Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

344

Jen de verschillende ateliers door calorifères verwarrad. Al de ateliers en arbeiderswoningen waarin de werklieden van Mame wonen, zijn met elkander verbonden en door tuinen omringd waarin de kinderen der werklieden, buiten hun schooltijd eene luchtige en gezonde speelplaats vinden.

Meer dan 1200 werklieden vinden thans binnen de moren van dit etablissement hun brood. Daarbuiten geeft het aan een nog grooter getal de handen vol werk in de alleen voor de heeren Mame werkende papier- en inkt fabrieken , lettergieterijen, leerlooierijen enz,

Als eene kleine bijzonderheid zij hier nog vermeld, dat hel geheele personeel inwoners van Tours en omstreken zijn , waarvan velen , als leerlingen op nog jeugdigen leeftijd in dit atelier opgenomen, daarin geheel bekwaam gemaakt worden voor hun werk.

(Wordt vervolgd).

Het een en ander over het „Byroii-sehandaal".

Ieder die geen vreemdeling is in de Engelsche letterkunde der laatste weken en in dien tijd de Engelsche couranten en tijdschriften inzag, heeft zeker wel kennis genomen van het zooveel gerucht makende opstel van Mevrouw Beecher Stowe over Lord Byron. — Iedere courant, van de Times af tot het kleinste halvestuiversblaadje toe, had daarover een artikeltje en verveelde menigmaal hare lezers door ellendige opstellen over het al of niet rechtmatige van Mevr. Stowe's daad. De Saturday-Review gaf aan deze kwestie den naam van »Byron-schandaal" en de Engelschen namen zoo levendig deel in dezen strijd dat er spoedig twee partijen ontstonden waarvan de eene voor Byron en de andere voor Stowe gestemd was. Zooals bekend is drijven de Engelschen zulk soort kwestiën somtijds wel wat al te ver; zoo bleef b. v. b. de Byron-Stowe-kwestie niet alleen tot de couranten en gesprekken beperkt, maar er werd zelfs in twee kerken over gepredikt. Oe SaturdayReview verhaalt dat een predikant van den kansel af de partij voor Byron opnam, en hem vergeleek naar aanleiding van Mattheüs XXVI: 15 bij Jezus, die door Judas voor 30 zilverlingen aan de hoogepriesters overgeleverd werd. — Evenzoo had Stowe met Lord Byron gehandeld en hem voor een handvol dollars aan het oordeel der wereld overgeleverd. Tot haar straf zon Byron's schim haar voorzeker geen rust laten maar haar onophoudelijk plagen en vervolgen, zoodat het leven haar eindelijk tot last zon worden. Haar straf voor het door haar gepleegde verraad had zij nu reeds ontvangen , daar zij haar goeden naam te grabbelen gegooid, ja geheel verloren had. Een ander predikant van de tegenovergestelde rigting, vond die beschuldiging toch wel wat al te kras en verdedigde Stowe tegen de aanvallen van zijn collega, zoodat de gemeente, in plaats van eene stichtelijke leerrede niet anders dan eene polemiek over Byron te verduwen kreeg. — En wat is toch de reden dat dit opstel zooveel gemoederen in beweging brengt? vraagt misschien de een of ander die het hierboven meegedeelde leest. Wij zullen trachten om , in afwachting van het door den boekbandelaar Hotten aangekondigde boek , de geschiedenis van Stowe's opstel en al wat daar voor en tegen geschreven is, in korte trekken meê te deelen.

Die gaarne geheel op de hoogte van de zaak wil komen verwijzen wij naar de uitgebreide artikelen in de Saturday-Review N°. 723,

725, 727, Atlantic MontMy n",S), Mie millan s magazine

9, the Athenaeum , de September Nrs. en Mag. für die Literalur des

Auslandes N°. 41.

In het September-Nummer van ne Atlantic MontMy en van Mac Millan's Magazine kwam gelijktijdig een artikel voor van Beecher Stowe, getiteld: «The true story of Lady Byron" dat, zooals iedereen weet, veel opzien gebaard heeft en veel nadeel aan Stowe's naam bracht. — De reden hiervan is dat Stowe misbruik gemaakt heeft van het in haar door Lady Byron gestelde vertrouwen. Toen S. nl. in 1856 Engeland bezocht, ontving zij eene uitnoodiging va'n de weduwe van Lord Byron om een dag ten harent te komen doorbrengen. S. gaf aan dit verzoek gehoor en spoedig zaten de beide oude dames vertrouwelijk met elkander te praten, zelfs zóó vertrouwelijk dat Lady Byron, bijzonder ingenomen met S. die zooveel belang stelde in de ellende 'van de negers en van de menschheid in het algemeen, haar deelgenoot maakte van een geheim, dat zij sedert haars mans dood zorgvuldig verborgen en aan niemand geopenbaard had. De ongelukkige , in haar weduwenstaat zwaar beproefde vrouw, vertelde haar alles wat tusschen haar en lord Byron tijdens hun huwelijk voorgevallen was en welke ongegronde beschuldigingen men haar na zijn dood ten laste gelegd had. Zij vertelde haar hoe Byron, tijdens hun huwelijk een ongeoorloofde minnarij aangeknoopt had met zijne halve zuster Auguste (1) en hoe de scheiding van zijne wettige vtouw daarvan het gevolg geweest was. Na Byron's dood verscheen er een boekje van gravin Guicciom (eene vroegere beminde van Byron tijdens zijn verblijf in Italië) waarin de hatelijkste en grievendste beschuldigingen tegen lady Byron voorkwamen en algemeen geloof vonden. Lady Byron ondervond daarvan spoedig de treurigste gevolgen , daar zij bijna door iedereen met minachting bejegend werd en daar zij zich geheel onschuldig kende ann de haar ten laste gelegde beschuldigingen, kwetste haar dit te meer. Langen tijd had zij dit geduldig verdragen en een geheim gemaakt van

wat er van die geschiedenis eigenlijk waar was, totdat zij het ten laatste niet meer verkroppen kon en aan Stowe haar hart lacht gat. Zij ging zelfs verder en stelde haar een door haar geschreven en onderteekend geschrift ter hand, waarin zij uitvoerig alles beschreef wat betrekking had op het tusschen haar en Byron voorgevallene, met opgave van datums enz. enz. Zij vroeg aan Stowe of het met raadzaam zou zijn dit geschrift het licht te doen zien , om zich daardoor van de haar ten laste sclegde beschuldigingen te zuiveren. Stowk ried haar dit ten sterkste" af en ontving het handschrift van haar In 1869 , dus 13 jaar na haar gesprek met lady Byron en 9 jaar na het overlijden van deze laatste, geeft Stowe het zonder vroeger ontvangen toestemming van lady B. (zooals S. zelf in het bewuste artikel zegt) toch uit en geeft niet eene mededeeling van hetgeen in het handschrift stond , maar voornamelijk haar eigene gedachten, eene verheerlijking van lady en eene verguizing van lord Byron. In het Juni-nnmmer van het Temple-Bar-ilagazine kwam een arti¬

kel voor, getiteld: Lord Byrons married hfe, dat volgens het ooraeei van bevoegde beoordeelaars meer geloof verdient dan Stowes opstel en waarin de meesten der tusschen Byron en zijne vrouw voorgevallen zaken ten voordeele van de eerste uitgelegd worden. Het is zeer waarschijnlijk dat Stowe door de lezing daarvan, het denkbeeld opgevat heeft om ook eens aan de wereld meetedeelen wat zij van de kwestie wist en daarbij gebruik te maken van het haar ter hand gestelde document. Wat de bedoeling van haar opstel ook moge geweest zijn , winstbejag of liefde voor de waarheid en voor de nagedachtenis van haur overledene vrieudin , zooveel is zeker dat zij in de achting van velen harer vroegere bewonderaars aanmerkelijk gedaald is en langen tijd werk zal hebben om die weder te verkrijgen, niettegenstaande het keurige artikel in de Times, van de hand van lord Lindsay , die daarin de handschoen voor Stowe opnam en als haar verdediger en kampvechter optrad. .

Met algemeen verlangen wordt uitgezien naar de door Stowe beloofde Findicalion of the true story.

(1) Geboren in 1783 of 1784; haar moeder stierf toen zij aan haar het leven schonk. A's vader hertrouwde en uit dit tweede huwelijk werd lord Byron in 1788 geboren. Zfj waren dus kinderen van één vader, doch van verschillende moeders.

Een paar weken geleden is door de heeren Gustave Brunet en Pierre Jannet de le aflevering uitgegeven van een werk dat wel eene aankondiging in ons blad verdient. Wij bedoelen Quérard s welbekend werk «Les sujiercheries Uitéraires dévoilées", waarvan de tweede, herziene en vermeerderde druk onder de leiding van genoemde heeren het licht ziet en waaraan zij toegevoegd hebben den derden druk van Barbier's Dictionnaire des ouvrages anonymes.

Van het eerstgeaoemde werk verscheen de le druk tusschen de jaren 1846—1853 en was toen in 5 deelen compleet. Zoo als bekend is maakte dit werk bij zijne verschijning eene groote sensatie en werd het van allerlei kanten op het hevigst aangevallen. Dit kwam met doordat Quérard de grenzen der zedelijkheid overschreed of dat hij een leer verkondigde, die geheel van de gewone afweek, och neen, het kwam eenvoudig daardoor dat hij menigen auteur het masker afrukte waarachter hij zich verborg. Men zou zijn werk eene chronique scandaleuse der fransche letterkunde kunnen noemen, zooveel gepleegd bedrog, plagiaat, enz. wordt daarin opgesomd. Niettegenstaande, of beter, misschien juist door het wraakroepen der ontmaskerde schrijvers, maakte zijn werk een kolossalen opgang, waardoor Quérard' genoodzaakt werd spoedig de hand te leggen aan een tweeden druk. Toen in 1865 de le afl. (bevattende A—Amateur) afgedrukt en ter verzending gereed was, werd hij, helaas! door den dood aan de. wetenschap ontrukt en werd die le afl. niet uitgegeven , daar de uitgever niet zeker was of hij iemand zou kunnen vinden die Quérard's taak overnam en het werk voltooide. — Na verloop van eenigen_tijd vond hii do/pn man in den heer Gustave Brunet, die de menigte nage¬

laten papieren van Quérard gekocht had en, bijgestaan door den heer Pierre Jannet, de moeielijke taak aanvaarde.

Deze tweede druk onderscheidt zich daardoor van den vongen , dat de beide bewerkers daarin opgenomen hebben al de artikels over pseudoniemen voorkomende in Barbier's Dictionnaire des ouvrages anonymes, waarvan de le druk in 1806—1808 en de tweede druk m 1822-27 verscheen.

Velen onzer lezers, die wellicht niet met het uitstekende werk van Quérard bekend zijn, zullen misschien denken dat dit werk eene bloote opsomming van titels en opgave van auteurs is; dit is echter geenszins het geval. Dikwijls toch wordt de titelopgave gevolgd door eenige belangrijke historische en bibliographische aanteekeningen, afgewisseld door geestig vertelde anecdotes of verwijzingen naar de bronnen die men over die werkeu kan raadplegen. — Vooral de door Quérard voor beide editiën geschreven voorreden zijn hoogst belangrijk ; daarin vooral wordt door hem het masker opgelicht waarachter vele' gevierde auteurs zich verbergen en hen de veêren uitgerukt waarmede zij zich getooid en van andere min bekende schrijvers gestolen hebben. Menigeen der eerstgenoemde auteurs komt er niet gemakkelijk af, o. a. wordt van Alexandep. Dumas (den vader) gezegd dat zijn naam »doit se trouver partout oii il y a des peccadilles littéraires> a signaler ".

Uit het voorgaande blijkt voldoende dat wij deze nieuwe uitgave met genoegen begroet hebben en haar in de aandacht der heeren confraters ten zeerste aanbevelen.

Die iets meer van Quérard weten wil, verwijzen wij naar het Nieuwsblad van 1865 N°. 52.

GEDRUKT HU BE.O.MMK.-.DA.S!..

Sluiten