Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 99 —

Wij zijn de voorloopers, al deden we ook nog zoo weinig. Laten ze ons maar neerschieten. Dat gebeurt gewoonlijk met de voorhoede. Maar als een gemeen soldaat zich troost met de hoop, dat zijn land overwinnen zal — dan kunnen wij dat toch ook."

Haar oogen straalden. Zij zag terug op haar leven. Wat ze geleden had lag als een overwonnen standpunt achter haar; — niet meer vóór haar als een onoverkomenlijk bezwaar. Ze zou niet langer voortgaan met geslolen oogen. Haar man had gelijk ; haar illusies waren verdwenen, maar op een andre manier dan hij meende.

Astrid greep haar beide handen en zei ernstig: »Goed dan, ik zal naar huis teruggaan en als ik dan de vernedering dragen moet. weer samen te leven mei hem, dien ik met zooveel verachting verliet, zal de gedachte aan jou me sterk maken."

Door de gang kwam een man, die tevreden was over zijn werk. Zijn wil moest en kon zegevieren.

Nu zou hij zijn zwager helpen. Hij verachtte hem als een, die grof' en onhandig was, als een die andren achteraf zette zonder zelf vooruit te komen — maaibij was een man en moest geholpen worden. Hij kwam de huiskamer binnen. Elisabeth zag hem aan.

»Nu, zijn we nu • wat rustiger?" vroeg hij glimlachend.

»Ja, Astrid is van plan volgens je raad naar haaiman terug te gaan."

Een vluchtige uitdrukking van triomf gleed over zijn gezicht. Elisabeth zag het.

»Ja," zei ze langzaam. »Als gewoonlijk gaat alles zooals je wilt."

Er was iets in haar toon, wat hem hinderde. En daar hij vlak tegenover haar stond, zag hij haar vragend aan.

Zij ontweek zijn blik niet. Dat mengsel van kinderlijke angst en vrouwelijke schuchterheid, dat hem zoo bekoord had, was verdwenen.

Men een koelen glimlach zag zij hein aan en toen hij haar vasten blik ontmoette, voelde hij hoe duur hij deze overwinning gekocht, had.

Sluiten