Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 109 —

hoe graaf Höegh langzaam coquetteerde met mevrouw von Platen.

Toevallig was juffrouw Due alleen thuis, toen graaf Höegh een paar dagen later dokter Jespersen een bezoek bracht. Over 't algemeen was zij dikwijls alleen; de dokter, die een groote praktijk had, was zelden thuis en 'mevrouw Jespersen beschouwde den dag als verloren, dien ze niet gedeeltelijk bij vrienden of bekenden bad doorgebracht. Dien dag was ze naar een vergadering' gegaan van de Vereeniging ter bescherming van jonge melkmeisjes op groote boerderijenEr was een groot aantal jaarverslagen, prospectussen en programma's ingekomen en die zouden nu over het eiland verspreid worden. Men verwachtte hiervan een grooten, ingrijpenden invloed op het lot der melkmeisjes in de toekomst.

Elisabeth zat in de huiskamer, verdiept in een hoek, toen de graaf binnentrad. Zij werd wat ongeduldig, omdat zij gestoord werd, maar bedacht zich, dat het bezoek maar kort duren zou, als de graaf hoorde, dat de familie niet thuis was. Zij kon niet weten, dat hij, nu hij zich eenmaal had voorgenomen den middag' in 't huis van den dokter door te brengen, waarschijnlijk gebleven zou zijn, al had hij het geheel verlaten gevonden.

Zij werd dus niet weinig verrast, toen hij zich na haar antwoord gehoord te hebben, zitten ging en toonde te willen blijven. Zij werd verlegen. Maar dat ging gauw over, want al was de eenvoud in 's graven houding niet natuurlijk, hij dwong daardoor toch anderen op denzelfden toon in te gaan.

»De dokter is zeker naar de patiënten; — en mevrouw?"

«Naar de Vereeniging ter bescherming van jonge melkmeisjes."

Hij lachte. «Melkmeisjes? — waartegen in de wereld, moeten zij beschermd worden?"

«Ik denk tegen verdrukking' — door hun meesters — of —"

«Tegen het kwaad in deze wereld en de vervalsching van het boterkleursel. Wordt U ook geen lid der vereeniging?"

»Neen," antwoordde zij op denzelfden vroolijken toon, sik ben bang, dat ik me op de vergadering even weinig' thuis zou voelen als de melkmeisjes, wanneer...." Zij hield op, vreezende, dat zij te ver gegaan was.

«Wanneer de dames ze in bescherming nemen," vulde hij aan en hij lachte op zijn goedhartige manier.

Na een kleine pauze ging hij voort: «Ik stoorde U in uw lectuur, toen ik binnen kwam. Wat lectuur kan men hier krijgen?"

«Alles, denk ik, als men het koopen kan. Ik las in Shakespeare."

«Welke held of vorst heb ik uit uw gedachten verdrongen?"

«Goriolanus."

»WTaarom leest II over hem? Mij was een fantast. Lees liever over Diehard den derden, dat was een verstandig man. Hij wist de onedele instincten van het volk te gebruiken ; — dat is een groote kunst."

Zij begonnen over Shakespeare te praten.

Zij had. niets tegen het onderwerp, maar de wijze, waarop de graaf een gesprek voerde was zoo wonderlijk. Zijn gedachten sprongen van het een op het ander en hij gaf zich met grilligheid over aan alle invallen, die in zijn hersens opkwamen. Hij toonde op die manier een groote kennis van het onderwerp, dat zij bespraken, maar scheen even weinig aan vertoon van zijn kunde te denken, als over de hare verwonderd te zijn.

Zij kwam in de verzoeking- te gelooven, dat hij als het toeval het zoo gewild had, met een melkmeisje even zoo zou hebben gesproken zonder er zich om te bekommeren of zij zijn gedachtengang kon volgen of niet.

Zij was nu volkomen op haar gemak.

Maar langzamerhand begon hij haar plagend aan te vallen en verleidde haar zoo doende tot een warmte, die zij anders zelden toonde. Het eene woord lokte het andere uit en zijn aanvallen werden steeds scherper, zoodal. haar warmte tot ergernis overging. Zij beproefde er aan te denken wie hij was en wie zij was, en dat zij elkaar geheel vreemd waren; maaide vlam was nu eenmaal in haar gewone kalmte geslagen en ze kon dien niet meer dooven.

«Neen, in 't kort, alles samen genomen, verveelt alle lectuur mij: niet het volgen van de woorden en regels, maar het opdringen van al die dogma's, systemen en levensbeschouwingen, — alles wat mij een opinie wil opdringen over dingen, die mij volkomen onverschillig zijn."

«En wat moeten de dichters dan behandelen, als ze alles moeten verwijderen wat. aan de orde van den dag is?"

«Poëzie! — Geneeskunde en landbouwkundige vragen zijn geen onderwerpen voor een gedicht."

«Wilt U de Duitsche romantiek weer terug hebben ?"

«Voor mijn part graag! Als die maar niet zoo dom was."

Zij voelde zich meer en meer zenuwachtig en gespannen.

«Wat leest U gewoonlijk?"

Sluiten