Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

423

VERANDERING VAN HOOFD-CORRESPONDENT.

Met 1 Januarij 1870 zullen de Heeren Schalekamp, van üt: Grampel & Bakker, in plaats van den Heer J. D. Svbrandi, als Correspondenten voor mij optreden.

Assen, Dec. 1869. Willem van Goecum.

NB. Verzoeke nogmaals niet dan op aanvraag in commissie te zenden. [2747]

Met onderling goevinden zullen met 1 Jan. 1870 de Heeren Schalekamp , van de Grampel & Bakker in plaats van den Heer C. L. Brinkman als Hoofd-Correspondenten optreden voor

Mtppél, 21 Dec. 1869. C. J. Stephanus. [2748]

VERANDERING VAN HOOFD-CORRESPONDENT.

Onder dankbetuiging aan den Heer H. J. van Kestkren, bericht ik, dat met 1° Januarij 1870, de Heeren Schalkkamp, van de Grampel & Bakker zich met mijne Hoofd-Correspondentic zullen belasten.

's Gravenhage, Dec. 1869. J. Andriessen Ja. [2749]

Onder dankzegging aan den Heer P. M. van der Made, voor de behartiging mijner belangen, berigt ik tevens den Handel, dat met Januarij a. s. de Heeren Schalekamp, van de Grampel & Bakker als mijne Hoofd-Corre9pondenten zullen optreden. Arnhgm, Dec. 1869. J. Heuvelink. [2750]

Onder dankbetuiging aan den Heer C. L. Brinkman voor de mij bewezen diensten, berigt ik, dat, te beginnen met 1 Januari a. s., de Heeren Schalekamp, van be Grampel & Bakker, mijne Hoofd-Correspondenten zullen zijn.

Koog aan de Zaan, Dec. 1869. P. Out. [2751]

iiret dank voor de soliede behandeling van den Heer C. L. Brinkman , Mberigt de ondergeteekende, dat van af 1 Januarij 1870, de Heeren Schalekamp, van de Grampel & Bakker als zijne Correspondenten optreden en op den lsteu en 15den van elke maand aan hem het

Zieriksee, 26 Dec. 1869. P. de.Looze. [2752]

VERANDERING VAN HOOFD-CORRESPONDENT.

Onder dankbetuiging aan den Heer C. L. Brinkman, strekt deze tot kennisgeving, dat de Heeren Schalekamp, van de Grampel & Bakker van af 1°. Januarij 1870,mijne Hoofd-Correspondenten zijn. Haarlem, Dec. 1869. A. W. Bruna. [2753]

De ondergeteekenden door aankoop eigenaars geworden zijnde van het maandwerk : BATO. EEN BOEK VOOR HET JONGE NEDERLAND. Redacteur W. Martkn Westekman , verzoeken beleefdelijk, ter voorkoming van oponthoud, alle bestellingen voor den jaargang 1870 aan hen te rigten.

De HH. Gebrs. Kraaij zijn eigenaars gebleven van de vroegere jaargangen. Bestellingen daarop gelieve men aan HEd. te doen.

Wij bevelen deze uitgave in de welwillende medewerking onzer Confraters aan.

Amsterdam, December 1869. Gebroeders Binger. [2754]

Ik recommandeer mij beleefd voor orders, op nieuwe jaarrekening, van Campagne's SCHOOLWOORDENBOEKEN DER ENGELSCHE riN FRANSCHB TAAL. Prijs van ieder gebonden ƒ1,20, verk. ƒ1,50; met premien 4/3', 7/6 en 15/12. Het algemeen gebruik dat van deze Woordenboeken gemaakt wordt, waarborgt hunne geschiktheid en degelijkheid. Met het nieuwe jaar kan ieder Confr. ligt een getalletje gebruiken.

Tiel, 25 Dec. 1869. H. C. A. Campagne. [2755]

Wilkie Collins, MAN AND WIFB. (Uitgave van Gebr. Belinfante).

De termijn van vooruitbestelling wordt verlengd tot 1 Februarij e. k.

Part. prijs: 10 cents per vel imp. 8°. van 8 pag., met de oorspronkelijke illustratiën; Netto: vier cents.

Premiën: 4/8', 7/6, 15/12. [2756]

FREDERIKA BREMER'S NALATENSCHAP.

Algemeen is door ons eene circulaire verspreid met het berigt, dat op 1 Januarij 1870 van de pers komt: FREDERIKA BREMER, HAAR LEVEN, HARE BRIEVEN EN NAGELATEN GESCHRIFTEN. In 2 deelen. Netto ƒ4,80, verkoop ƒ6,—; bij aanbieding ƒ4,50, met de premiën 4/3|, 7/6, 15/12.

Met 31 December .a.s. isdevooruitbcstellinggesloten. Confraters, die ex. in commissie verlangen te ontvangen, worden verzocht ook deze aan te vragen.

Haarlem, 23 Dec. 1869. de Erven Loosjes. [2757]

NAAMREGISTER VAN HERVORMDE PREDIKANTEN. 1870.

De inteekening wordt ult°. dezer gesloten en de prijs van ƒ1,50 op ƒ2,— gebracht, met 20% en 13/12. Prospectussen steeds verkrijgbaar.

'sHage, 23 Dec. 1869 de Erven Thierrv & Mensing. [2758]

Bij den Uitgever K. van Hulst te Kampen is van de pers gekomen: CIVIELE EN MILITAIRE BETREKKINGEN IN NED INDIK, MET OPGAVE DER AAN DEZELVE VERBONDEN INKOMSTEN. Door Tawon. Prijs 90 Cent. HET LANDVERHUUR OP JAVA. Aanvulling van Art. 6]2 van het beleid der Regeering van Ned. Indië; door Tawon. Prijs 30 Cent. [2759]

Verschenen bij'J. H. Gebhab» & C°. te Amsterdam: Mr. A. J. B Stoffels, EENE VEROORDEELDE (?) WETENSCHAP. (Met nog iets). — Een woord naar aanleiding van N°. 9 der Katholiek-N eder 1 andsche Brochnren - Vereeniging, handelende over de Kerk en Volkswelvaart. Prijs 60 cents.

DE HERVATTING DER SPECIEBETALING IN DE NOORDAM ERIK AANSCHE UNIE. — Finantieel-Economisehe Proeve. Prijs 25 cents.

Dit laatste wordt niet in commissie gezonden, doch alleen voor rekening afgeleverd. [276>)j

De tweede helft van : v. Vloten's BLOEMLEZING UIT DE NEDERL. DICHTERS DER 17de EEUW, is heden gezonden aan hen, die de plaatsing van het eerste gedeelte opgaven. Wie dit nog verzuimde, gelieve het spoedig te doen.

Arnhem. Is. An. Nijhoff & Zoon. [2761]

Gemengde Berichten.

Statistiek Jaarboekje.

In ons vorig n°. hebben wij met een enkel woord van het deswege in de Tweede Kamer gezegde gesproken ; wij laten hier dit in zijn geheel volgen (uit het officieel verslag der zitting van 9 December jl.)

De Heer de Bruijn Kops: Mijnheer de Voorzitter, ik wenscheen paar opmerkingen in het midden te breugeu naar aanleiding van hetgeen voorkomt in de Memorie vau Beantwoording op dit art. 62, betreffende de uitgave van het Statistisch Jaarboek. In de zitting van 4 December 1868 heb ik op het omslagtige en weinig practischc dier uitgave gewezen, vooral ook omdat een groot gedeelte van hetgeen daarin voorkomt, ook elders te vinden is, en dus eigenlijk doublé emploi daarstelt.

Dit jaar is in het Voorloopig Verslag uit meer dan eene afdeeling diezelfde opmerking herhaald. Nu vinden wij in de Memorie van Beantwoording, «dat de bij dit artikel gemaakte opmerking geen doel kan treffen", daar het Statistisch Jaarboek reeds sedert 1867 heeft opgehouden te bestaan. Die tijding was voor mij en vele leden dezer Kamer gewis eene nieuwstijding. De Memorie van Beantwoording zegt dat het Statistisch Jaarboek reeds in 1867 werd vervangen door een andere reeks statistische bescheiden, waarvan, naar ik meen, than3 een viertal stukken in het licht gegeven zijn. Ik verheng mij in de mededeeling van vervanging, en neem bij deze acte van de uitvaart van het Statistisch Jaarboek, eene uitvaart die zóó zacht heeft plaats gehad, dat niemand daarvan iets bespeurd heeft: noch de leden der Kamer die vroeger bovengenoemde opmerking maakten, noch, mag ik zeggen, de Minister zelf. Immers, toen ik in December 1868 mijne bezwaren opperde tegen de wijze waarop die uitgave plaats vond, ware mijns inziens niets eenvoudiger geweest dan — indien toen reeds die uitgave in 1867 had opgehouden — de Minister mij dat als antwoord op mijne bezwaren had medegedeeld.

Het voorberigt der nieuwe statistische bescheiden, in het Regeringsantwoord aangehaald, gaf tot zulk eene opvatting ook volstrekt geene aanleiding. Integendeel, er wordt gewezen op den omvang, dien het Jaarboek in de laatste jaren verkregen had, en op de verlioogiug van den post voor meer druk- en bindwerk, waardoor men zich in staat zag gesteld afzonderlijke statistisehe bescheiden over belangrijke onderwerpen uit te geven.

Dat moet dus, in gezonden zin, — het /.ij mij geoorloofd dit te zeggen, — veeleer opgevat worden, alsof, nevens de nieuwe bescheiden, de oude uitgave zou voortgaan. De vervanging wordt thans voor het eerst uitgesproken, — en, zoo als ik zeide, dit door mij bestreken werk is zoo zacht uitgegaan, dat zelfs de officiële uitgever het niet bemerkt heeft. Want toen ik, aangenaam verrast door het Regeringsantwoord, mij tot den uitgever vervoegde met de vraag of het nog uitkwam, antwoordde men mij "het niet te weten". In den zomer van 1868 was nog een deel verscheneu. Ik kom nu niet daarop, Mijnheer de Voorzitter, dat dit in strijd zou schijnen met de verklaring der Memorie'van Beantwoording, »dat het werk reeds in 1867 was veriangen", want door de omvangrijkheid van het boek zou het kunnen wezen, dat het laatst uitgekomen deel een vervolg op het voorlaatste uitmaakte. Ik wil dat zoo naauw niet nemen , maar bespreek slechts het geheel onjuiste der Memorie van Beantwoording, «dat de opmerkiDg van het verslag, wegens reeds lang geschiedde vervanging, geen doel zou treffen".

Nog eene opmerking, namelijk dat er tusschen het eerste deel van het antwoord en het tweede weinig overeenstemming was. In het eerste gedeelte wordt gezegd dat men het Jaarboek beeft afgeschaft, en in het tweede wordt gezegd dat het zoo kwaad niet was. Met huldebetoon wordt gewezen, dat dit werk, het eerste van dien aard, veel navolging in andere Rijken had gevonden enz. Ik kan mij die verdediging van hetgeen men heeft laten varen niet anders voorstellen dan als een goedhartige toepassing van dc hekendc spreuk: de mortuis nil nisi bene!

Wat nu eindelijk het voornemen betreft om nevens afzonderlijke statistieke bescheiden, ook een beknopter jaarboekje telken jare of om

Sluiten