eer de pen weer

over 't papier vliegt, en weer een nieuw deel van haar gedachtenwereld voor den grooten hoop is blootgelegd, en haar nieuwe lauweren brengt. Daar hen ik niet meê gediend. Al jc gaven worden aan vreemden verspild. Voor mij heb je maar een afgetrokken glimlach. Ik word niet meer voor je dan een trap om je geluk te bereiken: een vervelende, oude man. Neen, lieveling, ik verlies je in alle geval. En daarvoor heb ik jc te lief. — schrei nu niet, Elizabeth."

Maar zij schreide wèl! Haar schoonste droom, haar liefste illusie werd op dat oogenblik verstoord en wat baatte het haar, dat ze niet boos kon worden op hem, die 't haar aandeed, omdat hij zoo liefdevol was. Eigenlijk maakte dat de zaak nog erger, want dat ze voelde d it hij wel een beetje gelijk had, maakte alles zoo hopeloos. Ken onrechtvaardige zaak kan niet bestaan; maar wat baar man zeide, was niet onrechtvaardig. Lang worstelde zij met deze teleurstelling, de eerste bittere teleurstelling in haar huwelijk, ja, eigenlijk de eerste in baar leven. Dat ze eindelijk overwon kwam door de buigzaamheid van haar jonge ziel, die als één uitweg versperd wordt, de wil onverdroten een anderen laat zoeken voor zijn werkkracht.

Op een mooien voorjaarsdag, twee jaar na het. begin van deze vertelling, stond August met opgericht hoofd en met de armen zwaaiende voor Max en Thorsen en verklaarde, dat hij nu gelukkig was, volmaakt, onbeschrijfelijk, grenzenloos gelukkig.

«Goeie hemel" zei Max droog, «dat is vlug gegaan. Gister avond was jc nog de ongelukkigste mensch van de wereld. En nu heeft de omstandigheid, dal een domme oude oom je onverwacht zijn vermogen heeft nagelaten je gelukkig gemaakt?"

«Ja, luister nu en oordeel zelf. Herinner jelui je nog wel ecu jong meisje, dat wij dikwijls bij Wilders ontmoetten? Jelui hebt misschien niet op haar gelet maar ik wel. Zij is geen oogenblik uit mijn gedachte geweest. Ik ben misschien de eenige op de wereld, die hel, edele hart, en het helder verstand van dat meisje weet te waardceren en ik weet, dat, zij de eenige is, die mij begrepen heeft. Alleen geldzorgen hebben mij tot nu toe verhinderd baar te vragen, maar nu.... nu."

IIij hield op, Bengt was van zijn stoel opgesprongen.

«Je bent. een ellendige gek." «Wat bedoel je?" vroeg August verbaasd. «Meen je dat de vrouw, van wie je spreekt, jou liefhebben kan? Geloof je dal. zij, als zij ooit haar

Sluiten