Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 123 -

»'t Kind te verzorgen," sprak de consulsvrouw. »En natuurlijk trouwt, ze nooit met dien rentmeester," eindigde het meisje van den redacteur.

Elisabeth had het gesprek zwijgend aangehoord. Als ze eens gewaagd had te zeggen wat ze dacht!

Ze stond op. Ze moest een muziekles geven bij den burgemeester. Met het hart vol verachting voor die moraal, die ook haar af wilde houden van licht en warmte, trad ze het groote huis binnen.

Zij ging door den leegen gang in de eerste kamer. Er was altijd een flauwe geur in de kamers, die als uit een verborgen hoekje opsteeg, maar 't was er koel en plechtig. De vloeren glommen, de lichtkroon zag er spookachtig uit in zijn witte hoes, de spiegels staarden haar leeg en ongezellig aan. Zij voelde zich altijd, wat somberder gestemd, als zij het huis van den burgemeester betrad, maar vooral dien dag hinderde haar bet koude en eenzame daar. Toen zij de zaal doorging, hoorde zij stemmen in de huiskamer en alle gedachten weken plotseling uit haar ziel. Haar hart begon geweldig te kloppen.

»01 U komt ons zeker wegjagen — juffrouw Due," zeide de oude burgemeester, opstaande om haar te groeten. »Ja, mijnheer Höegh, wij moeten ons terugtrekken naar mijn kamer. Wilhelmina wil haar muziekles niet missen. Ik zal haar roepen. Wilt U hier een oogenblik wachten?"

Haar oogen waren maar een oogenblik op graaf Höegh gericht geweest; maar ze had genoeg' gezien: Ze kende die uitdrukking' maar al te goed en werd angstig. Alsof zijn trekken in steen gehouwen waren, alsof zijn oogen zonder te zien, de leege ruimte in staarden.

»Speel pleizierig," riep de spraakzame burgemeester, terwijl hij zich tot graaf Höegh wendde om hem te verzoeken meê te gaan.

.luist op dat oogenblik rolde een licht rijtuigje vlugdoor de straat. Onwillekeurig zagen allen naar buiten; daar reed mevrouw von Platen voorbij in haar open landauer, achterover geleund tegen de gebrocheerd zijden kussens, met kanten en zwart fluweel omgeven.

»Een mooie vrouw" riep de burgemeester uit.

»Ja, dat is zij," antwoordde de graaf met plotselinge warmte: »Er is adel en bevalligheid in haar waardige houding. Zij is een werkelijke dame, volkomen ladylike."

De graaf groette juffrouw Due achteloos, toen hij de kamer verliet, maar zijn schijnbaar onverschillige blik zag toch het onbeschrijflijk smartelijk trillen van haar lippen, dat ze niet beheerschen kon.

Toen hij buiten de deur stond zei hij glimlachend, als tot zich zelf: »Ik moet morgen een visite bij den dokter maken, ja, ik geloof werkelijk, dat het noodig is."

De burgemeester begreep hem niet en zweeg.

Zij zat naast haar leerling. Onafgebroken hamerden

de vingeroefeningen, schalen en sonaten haar door het hoofd. Het was alsof iedere toon een van de fijnste zenuwen in haar hersens verscheurde. Zij verlangde al die eindelooze loopjes te doen ophouden, uit te schreien, heen te gaan, luid te schreeuwen! — Maar de toonen hamerden onbarmhartig door en herhaalden eindeloos. »Ze is volkomen ladylike, volkomen ladylike" — tot eindelijk het uur voorbij was.

Toen ging ze door de straten vol van de zoete lentelucht. Alles scheen haar vreemd en ver van haar af. 't Geluid van de wagens kwam van heel ver weg; de zonnestralen schenen loodrecht in haar gezicht te vallen, haar te steken en te branden tot er een roode mist voor haar oogen lag. Haar mond was droog en haar voeten zwaar en moe.

Eindelijk zat ze in haar stil kamertje en langzamerhand werden haar gedachten wat geregelder en begonnen tot rust te komen; maar toch bleef ze steeds bij zichzelf herhalen: » volkomen ladylike."

Ja, natuurlijk was mevrouw von Platen ladylike; maar zijl Zou hij met mevrouw von Platen gesproken hebben als met haar? Zou hij 't gewaagd hebben van zijn paard te komen om met mevrouw von Platen te wandelen ? Zou hij haar boeken gezonden hebben ? Alles wat haar vroeger een vreugde was werd nu een beleediging-, alles, alles 1 En plotseling vlamde een ongetemde toorn in haar op. Ze haatte hem, ze zou hem hebben kunnen vermoorden om zich te wreken en de herinnering te dooden — of zich zelf te donden — zou hij dan berouw hebben?

Wie was hij, dat hij zóó durfde te handelen! Hoe durfde hij in haar leven dringen, haar begrippen in verwarring' brengen, haar plannen voor de toekomst verstoren? Zij had een roeping te volgen; een weg lag vóór baar, die haar ver boven hem zou voeren. En als zij eens geëerd en groot zou zijn, dan zou hij daar staan als een afgeleefde, onbekende, weinig geeerde oude man en zich afvragen hoe hij met haar durven spelen. En hij zou Neen! hij zou zichzelf altijd gelijk blijven, hoe hoog ze ook stijgen mocht, hij zou altijd zijn plaats in eigen oogen behouden, en voornaam buiten de wereld staan.

En haar boeken? — Zij zag hem al hoe hij ze schouderophalend op zij schoof en zei: »d.amesliteratuur! onleesbaar."

Maar wat, gaf zij ook om hem en zijn oordeel. Iets uitrichten moest ze, dat haar in haar eigen oogen verheffen kon. En weer verdiepte zij zich in haar oude droomen. Ze ging schrijven, tot ze midden in een zin, midden in een woord de pen liet zinken, 't papier wegschoof en van weerzin vervuld werd: — »'t Beteekent alles niets. Wat zijn al deze woorden tegen een enkel zelf doorleefd oogenblik." — En moedeloos zonk ze ineen.

Sluiten