Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

364

dan toch is het niet waarschijnlijk dat ooit weder zulk eene verzameling zal bijeengebracht kunnen worden. De hamerslag, die dezen koop op Vrijdag avond 26 November toewijst, zal daarom van veel beteekenis voor onze letterkunde mogen heeten.

Doch niet enkel de zoo bijzonder rijke pamphletten-collectie is het wat deze veiling zoo belangrijk maakt, ook de unieke verzameling over Amsterdam, de oude reisbeschrijvingen naar Oost- en West-Indien, de fraaie editien onzer oude en nieuwere schrijvers, waarbij van elk nummer iets bij zonders te vermelden viel, de zeldzame oude liederenboekjes en volksromans en vooral ook de nog nimmer hier tc lande geziene collectie geschriften van en over Luther en de Luthersche Kerk, tot wier leden de heer M. behoorde, alles uitmuntend geconserveerd en in nette hoornen bandjes gezet, dat een en ander vormt — om met de voorrede te spreken — veen zeldzaam schoon model van eene zéér fraaie, echt Nederlandsche bibliotheek, die evenzeer uitmunt door dagelijkheid van inhoud , als door een schoon, eenvoudig en duurzaam uiterlijk, een uiterlijk dat menigeu Franschen bibliophile zou doen watertanden.«

Even als bij vroeger in veiling verkochte bibliotheken, zal de heer Fr. Muller , naar wij hopen , onze lezers weder aan zich willen verplichten , door na den afloop van deze veiling ons een en ander omtrent deze merkwaardige bibliotheek meê to deelen , of naai- aanleiding daarvan onze kennis willen vermeerderen door een gerecht van bibliographischc causerie, zooals wij, te zeldzaam helaas! in onze kolommen vermogen op te nemen.

ters herinnerd diende te worden en wel op waardiger wijze, dan door deze schets plaats vond.

L.

S.

Een nieuw Plaatwerk.

Het najaar belooft rijk te worden aan kapitale ondernemingen. Kort geleden mochten wij melding maken van het schoon uitgevoerde van Lennep-Album, dat ons eerstdaags wacht, en nu weder zien wij de beide eerste afleveringen van P. H. Witkamp's «Geschiedenis der zeventien Nederlanden" verschijnen. Eene onderneming als deze, die met 400 oorspronkelijke houtgravuren, naar teekeningen van Nederlandsche meesters, versierd zal worden, verdient meer dan gewone belangstelling, omdat zij nog niet geëvenaard wordt in onze literatuur. Werd voor geïllnstreerde boeken te onzent de baan gebroken door den heer A. C. Kruseman, de firma I,. van Bakkenes & C°. toont door deze uitgave dat zij, zoo iets ondernemende, ten volle het gewicht besefte van de taak die zij op zich nam. Met het oog op den staat der houtgraveerkunst in ons land, behoort er werkelijk veel moed toe zoo iets te durven aanvaarden , vooral omdat de beschikbare stiften al meerendeels door andere ondernemende uitgevers zijn in pacht genomen. De vóór ons liggende aflevering en de gravuren die wij voor de volgende aflev. reeds gereed zagen, bewijzen echter dat er in ons land door volharding en onbekrompenheid veel kan gedaan worden, en beloven op dat terrein eene goede toekomst. De gravuren toch kunnen wedijveren met de beste, die hier gezien werden ; de druk is zooals wij die gewoon zijn van liet uitstekend atelier der Gebr. van Asperen van der Velde, terwijl de bewerking van den tekst toevertrouwd is aan eene pen, die wij allen als zeer consciëntieus hebben leeren kennen. Van harte wenschen wij de firma van Bakkenes geluk met haar denkbeeld om onze letterkunde met zulk een werk te verrijken, en vertrouwen dat haar van de zijde van 't publiek niet minder sympathie zal ten deel vallen als haar reeds door den handel werd betoond.

Den 27 October 1869 overleed te Arasterdam een oud Confrater , de Heer Gerrit Dirk Bom. Meer dan vijftig jaren mogt hij het voorr'egt smaken aan het hoofd zijner zaken te staan. Voor omstreeks een paar jaren geleden noopte hem zijn gezigt de leiding der zaken, aan zijne zonen over te laten, die hij zeker tot den einde toe zelf zonde hebben bestuurd, was opgenoemd gebrek niet overheerschend geworden.

Hij volgde ten jare 1786 zijn vader, den Boekverkooper Gerrit Bom, toen de firma G. Bom & Zonen, te Amsterdam op en legde zich terstond op den onden handel toe.

Met ijzeren wil wist hij de bezwaren, waarmede ook hij in geene geringe mate had te kampen, te hoven te komen, en was het "door zijn onverdroten ijver dat hij het doel zijns strevens bereikte. In 1830 voegde hij aan zijne debietzaak toe het vak van publieke boekverkoopingen.

Door, aan nimmer genoeg te waardeeren , en onzes inziens maar al te dikwerf verzaakt wordende beginselen vast te houden , won hij spoedig het vertrouwen dat hem ook in dit vak op allezins gewenschte wijze deed slagen.

De moeite en inspanning die hij zich getroostte voor zijne zaken , zijn zonder voorbeeld. Immer en altijd vond men hem bezig, geen oogenblik gmg ongebruikt voorhij. Geene opoffering was het hem zich onafgebroken aan zijne zaken te wijden, zich bijna alle genot ontzeggende , omdat dit als tijdverlies door hem werd geacht. Wij overgeweest W'j Zeggen• dat ziJD léven een onafgebroken arbeid is

Door zich onverdeeld te wijden aan de werkzaamheden uit de zaken voortspruitende , was het onmogelijk naar buiten te werken en in meer nitgebreiden kring nuttig te zijn

• i,U^tekln<ie f e9tTCr>»ogens en benijdenswaardige scherpzinnigheid hadden hem daartoe zeer dienstbaar kunnen zijn P

Hij leefde voor den hnisselijken kring. In omgang was hij aangenaam en b„ het gezellig verkeer kruidde hij zijn° onderhoud door zijnen , als mg«chapen en meer dan alledaagschen , humor.

, f v ® welk'00 V0t 'l6 d"s~de wetenschappelijke boekenkenners, welke m onze dagen schitteren,nogthans had Mj eene kennis van boeken als handelsartikel welke zeldzaam wordt overtroffen.

In het kort; hij was een man die tot de stillen in den lande behoorde, maar door zijne uitmuntende eigenschappen aan de confra-

Volgens het «Athenaeum" houdt Chaeles Dickens zich thans bezig met het schrijven van een nieuwen roman, die even als zijn vorige in maandelijksche afleveringen het licht zal zien. De eerste aflevering wordt tegen Maart a. s. verwacht.

Van Tennïson's nieuw deel tot zijn Idijlls of the King, zijn reeds meer dan twintig duizend exemplaren besteld geworden, ofschoon er nog geen blad van te zien is geweest.

Mesers Strahan & C°., de tegenwoordige uitgevers van Tfnntson , annonceren een nieuwe editie van diens werken in 10 keurige kleine deeltjes , door eene doos omvat. De prijs zal zijn 45 Shillings.

Bookseller.

Een paar dagen geleden las ik in een Engelsche Courant eene advertentie van de boekhandelaren Trübner & C°. te Londen, waarin zij eene belooning van 2 pond sterling (ƒ24,—) toezeiden aan hem , die hun het onloochenbaar bewijs kon overleggen dat er nog een exemplaar bestond of te krijgen was van Andreae Aloiati, Emblemata , gedrukt in 1522 te Milaan.

Van dit werk iets meer willende weten, sloeg ik Brunet's Manuel eens op en vond daarin eenige bijzonderheden vermeld , die ik , aangevuld met eenige aan andere bronnen ontleende opgaven, hier laat volgen.

Andrea Alciatus werd den 8 Mei 1492 in het vlek Alzati, digt bij Milaan, geboren en wijdde zich , op nog jeugdigen leeftijd , aan de regtsgeleerde studiën. Toen hij in 1514 als doctor in de regten gepromoveerd was, vestigde hij zich te Milaan en hield zich gedurende een paar jaren met de regtsgeleerde praktijk bezig. Zijn naam werd langzamerhand bekend, vooral door zijne geschriften, (o. a. door zijne Burgerlijk-rechterlijke Paradoxen), en spoedig kreeg hij leerstoel te Avignon. Het duurde niet lang of hij werd een der beroemdste regtsgeleerden van zijn tijd. Nadat hij ontelbare malen van woonplaats verwisseld en achtereenvolgens te Bourees.

Bologna , Pavia en te Ferrara gewoond had , stierf hij op den 12 Januarij 1550 te Pavia. Behalve eenige oudheidkundige verhandelingen, i b. v. »over de civiele en militaire ambtenaren in het oude Rome", | » over de maten en gewigten der Ouden", schreef Mi ook noe eene

Geschiedenis van Milaan tot den tijd van Justinianus. Onder zijn poëtische werken werden zijne «Emblemata" (Puntdichten over de deugden en ondeugden) tot in de 16e eeuw het meest gezocht. Tegenwoordig wordt dit boek bijna door niemand meer gelezen en zou waarschijnlijk niet eens een plaatsje krijgen in de bibliotheken der liefhebbers , ware dit niet om de houtsneden , waarmede de meeste uitgaven daarvan versierd zijn. Weinig werken in dit genre zijn zoo ontelbare malen herdrukt als dit en Brunet zegt, dat, als hij alle daarvan verschenen uitgaven wilde vermelden , hij er meer dan 50 noemen moest; daarom vermeldt hij alleen die editien , welke nog eenige waarde bij dc liefhebbers hebben. De eerste druk van 1522 verscheen in M ilaan in 8°. formaat en bevatte 43 pag. Spoedig werden , naar men zegt, de nog overige ex. door den auteur buiten den handel gebragt, zoodat de ex. die daarvan nog aanwezig zijn, tot de grootste zeldzaamheden behooren, zooals ook duidelijk blijkt uit de advertentie van Trübner.

De periodieke Pers in Konstantinopel.

Twintig jaren geleden — zoo schrijft men nit Konstantinopel — bestond er in de residentie van het Turksche Rijk slechts een enkele Turksche courant, en nog wel eene offlcieele; later kwam er een fransche bij. In gelijke mate als de bevolking meer lezen en schrijven leerde, deed zich ook de behoefte aan conrantenlectunr gevoelen en nam zoodanig toe dat Konstantinopel tegenwoordig niet alleen met andere staten concurreren kan, maar die zelfs overtreft door de verscheidenheid der talen waarin die couranten geschreven zijn.

Engelschen, Franschen , zelfs Italianen hebben op dezen vreemden bodem hunne couranten; arabische , persische, turksche, armenische, Servische, bulgarische en hebreeuwsche couranten reiken elkaar de hand, ook is er geen gebrek aan geïllustreerde of humoristische bladen; onlangs verscheen het le nummer eener damescourant, getiteld «Be Vooruitgang" , in de turksche taal geschreven. Een turksch tijdschrift getiteld « Oraher", met armenische karakters gedrukt, verscheen dezer dagen, en een clericaal katholiek-armenisch tijdschrift ontving wegens eenige in een oproerigen toon geschreven artikels, eene waarschuwing met bedreiging van schorsing, als het zich nogmaals aan die misdaad te buiten ging.

De Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde en geschiedenis: «Be Taal is gansch hel Volk,« te Gent gevestigd , heeft een prijskamp uitgeschreven op het volgende onderwerp : «Een historische roman uit de geschiedenis der Nederlanden," in de Nederlandsche taal geschreven, van ten minste 200 blz. druks in kl.' 8°.

De eenige prijs voor het best en waardig gekeurd werk bestaat in een som van 500 francs.

De mededingende stukken moeten vrachtvrij ingekomen zijn bij den secretaris der Maatschappij, Ph. van Cauteren, Statiestraat, 4. te Gent, vóór den lsten Januari 1871.

Het bekroonde stuk blijft het eigendom der uitschrijvende Maatschappij. 'De handschriften der onbekroonde stukken zullen door de schrijvers kunnen worden wedergeëischt.

gedrukt bij c. bi.ommekdaal.

Sluiten