Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

161

WEGEN VAN 1 MEI 1869, bevattende de wijzigingen van t

IlH.'dic nog er. daarvan over hebben, gelieven das het bcnoo- .

digde getal Verbeterbladen aan te vragen. 1

Tevens ziet het licht: „,,„ '

DE ZOMERDIENSTEN DER SPOORWEGEN VAN 1 JUNI 1

1869. Prijs 5 cts., netto 4 cts. Premiën 8/7, U/12, 30/25, <

60/48 en 130/100. j

De Administratie der Reisgids voor Nederland, '

Leiden, 5 Juni 1869. van Santen.

Verschenen: de 2e aflevering van: ,„_.,,„ H. le Hon, DE MENSCH IN DE VOORWERELD. Zij, die zulks tot nog toe verzuimden, gelieven hunne inteekenaren op tc geven.

Wij zijn dringend verlegen om es. der le aflevering: Men verplicht ons door de terugzending.

van den heuvéll & van santen. [1071]

HEEREN BOEKDRUKKERS. /-vudkerk Pool Si C». te Amsterdam leveren in weinige uren fris ch Ugewreven alle soorten van Zwarte en Gekleurde DRUKINKTEN, bij groote en kleinere hoeveelheden, naarmate men oogenblikkelijk noodig heeft, telkens versch gewreven , zoodat men ze niet in voorraad behoeft te hebben , waardoor de gekleurde soorten allen uitdroogen en minder bruikbaar worden. [1072]

L. S. GOMPEN Ja.

Amsterdam : Reguliersdwarsstraat 347/49.

Arnhem: Groote Markt F 86. Directe aanvoer van Rusland, jn de magazijnen is voorhanden een groote partij JUCHTLEDER, Jten dienste der Heeren Bijbelbinders in diverse wigten en Prij"nVoorts alle soorten van gespouwen en ongespouwen LEDER, CHAGKIN in alle soorten, BOEKBINDERS LINNEN, GAREN, PARKAMENT in vellen en gesneden, PARKAMENT voor tromvellen.

Verzoeke wel op naam en adres te letten. [1073] Gemengde Berichten.

Vondel voltooid.

Slechts weinig weken geleden gebeurde een feit, dat, naar wij meenen, de vermelding in ons blad ten volle waardig is. De prachtuitgave van Vonuel's werken , dat monument niet enkel voor Vondel, maar ook ter waardeering van den stand van ons vak in het midden der 19e eeuw, werd na 20 jaren arbeids voltooid.

Allereerst zij ter dezer gelegenheid door ons, — en wij gelooven te spreken in den geest van alle vakgenooten , — een woord van hulde toegebracht aan den heer M. H. Binger, wien wij hartelijk geluk wenschen, dat bij dit, zijn liefste papieren kind, het beeld van zijne grootsche opvatting van zijn taak als uitgever, nog in zijne grijsheid compleet mocht zien. Het moet hem goed doen thaus die twaalf kapitale deelen voor zich te zien staan. Wat tal van herinneringen van_ verschillenden aard voor hem en zijne beide zonen knoopen zich niet al vast aan die menigte vellen druks, aan die honderde platen, waarvan haast ieder blad zijne eigene geschiedenis heeft gehad. Met dit werk toch is, zeggen' wij den heer Beets na, voor Vondel een eerzuil opgericht, degelijker en duurzamer dan het pas verrezen standbeeld, een eerzuil, die Vondel's onsterfelijken naam door tijdgenoot en nageslacht zal doen waardeeren.

Maar was deze zoo kostbare, zoo veel tijdroovende uitgave, dan zoo onmisbaar voor Vondels roem? »Had uiet Vondel zelf », spreekt Dr. Beets, «door de menigte zijner grootsche werken , en door elk dezer grootsche werken op zich zelf, voor de onsterflijkheid van zijnen naam genoegzaam gezorgd? Of, indien de bijeenzameling, de ordening, de opstapeling der schoone marmerblokken tot een indrukwekkend geheel, daartoe noodig was, had niet reeds Brandt dit gedaan? O ja, maar op zijne wijze ; soort bij soort, gelijk in een pakhuis of magazijn , en niet in die orde en samenhang, waaruit ons de eenheid bij de verscheidenheid tegenstraalt. De eenheid in de verscheidenheid van eens vruchtbaren dichters gezamenlijke werken is de zichtbare ontwikkelingsgang van zijnen geest en gaven , en deze is alleen bij eene schikking naar tijdorde na te gaan en te aanschouwen te geven. Maar indien de chronologische orde, om deze in 't licht to stellen, reeds op zich zelve de eenig denkbare, indien zij ter juiste waardeering van iederen dichter, tot het vruchtbaar en volkomen genot van de vruchten zijns geestes onmisbaar is : met hoeveel nadruk moet dit het geval zijn bij eencn dichter, die bijna een eeuw geleefd heeft, en wiens eerste en laatste werk door veel meer dan een halve eeuw van elkander gescheiden «orden ? En hoe moet deze zelfde chronologische orde de eer van een dichter ten top voeren, wanneer het, als bij Vondel, blijkt, dat er immer vordering, nimmer afneming geweest is, en de voortreffelijkheid van meesterwerken, op zestig-, zeventig-, tachtigjarigen leeftijd geschreven , het -beoordeelen der geschriften naar hare dagteekening», geen plicht der billijkheid doet blijven, maar tot eene hulde maakt!»

Volgen wij grootendeels de mededeelingen , door Dr. Beets in den aanvang van het 12e deel omtrent de korte geschiedenis dezer prachtuitgave van onzen Vondel verstrekt, dan vernemen wij dat in het jaar 1819 door den heer M. h. Bingeb , toen bezitter eener uitmun¬

tend ingerichte boekdrukkerij, en oprichter der eerste , en, naar wij meenen" eenigste, glyphograuhische inlichting hier te lande, aan Mr. JiCOB 'van Lennep het voorstel gedaan werd tot «het commentarieeren eener door hem, op ingeven van den dichter I. M. Caliscii, voorgenomen prachtuitgave van Vondel's werken. Van Lennep greep het met warmte aan, stelde de voorwaarden, overdacht zijn plan.cn voegde binnen kort aan het inmiddels door den heer Calisch sierlijk gestelde prospectus eene proeve van bewerking toe. Het prospectus verscheen nog in datzelfde jaar en bevatte, behalve de voorwaarden van ioteekening, een paar bladzijden uit «Lucifer», als proeve van bewerking. Eene uitnoodiging aan alle belangstellenden , bezitters van merkwaardigheden, Vondel of zijne werken betreffende, om hen tot mededeelingen daaromtrent, liever nog tot toezending daarvan op te wekken , volgde, en deed tal van belangrijke bijdragen tot het op te zetten werk toevloeien. Maar daarenboven werd een schat van tot hiertoe onbekende of verscholene bouwstoffen bijéénvergaderd door den ijver van den heer H. Binger , die zijn getrouwe en hoog te waardeeren medewerking tot den ganschen arbeid , (ook in ruime mate wat het letterkundige betrof), aanving met gedurende ettelijke weken, zoo in de Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage , als iu andere openbare en bijzondere boekverzamelingen alles na te sporen wat er van Vondel en betreffende Vondel voorhanden was. In het voorjaar van 1850 begon Van Lennep te werken. Het eerste wat, nu alles zooveel mogelijk bijeen was, te verrichten stond, was het verifieeren der datums van het groot getal stukken , die zonder dagteckening in het licht gegeven of waarvan de eerste drukken niet terstond ter beschikking waren. Hieraan werden , altijd met de krachtige hulp van den heer H. Binger , drie jaren besteed. Zonder hiermede tot op eene zekere hoogte gereed te zijn, kon onmogelijk met goed gevolg worden voortgegaan. En zoo was het dan niet meer dan natuurlijk, dat het eerste deel, waarvan in 1851 de eerste aflevering was uitgekomen , niet vo'ór 1855 volledig was. Het verscheen, ondereen titel die meer beloofde, en met een inhoud die meer schonk dan het prospectus had doen verwachten , en tevens met eene Inleiding , die van dezen titel en de gekozene wijze van bewerking rekenschap gaf. Onbillijk , ofschoon de groote heuschheid van den auteur het tegendeel toegaf; onbillijk was het. dat men uit de traagheid, waarmede de afleveringen van dat eerste deel elkander hadden opgevolgd , aanleiding nam tot klachten en spotternijen , waarbij hem b. v. gevraagd werd , «of hij wellicht, .om hoop op de voltooiing van zijnen arbeid te kunnen voeden , de zekerheid had den ouderdom van Methusalem te zullen bereiken?» waarop had kunnen geantwoord worden, dat in allen gevalle i een leeftijd als die welke Vondel bereikt had, daartoe wel reeds ge' noegzaam zoude zijn; maar waarop een beter antwoord gegeven werd, • door van den staat -van zaken een zeer geruststellende medcdeelmg te doen , en dit niet alleen , maar ook de verklaring af te leggen : «al moest ik in de ure, waarin ik deze regels nederschrijf, nit het i leven scheiden, de arbeid, dien ik verliet, zou dadelijk kunnen worden opgenomen.»

Zoo was dan van hetgeen hij zelf een reuzenwerk , tc uitgebreid voor zijne krachten genoemd heeft, in zes jaren het moeielijkste en voornaamste gereed , en alles tot eene geleidelijke nitvoering voorbereid. Hoeveel zorg, oplettendheid en inspanning ook deze nog vergen moest, kunnen zij slechts , zij eenigzins beoordeelcu , die ooit, al is het op kleiner schaal, in dergelijken arbeid bezig geweest zijn en dien op de pers hebben gehad. Ten zelfden jare als de medegedeelde regelen, die in een klein bestek zoo oneindig veel moeielijke nasporingen, veelsoortig onderzoek, nauwkeurigen arbeid cn noeste vlijt vertegenwoordigen , geschreven werden , zag het tweede deel het licht en de verdere volgden, zoo goed als regelmatig , van jaar tot jaar. Toen de onvermoeid werkzame man, den 26 Aug. 1868, de oogen sloot, was het voorlaatste vel druks van het laatste register afgedrukt en het geheele werk zoo goed als voltooid.»

Veel meer dan het prospectus beloofde, en veel meer dan bij het opstellen daarvan kon voorzien worden, is aan deze uitgave van Vonueo toegevoegd. Men doorbladere enkel maar eens het laatste deel met die uitvoerige ' cn zoo onmisbare registers. Dat register van woorden cn zegswijzen van Vondel, b. v. vormt het op zich zelf niet al eene beïangrijke bijdrage tot de kennis onzer schoone taal ? Men zie dat tal van herinneringen aan Vondel; die menigte treurdichten, lijkzangen cn portretverzen op den grooten dichter; die door H. Binger ge»cven schets van de Vondelfeesten in 1867, met al de tot die feesten geleverde bijdragen van hem zelf van de HH. v. Lennep, Hofdijk. en Albebdinok Thijm. Aan al die tocvoegselcn is het dan ook voornamelijk te wijten, dat de prijs van 't geheel, die — naar wij meenen — op circa ƒ80.— geraamd was, tot ƒ 177,34, zonder de banden, geloopen is.

De uitvoering van deze kostbaarste der uitgaven van onzen tijd verraadt van het begin tot het einde de grootste zorg, ook wat betreft het technisch gedeelte. Papier cn druk zijn geheel, passend voor eene » prachtuitgave""; onder de platen komen er voor die meesterlijk van teekeniog en gravure zijn. Allen werden ze naar oorspronkelijke teekeningen vervaardigd. Behalve dat geeft het werk een uitmuntende reeks portretten, een aantal facsimile"s van handschriften en afbeeldingen van penningen en merkwaardigheden tot Vondel's leven, werken en tijd betrekking hebbende. In 't geheel telt het werk ruim 600 vellen druks, die in 114 aflev. of 12 deelen het licht zagen, 39 groote staalgravuren, 90 groote platen in houtgravnre , 18 dito in steendruk, 607 kleinere platen, tusschen den tekst gedrukt, waarvan ruim 250 in glyphographic en 350 in houtgravure, 24 facsimile's en een photo-

erHet%ctal intekenaren op het werk bedroeg omstreeks 700, waar■ onder 7 leden van ons Koninklijk Huis, 7 binnenlandsche openbare ; bibliotheken, en bijna alle ood-llollandsche familienamen won en ge„...j... n. v.i„„^t„llin» h..i(™«f rmenhaardc zich, behalve door de

Sluiten