Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242

zins het boekhandelaarsbedrijf uitoefent en van de uitgevers rabat krijgt. Het «Zeitungs-Comtoir>i is kooper der door het publiek bestelde nieuwspapieren en dasbladen , die bet van zijn kant weder bij den uitgever bestelt. Deze laatste doet, zoowel wegens de grootere zekerheid, als wegens de prompte betaling, zeer gaarne met dezen tusschenpersoon zaken, wanneer slechts de navraag naar zijn uitgave die meerdere onkosten toelaat.

Veelvnldig, hoewel vruchteloos, zijn de boekhandelaars tegen het debiet van dagbladen door de postkantoren, te velde getrokken. Dat hunne pogingen mislukten, is niet te verwonderen, want het algemeen belaag — dat der lezers — vraagt niet zoozeer om een billijker, maar ook een even prompte en stipte verzending, zoo als die nu door het «Zeitungs-Comtoir« geschiedt. Bij de traagheid echter, die nog steeds over het geheel den duitschen boekhandel eigen is, mocht van den kant van het «Zeitungs-Comtoir« de oplossing van het raadsel te recht betwijfeld worden. In de eerste plaats hebben de lezers zeiven belang bij de behoorlijke bezorging en uitgave der nieuwspapieren. Reeds daarom zal men aan de bezorging door postbeambten boven die van sortimentsboekhandelaars den voorkeur geven.

Zeer terecht vraagt men dus in het Buchhandler-Börsenblait van 16 September 1868: hoe zou het in het algemeen met de verzending der journalen op het platte land gaan j zonden de boekhandelaars in staat zijn deze ook dagelijks te bezorgen? Wat denkt gij van de verzending naar alle plaatsen , die niet aan een spoorweglijn liggen ?

Eene andere moeielijkheid zou zich voordoen bij de verzending der in land- en kleinere steden verschijnende tijdschriften, die niet in massa's maar bij enkele exemplaren uitgevoerd worden. Het publiek , sinds jaren aan de tijdige ontvangst zijner couranten — dikwijls tweemaal daags — gewend, stelt zich de moeielijkheden , die overwonnen moeten worden, om hem dit onmisbaar genot te verschaffen , geringer voor, dan zij werkelijk zijn. Om de dagbladen van Berlijn te verzenden, zijn er dagelijks 7000 pakketten noodig, moeten er dagelijks door elkaar 91.000 exemplaren afgeteld, gesorteerd , ingepakt, en naar de verschillende spoorwegstations bezorgd worden. Op volgende wijze gaat het Zeitungs-Comtoir te werk. Terstond na aankomst der afzonderlijke couranten, worden de exemplaren, die naar de verschillende plaatsen verzonden moeten worden , afgeteld ; vervolgens worden de couranten , die voor dezelfde plaats bestemd zijn , te samengepakt en met een adres voorzien , om daarop door de postwagens aan de verschillende spoorwegstations bezorgd te worden.

Het werk op het «Comtoir" begint des nachts om 2 uur en duurt tot 8 nur 's avonds. Des namiddags, wanneer na 4 uur deconranten aankomen en het sorteeren , inpakken en verzenden eenige uren achtereen onafgebroken voortduurt, is er de grootste drukte. De pakketten moeten dan bezorgd worden op de treinen naar Hamburg, Anhalt, Keulen en Breslau. De op de stations bezorgde pakketten worden met de adressen, waarop de stations en het getal pakketten vermeld staan in de spoorweg-postbureaux in ontvangst genomen en door de beambten onder weg allengs afgegeven. De Pruisische postbeambte van den Anhaltschen spoorweg rijdt b. v. tot Leipzig mede, waar hij met het pakket voor Leipzig alle verder bestemde aflevert, terwijl hij de andere pakketten onderweg reeds op de verschillende stations aan de daar aanwezige beambten achterliet.

Met de uitbreiding der periodieke pers heeft ook deze inrichting in voortdurende uitbreiding harer terreinen en de vermeerdering van haar arbeidsvermogen gelijken tred gehouden. Sedert eenige jaren bezit zij nevens de hoofdpost een eigen lokaal. Terwijl door elkaar het getal pakketten in het jaar 1857 het cijfer van 5000 per dag niet te boven ging, bereikt het nu, zooals wij reeds zeiden, het getal van 7000.

De Pruisische Staatsbladen zijn sedert 1867 met die van den Noord-duitschen bond vermeerderd, die bij meer 'dan 40.000 exemplaren verzonden wordt. Geheel buitengewone plichten werden gedurende den veldtocht van 1866 het „Zeitungs-Comtoir" opgelegd en op voorbeeldige en stipte wijze, door het nazenden van couranten aan het voortrukkende leger, vervuld. Niet het belang der schatkist, ook niet alleen het voordeel van den conrantier wordt^door het «Zeitungs-Comtoir bevorderd , maar in de eerste plaats het belang van het publiek en het conrantenwezen zelf. De mogelijkheid om door groote offers een partikuliere inrichting van dien aard tot stand te brengen , schijnt twijfelachtig. De zekerheid , die een inrichting van den Staat bezit en waarborgt, zou bij een partikuliere onderneming altijd min • of meer te wenschen overlaten en eerst na vele moeite zou er een zoo voortreffelijke inrigting als het «ZeitungsComtoir tot stand komen. Gedurende een reeks van jaren heeft zich deze nuttige, prakt.sche en flink bestuurde inrichting staande gehouden en staat met het courantenwezen in Berlijn in nauwe verbintenis.

Wel .s waar laat het in sommige opzichten iets te wenschen over en de voortgaande ontwikkeling zal ook de een of andere nieuwigheid in het verkeer van het «Zeitungs-Comloh" invoeren , maar toch kan men over he algemeen zulk een voortreffelijke inrichting niets dan een bestendige uitbreiding en voortdurend bestaan toewenschen. Want deze uitbreiding rust op de toenemende uitgestrektheid der periodieke pers een der gewigtigste steunpilaren van den ontwikkelingsgang der beschaving.

National- Zeitung.

Het Journal fiir Buchdrucherlcunst behelst zeer uitvoerige verslagen van den zweiten allgemeinen öslerreichischen Buckdruckertag en van een herinneringsfeest door den Besangverein « GutenbergBund" gehouden.

Na al de pret, die daar gemaakt werd, opgesomd te hebben, eindigt de verslaggever aldus:

Uit bovenstaand is te bespeuren, dat de Weener boekdrukkers zeer opgeruimd zijn. Zij hebben er dan ook reden toe, want 't gaat hun sedert eenigen tijd heel goed. In het voorjaar hebben zij langs minnelijken weg eene verhooging ad 20°/o van loon gekregen, terwijl het pensioen-fonds ter waarde van p. m. 9000 florijnen, in 1849 door de politie in beslag genomen, terug gekregen werd. In de laatste jaren werd aan contribtitiën 14000 florijnen ontvangen, zoodat het fonds op 1 Januarij 1869 een saldo van 23000 florijnen in kas had. Dit bedrag is als kapitaal vastgezet, de uitkeeringen zijn in dit jaar begonnen en worden bestreden nit de contributiën. De ouden van dagen, vijf in getal, krijgen 2 florijnen in de week.

Behalve dit fonds werd er eene Wedawenkas opgerigt, die ook al over de 8000 florijnen rijk is en niet vóór 1872 uitkeeringen zal gaan doen.

Op de boekdrukkerijen te Weenen is tegenwoordig volop werk. Die buitengewone drukte wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de oprigting van eene menigte maatschappijen en credietvereeni»in»en die de drukkerijen meer dan ooit te doen geven.

Onder de nieuwe maatschappijen behoort thans ook de «Erste Wiener Kunst- und Buchdruckerei-Actiën-Gesellschaft". Het hoofdidee van deze maatschappij is de oprigting eener drukkerij op grooten schaal te^Weenen. Oostenrijks hoofdstad breidt zich tegenwoordig nog sterker uit dan Parijs, trots de plannen van Haussman. Weenen begint nu in waarheid wereldstad te worden. Het verbedden van den Donau zal hiertoe zeegveel bijdragen en 't is moeijelijk te berekenen, hoeveel werk alleen deze onderneming aan de drukkerijen zal verschaffen. In elk geval kunnen de bestaande drukkerijen, overladen als deze met werk zijn, 't niet af. Bij de oprigting eener nieuwe groote drukkerij zal het meeste afhangen van het bestuur en de inrigting ; deze moet al het tot heden te Weenen bestaande overtreffen, tot zelfs de staatsdrukkerij, wat trouwens gemakkelijk gebeuren kan. De staatsdrukkerij heeft verscheidene kapitale gebreken , waaronder vooral genoemd kunnen worden het ouderwetsche systeem van de letters en de slechte lokaliteit. Er wordt ook lang zooveel toepassing niet gemaakt van machinerie als op Iedere andere partikuliere drukkerij. Eene nieuw opgerigte drukkerij kan daarom de staatsdrukkerij gemakkelijk den loef afsteken en zal 't zonder twijfel doen, wanneer zoo'u drukkerij goed bestuurd wordt.

Wat de staatsdrukkerij tot heden geweest is, heeft zij te danken aan haren Directeur Alois Auer, onlangs in 57jarigen ouderdom overleden. Het is van algemeene bekendheid, dat de staatsdrukkerij meer kon zijn dan ze is. Laat ons hopen, dat de tijd spoedig zal aanbreken, waarop ze geheel aan hare bestemming kan beantwoorden.

D.

Aan de Hoogeschool te Madrid is sedert kort door de Hoogleeraren aan die inrichting een nieuwe leercursus geopend, en wel bepaaldelijk voor letterzetters, boekbinders en boekverkoopers of voor leerlingen in die vakkeu. Die leercursus heeft geen ander doel, dan om praktisch onderricht te geven in de kennis van het alphabet eu de spelling van de Arabische, Hebreeuwsche en Grieksche talen , terwijl men ook, doch op een ander uur, onderwijs geeft in de geschiedenis van de boekdrukkunst en hare ontwikkeling, meer bepaald in Spanje. Beide lessen worden gratis verstrekt; men meldt dan ook dat vooral van de eerstgenoemde leercursus zeer druk gebruik wordt gemaakt.

gedrukt bij c. blommenbaal.

Sluiten