Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

404

heer Uievez behoorde tot hen, die, in een tijd toen slechte vertolKmgen van buitenlandsehe geschriften lang niet onder de zeldzaamheden behoorden, de aandrift tot verbetering op dat gebied gaven.

Indische schoolwerken.

De Maatschappij »tot Nut van den Javaan" heeft onlangs, in eene harer vergaderingen , op het belangrijk verslag door den heer I. van IjIer opgesteld (die eerlang als hoofdredacteur van het Batav. Handelsblad naar Indië vertrekt) besloten onder anderen, aan eene commissie op te dragen :

A. Het uitgeven van een school-atlas, waaraan in Indië zoo groote behoefte bestaat;

B. Van schoolprenten, die, als ze op geschikte wijze worden uitgevoerd , den Javaan tot nadenken kunnen leiden ;

C. Van geïllustreerde schoolboeken, die evenzeer de meest voor den inlander geschikte soort zijn. Men wil dus niet te veel op eens; men wil een eersten stap, maar toch tevens verdere pogingen op allerlei wijs voorbereiden.

«Hoe kwam het toch dat de firma Cotta de meeste werken der Duitsche Classieken uitgaf, en dat zij daarvan het monopolie scheen te bezitten"? is eene vraag, die menigmaal gedaan werd voordat de genoemde werken «Gemeingut" van het geheele volk werden en ieder boekverkooper het recht had die te herdrukken, zoo dikwijls en in welk formaat het hem maar beliefde. — Het antwoord daarop is niet moeilijk te vinden, maar daarvoor moeten wij ons in gedachten verplaatsen naar het einde der vorige en het begin dezer eeuw, toen de firma Göschen haren boekhandel oprichtte. De heer G. was in het jaar 1752 geboren en kwam na een jeugd vol wederwaardigheden op 15jarigen leeftijd in de leer bij den Bremenschen boekhandelaar Kramer, in wiens zaken hij gedurende een paar jaren werkzaam was en door wiens voorspraak hij later als bediende aangesteld werd in den bekenden boekhandel van Crusius te Leipzig. Dertien jaren bleef hij m deze betrekking, geraakte daardoor in kennis met vele voorname geleerden, werd in vele voorname familiën geïntroduceerd en sloot een nauwen vriendschapsband met C. G. Körner.

In 1782 ging Göschen naar Dessau, waar in het vorig jaar eene "Buchhandlung der Oelehrten" opgericht was, die ten doel had, om geleerden in de gelegenheid te stellen , hnnne werken voor eigen' rekening te laten drukken. Hier vatte hij het besluit op zich in Leipzig te vestigen en sloot met zijn vriend Körner een compagnieschap, en reeds in 1785 bevatte de «Mess-Kalalog" eenige werken door hen uitgegeven, de namen van Dessau en Leipzig op het titelblad dragende. Langzamerhand namen Göschen's zaken een grooteren omvang en werd hein de uitgave der werken van Wieland, Bode en Mussaus opgedragen; hij geraakte daardoor in kennis mèt Goethe en Schiller en kon reeds in 1787 zijn compagnieschap met Körner ontbinden en zijne zaken geheel voor eigen rekening voortzetten. In 1787—1791 drukte hij de eerste complete uitgave van Goethe's werken.

Daar hij eene prachtuitgaaf van Wieland's werken met latijnsche letters wilde geven, vatte hij het plan op om zelf eene drukkerij op te richten, daar de bestaande drukkerijen niet naar zijn zin werkten. Het viel hem niet gemakkelijk om daarvoor van den Keurvorst eene concessie te verkrijgen, daar de gilden toenmaals nog in vollen fleur waren en hij niets van de boekdrukkunst geleerd had. Hij moest in zijn verzoekschrift aan den Keurvorst (waarop hij den éden Mei 1793 een gunstig antwoord ontving) bepaald verklaren, dat hij slechts -/met latijnsche letters naar het type van Didot" zoude drukken, die no» niet in Leipzig op eenige drukkerij voorhanden waren en veel fraaier zijnde dan de beroemde letters van Unger in Berlijn, voorzeker veel zonden bijbrengen tot den roem van de Leipziger boekdrukkerijen. Verder verklaarde hij dat hij uitsluitend voor zichzelven en slechts die werken zou drukken, die door andere drukkerijen niet konden geleverd worden. Niettegenstaande deze verklaringen werden hem door de gildebroeders alle mogelijke hinderpalen in den weg gelegd , daar deze wel begrepen dat een man als Göschen zich niet tevreden zou stellen met alleen met latijnsche letters te drukken, en daarin hadden zij het niet mis, daar hij, om de handen meer vrij te hebben, in 1797 zijne drukkerij naar Grimma verplaatste Op 14 Juli 1797 verkreeg hij de concessie tot vrije uitoefening van zijn ambacht.

Nadat hij de eerste Leipziger concessie verkregen had, begon hij aan zijne^ voorgenomene onderneming om een complete uitgave van Wieland s werken uit te geven, waartegen echter de firma Weidmann die het kopyrecht van 17 daarin voorkomende werken meende te hebben protesteerde, hoewel zonder resultaat. Göschen's uitgave zou iets buitengewoons zijn ; in 4 editiën tegelijk zag zij het licht. De groote pracht-uitgave in 42 deelen, 4°. formaat met latijnsche etters gedrukt en met 36 kopergravuren versierd, kostte 250 Thaler De dichter Seume had de correctie der proeven daarvan op zich ge-

kleiner 8 . 112' Thaler en de gewone uitgave 25 Thaler. Wat een verschil met tegenwoordig!

Ook van Kloi-stock's werken wilde hij eene dergelijke uitgave laten verschijnen; slechts 7 deelen verschenen hiervan? benzoo begon h,j eene pracht-mtgave van Homerus, vertaald door Wolpe cn eene uitgave van het Nieuwe Testament, door Griesbach, beid uitgaven werden echter met voltooid Langzamerhand kwamen de beroemdste mannen hem de uitgave hunner werken opdragen en ver schenen bij hem de werken van Schiller, Förster Houwaid Ifeland, Kind, Mullneii, Lessing, e. a. Voor schrijvers was hij

zelüzaam-

aven.

Indische schoolwerken.

De Maatschappij »tot Nut van den Javaan" heeft onlangs, in eene harer vergaderingen , op het belangrijk verslag door den heer I. van IjIer opgesteld (die eerlang als hoofdredacteur van het Batav. Handelsblad naar Indië vertrekt) besloten onder anderen, aan eene commissie op te dragen :

A. Het uitgeven van een school-atlas, waaraan in Indië zoo groote behoefte bestaat;

B. Van schoolprenten, die, als ze op geschikte wijze worden uitgevoerd , den Javaan tot nadenken kunnen leiden ;

C. Van geïllustreerde schoolboeken, die evenzeer de meest voor den inlander geschikte soort zijn. Men wil dus niet te veel op eens; men wil een eersten stap, maar toch tevens verdere pogingen op allerlei wijs voorbereiden.

een uitgever zoo als zij maar met mogelijkheid wenschen konden, daar hij hun voor hunne werken belangrijke, voor dien tijd, verbazend hooge honorariums gaf. Wieland o. a. ontving voor den 2den druk zijner complete werken 7000 Thaler! Geen wonder was het dns dat hij bij die heeren hoog aangeschreven stond , ieder schrijver, wiens werken door hem uitgegeven waren , roemde hem om 't zeerst en zelfs de hofraad Müllner , wien men niets naar den zin kon doen, was over hem tevreden.

In 1823 had hij ook zijn boekhandel naar Grimma verplaatst en het bestuur der drukkerij aan zijn oudsten zoon opgedragen. Zijne krachten namen allengs af en op 5 April 1828 stierf "hij in den ouderdom van bijna 76 jaren. Zijn geheele zaak, en alle zijne uitgaven gingen in 1838 aan de firma J. G. Cotta over, die daardoor in het bezit geraakte van het recht om de -werken van het grootste gedeelte der Duitsche classieken uit te geven.

(Annalen d. Typographie). L.

In een der jongste nummers van de lllustrirte Zeitung komt een portret voor van den uitgever Ernst Keil in Leipzig. De daarbij gevoegde levensschets is vooral daarom lezenswaardig, dat zij eenige bijzonderheden bevat van de voornaamste zijner uitgaveu , waaronder vooral die Garter.laube eene eerste plaats verdient. Daar van al zijne uitgaven de laatstgenoemde voorzeker het meest hier in het land bekend en verspreid is, deelen wij hier de volgende, aan genoemde levensschets ontleende , bijzonderheden mede.

Het eerste nummer van de Gartenlav.be, tegenwoordig een der goedkoopste en meestgelezene geïllustreerde bladen , verscheen den len Januari 1853 en vond niet dadelijk den bijval, dien deze kostbare onderueming verdiende, daar er maar 5000 ex. gedebiteerd werden. Toen de 2e jaargang aan den gang was, was dit getal reeds tot 14,500 gestegen en toch werden de kosten nog niet hierdoor gedekt. De uitgever gestroostte zich vele geldelijke opofferingen om door het verkrijgen der vaste medewerking van beroemde mannen , als Bock, Brehm, Karl Voigt, EosmHszler e. a. het debiet te doen toenemen. Zijné pogingen werden met goeden uitslag bekroond en het getal abonnés iteeg tot 35,500, en in 1860 was het reeds tot 86,000 geklommen, roen dit getal eenmaal bereikt was, groeide het dagelijks aan, zoodat le uitgever de voldoening had in 1861, dus 8 jaren na de oprichting van zijn blad, 100,000 ex. te moeten drukken; dit jaar was log niet eens teD einde, toen hij dit getal reeds met 600 vermeerleren moest. In 1863 maakte de plaatsing van een artikel, getiteld: Oer Untergang der Amazone, dat hij in conflict kwarn met de prnisische regeering, waarvan het gevolg'was dat de Gartenlaube een jaar ang in Pruisen verboden werd. Dat was een gevoelige slag voor den litgever, want niet alleen werd het getal abonnés hierdoor verminlerd en weder tot 100,000 teruggebracht , maar ook verschenen er erschillende gelijksoortige geïllustreerde bladen, die, hoewel zij niet ladelijk opgang maakten, toch gevaarlijke concurrenten konden worien. Als vergoeding voor de, door dit verbod geleden schade, werd e Gartenlaube in Zuid-Duitschland en vooral in Amerika meer beiend , en vond in die landen nieuwe abonnés, zoodat het getal exemilaren in 1865 wederom tot 130,000 gestegen was. De oorlog met 'ruisen in 1866 verminderde dit getal weder met 10,000 en de uitgave an het blad werd , na den intocht der Pruisen in Leipzig, op hoog evel zelfs geheel gestaakt. Eerst na den slag bij Königgratz werd it bevel ingetrokken en werd de .uitgave weder dadelijk begonnen. In et eerst mocht het blad niet in Pruisen ingevoerd worden, maar jen na verloop van eenige maanden ook dit verbod uit den weg genimd was, werd de Gartenlaube weder wijd en zijd verspreid en ;eeg het getal abonnés weder tot 21,500. Negen maanden later werd et debiet vergroot tot 83,000 ex. en thans, nn ook de bekende ïhrijfster Marlist onder de vaste medewerkers geteld wordt, worden f wekelijks niet minder dan 260,000 exemplaren aan de inteekenaren, ie door de geheele wereld verspreid zijn , verzonden.

Wij gelooven dat er niet vele van zulke goedkoope (I), rijk gelusfreerde en uitstekend geredigeerde weekbladen bestaan, die in zulk iü korten tijd, zulk een kolossaal getal inteekenaren verkregen.

L.

(1) De Gartenlaube kost slechts 2 Thaler per jaargang van 52 [immers, ieder minstens IJ vel groot.

uediuikt ku C. 11lommendaal.

In een der jongste nummers van de lllustrirte Zeitung komt een portret voor van den uitgever Ernst Keil in Leipzig. De daarbij gevoegde levensschets is vooral daarom lezenswaardig, dat zij eenige bijzonderheden bevat van de voornaamste zijner uitgaveu , waaronder vooral die Garter.laube eene eerste plaats verdient. Daar van al zijne uitgaven de laatstgenoemde voorzeker het meest hier in het land bekend en verspreid is, deelen wij hier de volgende, aan genoemde levensschets ontleende , bijzonderheden mede.

Het eerste nummer van de Gartenlaube, tegenwoordig een der goed-

fiuupsuj en lueesigeie/iGiic guimsiieerue Dlarten , verscheen den len Januari 1853 en vond niet dadelijk den bijval, dien deze kostbare onderueming verdiende, daar er maar 5000 ex. gedebiteerd werden. Toen de 2e jaargang aan den gang was, was dit getal reeds tot 14,500 gestegen en toch werden de kosten nog niet hierdoor gedekt. De uitgever gestroostte zich vele geldelijke opofferingen om door het verkrijgen der vaste medewerking van beroemde mannen , als Bock, Brehm, Karl Voigt , EosmHszler e. a. het debiet te doen toenemen. Zijné pogingen werden met goeden uitslag bekroond en het getal abonnés steeg tot 35,500, en in 1860 was het reeds tot 86,000 geklommen. Toen dit getal eenmaal bereikt was, groeide het dagelijks aan, zoodat de uitgever de voldoening had in 1861, dus 8 jaren na de oprichting van zijn blad, 100,000 ex. te moeten drukken; dit jaar was nog niet eens ten einde, toen hij dit getal reeds met 600 vermeerderen moest. In 1863 maakte de plaatsing van een artikel, getiteld: Der Untergang der Amazone, dat hij in conflict kwarn met de prnissische regeering, waarvan het gevolg'was dat de Gartenlaube een jaar lang in Pruisen verboden werd. Dat was een gevoelige slag voor den uitgever, want niet alleen werd het getal abonnés hierdoor verminderd en weder tot 100,000 teruggebracht , maar ook verschenen er verschillende gelijksoortige geïllustreerde bladen, die, hoewel zij niet dadelijk opgang maakten, toch gevaarlijke concurrenten konden worden. Als vergoeding voor de , door dit verbod geleden schade, werd de Gartenlaube in Zuid-Duitschland en vooral in Amerika meer bekend , en vond in die landen nieuwe abonnés, zoodat het getal exemplaren in 1865 wederom tot 130,000 gestegen was. De oorlog met Pruisen in 1866 verminderde dit getal weder met 10,000 en de uitgave van het blad werd , na den intocht der Pruisen in Leipzig, op hoog bevel zelfs geheel gestaakt. Eerst na den slag bij Königgratz werd dit bevel ingetrokken en werd de .uitgave weder dadelijk begonnen. In het eerst mocht het blad niet in Pruisen ingevoerd worden, maar toen na verloop van eenige maanden ook dit verbod uit den weg geruimd was, werd de Gartenlaube weder wijd en zijd verspreid en steeg het getal abonnés weder tot 21,500. Negen maanden later werd het debiet vergroot tot 83,000 ex. en thans, nn ook de bekende schrijfster Marlist onder de vaste medewerkers geteld wordt, worden er wekelijks niet minder dan 260,000 exemplaren aan de inteekenaren, die door de geheele wereld verspreid zijn , verzonden.

Wij gelooven dat er niet vele van zulke goedkoope (1), rijk geïllustreerde en uitstekend geredigeerde weekbladen bestaan, die in zulk een korten tijd, zulk een kolossaal getal inteekenaren verkregen.

(1) De Gartenlaube kost slechts 2 Thaler per jaargang van 52 nummers, ieder minstens IJ vel groot.

Sluiten