Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F. 47. Zes-en-Dertigste Jaargang. 1869.

NIEUWSBLAD voorden BOEKHANDEL.

De Uitgave van dit Blad, dat Donderdags het licht

De Abonnements-prijs ie, met inbegrip van het Zon-

liet, geschiedt door j. m. van t ha aft te DONDERDAG dagsblad, ƒ1,75 per 3/m. De prijs der Advert. voor Gea-

'» Qravenhage, aan wien men de Advertentiën , ' bonneerden, van 1—7 regels 50Cts.> iedere regel meer

uiterlijk tot Woensdag-middag, franco gelieve toe te (jg X0VClll!)t'l' 1869 5 C'S' °Imame 3/2 m' Adverten*iën van Niet-Geabonn.

zenden. Alle briefporten komen op rekening der in- ' of Advert. door Geabonn. voor anderen geplaatst, 15 Cts.

zenders. per regel.

De Boekhandel en periodieke literatuur in Noorwegen ,

(naar aanleiding van La Norvège littéraire par Paul Botten-Hansen).

De Noorweegsche Letterkunde met hare Edda's en sagen in de klassieke Norröna-taal, die tegenwoordig nog slechts op het eiland IJsland onderhouden wordt, is eenc der oudste en voor de juiste keuuis vau de geschiedenis der Duitsche beschaving tevens eene der belangrijkste. Spreken wij echter van die , welke eerst n:i de uitvinding der boekdrukkunst algemeen bekend en verspreid zijn geworden, dan mag zij eene der jongsten genaamd worden , daar hare geschiedenis !□ dit geval eerst voor ruim een halve eeuw begint.

Gedurende dc vereeuiging met Deuemarkeu, toen Noorwegen zijn politieke onafhankelijkheid geheel verloren had , smolt de Noorweegsche letterkunde geheel en al met de Deensche samen; de voornaamste schrijvers van Noorwegen woonden in Kopenhagen en de taal werd voor beide landen dezelfde.

Het was natuurlijk dat in dezen onhondbaren toestand eene geheele verandering, zoowel ten goede als ten kwade, kwam , toen het land zijne staatkundige onafhankelijkheid weder herkreeg. Nadat men zoo lang T>eensch geweest was, wilde men nu ook weder geheel " Norsk" zijn. In de taal- en letterkunde merkte men dit niet alleen op door een alleszins lofwaardig streven om de taal van alle vreemde woorden te zuiveren , maar men ging zelfs zóó ver dat men eene echt-Noorweegsche taal wilde scheppen. Om dit doel te bereiken nam men zijn toevlucht tot de verschillende dialecten en vond daarin een rijke bron; ieder woord dat in de ooren der taalkundigen niet als Deensch klonk, werd als echt-Noorsch beschouwd en in de taal opgenomen. Daar iedere provincie echter haar eigenaardig volksdialect had , en b. v. de inwoners van Bergen geheel anders spraken en schreven als die van Christiania , was het natuurlijk gevolg van dezen maatregel, dat de laatstgenoemden de werken van de eersten of omgekeerd niet konden lezen of begrijpen zonder met een goed , uitvoerig woordenboek gewapend te zijn.

Nu de geleerden langzamerhand begrepen hebben dat zij een anderen weg moeten inslaan om hun doel te bereiken , en alle pogingen in het werk stellen om meer eenheid in hunne taal te brengen , is het te verwachten dat de Noorweegsche taal eens als derde onafhankelijke taal van Scandinavië zal optreden. Of het voor de intellectuele en staatkundige ontwikkeling zoo beter is, of dat het wellicht raadzamer zou zijn alle krachten aan te wenden tot het vereenigen van de drie landen onder eene taal, zooals eens in Denemarken ter sprake is gebracht, is een vraag, waarvan de beantwoording niet op onzen weg ligt; wij willen alleen, door middel vau het hierboven genoemde boek, een blik slaan op de vruchten van de Noorweegsche pers.

Het werk van den heer Hansen, La Norvège littéraire, is een keurig uitgevoerd boek van 271 pagina's, dat zijn ontstaan te danken heeft aan de groote Tentoonstelling van 1867. Het moest als gist strekken voor de tentoongestelde boeken en plaatwerken enz.; of het echter reeds tijdens de tentoonstelling verschenen was, weten wij niet, maar betwijfelen het zeer, daar op het omslag en den titel het jaartal 1868 prijkt en het eerst in het begin vau dit jaar in het Börsenblatt geannonceerd werd. Het Register, dat aan het werk toegevoegd is en de waarde daarvan zeer verhoogt, verwijst naar 650 schrijvers, waaronder ook aan Koning Karel XV eene plaats toegekend is.

In gelijke mate als de letterkundige voortbrengselen in aantal toenamen , moest dc boekhandel en boekdrukkerij natuurlijk toenemen. Gedurende de vereeniging met Denemarken , en zelfs nog geruitnen tijd na deze periode, werden de weinige Noorweegsche boeken uitsluitend in Denemarken gedrukt en uitgegeven. Van' eene regelmatige verbinding met het buitenland was geen sprake, evenmin was dit bet geval met vaste winkelprijzen ; in de eene stad kostte hetzelfde boek minder dan in de andere , ja zelfs in een en dezelfde stad moest men bij den ccnen boekverkooper meer betalen dan bij den anderen. In Noorwegen gaf de Deen Joiian Dahl in het jaar 1832 door de op¬

richting van een boekhandel den eigenlijken eersten stoot tot uitoefening des boekhandels naar het Duitsche voorbeeld ingericht; zijn landgenoot Gleerup volgde zijn voorbeeld en richtte in Lund (Zweden) een boekhandel op , beiden waren leerlingen van den Kopcnhaagschcn boekverkooper Gyldendal. Tegenwoordig bevinden zich niet alleen in de hoofdstad , maar ook in alle steden van Noorwegen goed geassorteerde boekhandelaren , die allo met elkaar in verbinding staau eu hunne zaken geheel op de Duitsche manier ingericht hebben.

De boekdrukkunst werd zelfs eerst later ingevoerd. Het eerste in Noorwegen gedrukte boek, een almanak, werd in 1643 door een rondreizenden boekdrukker, Tyge Nielsen uit Kopenhagen, in Christiania gedrukt. De eerste boekdrukker die zich in Noorwegen voor goed vestigde , was ecu Duitscber , Valentin Kuhn genaamd , wiens eerste werk bestond in het drukken van de Voslilla catechetica, hem door den schrijver, een zekeren predikant Chr. Bano , opgedragen. Spoedig werd dit boek door meerderen gevolgd en in 1807 werd eerst de tweede drukkerij in Christiania opgericht.

Tegenwoordig nemen de Noorsche drukkerijen een waardige plaats onder de anderen in. De druk is over het algemeen helder cn duidelijk, en, ofschoon eigenlijke prachtwerken hoogst zelden gedrukt worden , is zij toch met haren tijd medegegaan en levert vele wetenschappelijke werken in de meest verschillende talen; in Christiania is zelfs eene drukkerij, die de typen der verschillende Oostcrschc talen in voorraad heeft. Over het algemeen worden de Noorweegsche boeken met Duitsche, zeldzaam met liatijnsche letters gedrukt. Zoo als wij op de jongste tentoonstelling in Amsterdam (Paleis voor Volksvlijt, afd. Zweden en Noorwegen) zagen, leveren de Noorweegsche binderijen cn steendrukkerijen keurig werk en doen daarin voor anderen volstrekt niet onder, zelfs vonden wij daar een boek over Godenleer, waarvan de lederen band op het voorplat met een achttal chromo-lithographische medaillons versierd, gerust aan onze binders-tot voorbeeld gegeven kon worden.

In een land als Noorwegen , waar het klein getal inwoners (1,701,478 zielen) en de groote uitgestrektheid van het land (ruim 5799 vierkante mijlen) waardoor de inwoners ver van elkaar verwijderd zijn, goedkoope uitgaven en gemakkelijke verspreiding daarvan tot zeldzaamheden maken, ontwikkelt de dagbladpers haar gebeelen invloed. Zij is in vele gevallen de eenige weg, waarlangs de kundigheden verspreid worden , en Noorwegen is op wetenschappelijk , en vooral ook op belletristisch gebied , in de laatste jaren lang niet achtergebleven.

De eerste sporen van periodiek verschijnende werken vinden wij in het jaar 1760 , en als het eerste tijdschrift moet de op 25 Mei 1763 begonnen wekelijksche Norske Intelligent Seddeler beschouwd worden. In Bergen en ürontheim , waar in 1721 en 1739 boekdrukkerijen opgericht werden, verschenen in 1765 en 1767 de eerste weekbladen. Politiek kwam in deze bladen niet voor; alleen zorgden de uitgevers en redacteurs voor onderhoudende lectuur cn wachtten zich wel om over politiek te beginnen, daar de censuur, die in 1738 over de couranten gesteld was, spoedig daaraan een einde gemaakt en de uitgave van het blad verboden zou hebben.

De bekende Deensche Minister Stkuensee , schafte in 1770 wèl de censuur af, maar na zijn val werd zii weder ingevoerd en de bespreking van politieke kwestien werd aan de weekbladen, door eene ordonnantie van 20 October 1773, verboden. Verschillende wetten van 1790 en 1799 versterkten nog de maatregelen tegen de drukpers, cn in 1805 werd het verspreiden van valsche, onware berichten met zware straffen bedreigd. — Wilden de inteekenaren op weekbladen hun blad per post ontvangen , dan moesten zij eerst daarvoor eene Koninklijke toestemming erlangen. Zonder speciale vergunning mocht niemand een courant uitgeven, en niettegenstaande bovengenoemde censuur, bleef de uitgever voor de in zijne courant voorkomende artikels, verantwoordelijk. Slechts twee van zulke speciale vergunningen werden verleend, en eerst gedurende den oorlog met Engeland, Da de verovering der Deensche vloot in 1807, kwam er

Sluiten