Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HANDELINGEN

DER

Algeineenc Vergadering van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels,

gehouden te Amsterdam, den 9a™ Augustus 1869.

Tegenwoordig de Heeren : Van het Bestuur -.

W. H. KlEBEBGER. A. W. SYTHOPP.

J. C. Loman Jb. D. A. Thieme.

B. van Dijk.

Van de Provinciale Correspondenten:

Mart. Nijhoff. j. schüitemaker. w. F. Dannenfelseb.

Fan de Leden :

j. o. Altorffeb. J. w. Ltjtkie.

C. Baarslag, P. M. van der Made. c. T. l. Basting. h. w. Mooy.

P. M. Bazendijk. Ghr. Müller.

j. Beerendonk. j. Noordendorp.

A. Belinpante. S. van Nooten.

I. Belinfante. S. E. van Nooten.

j. l. Beijers. P. Odt.

A. Blomhert. k, W. Piokhardt.

Ch. Binger. G. Portielje, Jr.

G. Theod. Bom. 0. G. van der Post.

VAN DEN BeIEL. J. PrOOST.

c. l. Brinkman. y. Bogge.

c. Caarelsen. j. de Ruyter.

d. B. Centen. k. h. Sciiadd.

M. M. couvée. C. schillemans.

s. C. van doesbdbgh. c. l. schleijer.

D. Emkik. J. W. Schleijer.

h. w. Fischer. j. w. l. Seïffardt.

G. l. FüNKE. J. C. van den SlGTENHORST.

c. van Goroüm. P. N. Sombeek.

A. E. Grandia. h. Spanjaard.

j. M. van 't Haapf. F. S. van Staden.

c. van Helden. j. Stemberg.

j. Hessel. c. F. Stemler.

G. van Heteren. w. P. van Stockum.

j. Heuvelink. w. l. Stoeller.

j. j. Hofstede. M. j. Straub.

G. Holkema. j. G. van Terveen.

A. Hoogenboom. C. van Toinen.

j. Kamminga Kylstra. c. v. Asperen v. d. Velde.

G. van Kesteren. J. Voltelen.

H. j. van Kesteeen. A. j. R. Vos.

c. Kooykeb. w. r. P. de Vbies.

T. Koüwenaar. H. A. Tjeenk Willink.

P. Keaay Jb. W. E. J. Tjeenk Willink.

D. G. Keöbee Jr. W. J. Wijsmuller. H. van Lachteeop Jr. Joh. Ykema.

J. Leendertz. C. Zwaaedemakeb.

Terwijl nog vertegenwoordigd zijn :

door den Heer A. Belinfante, de Heeren J. Andribssen Jb. en B. J. Dona PlECK.

, I. Belinfante, de Heeren P. M. van

Cleef Pz. en G. J. Mingelen.

„ „ „ J. M. van 't Haaff, de Heeren P. J. Kraft

de Heeren P. J. Kraft

en J. C. W. MEN3ING

door den Heer J. Kamminga Kylstra, de Heer A. Planti-

nus Jz.

„ „ „ J. Proost, de Heeren U. A. C.

Proost en P. Pz. Proost.

„ „ „ W. P. van Stockcm, de Heer H. L. van Hoogstraten.

Dus in het geheel 89 leden, uitbrengende 99 stemmen.

De Voorzitter opent de Vergadering met een korte toespraak. Hij bericht, dat de Heeren Gebhard en ter Hoest kennis hebben gegeven, tot hun leedwezen verhinderd te zijn, deze Vergadering bij te wonen.

Daarna noodigt hij de Heeren C. van Gorcum , C. Kooijker en S. van Nooten uit, zich te constitueren als Stembureau ; deze verklaren zieh daartoe bereid.

Alvorens tot de ballotage der voorgestelde candidaten voor het lidmaatschap over te gaan, bericht hij, dat na verzending der punten van deliberatie nog zijn ingekomen aanvragen van de Heeren H. B. Blankenberg Jr. te Amsterdam en F. S. van Staden (firma geb. van Staden) te Amsterdam, wier namen reeds in het Nieuwsblad zijn medegedeeld, en later nog van de Heeren A. van Hoffen te Utrecht, H. G. van Steede te Hellevoetsluis en H. van Tussenbroek te Wageningen. Hij vraagt of de leden er

«noegen mee nemen, ook deze' nog ter ballotage toe te

laten; daartoe besloten zijnde, worden al de kandidaten met overgroote meerderheid tot leden aangenomen, behalve den Heer J. H. van den Berge te Breda.

De Penningmeester leest de rekening en verantwoording over het afgeloopen jaar, en die van vertalingskas; (zie

bijlagen A. en B) beide worden in handen gesteld van de Heeren S. E. van Nooten, J. W. Schleijer en W. E. J.Tjeenk

Willink, om daarover te rapporteren. Twee der nieuw benoemde leden, de Heeren C. Zwaardemaker en F. S. van Staden treden de Vergadering binnen, zij worden door

den Voorzitter verwelkomd, dien de Heer Zwaardemaker beantwoordt.

Daarop doet de Voorzitter, alvorens het verslag der han¬

delingen van het Bestuur in behandeling te brengen, eenige mededeelinsren tot aanvulling, en wel 1°. betreffende de

kwestie tusschen de Heeren Zalsman en Bokma: dat een der Bestuursleden, zich persoonlijk bij den Heer Bokma

vervoegd hebbende, dezen niet heeft aangetronen, en toen de zaak aan den provincialen Correspondent, den Heer W. Eekhoff heeft opgedragen, die, na zich van de waarheid der verklaringen van den heer Bokma te hebben overtuigd, geadviseerd heeft, om de zaak niet te vervolgen, met welk advies het Bestuur gemeend heeft zich te moeten vereenigen;

2°. dat de schadevergoeding aan den Heer Mus is uitbetaald,

zoo als reeds uit de rekening van den Penningmeester is

gebleken; 3°. dat de Heer H. Frijlink, die den Boekhandel heeft verlaten, zijn ontslag als lid der Vereeniging heeft genomen; 4°. dat de Heer Minister van Justitie zich bereid verklaard hebbende, om eene Commissie bij zich in particuliere audiëntie te ontvangen, aan deze na een langdurig onderhoud heeft medegedeeld dat hij niet alleen de zaak van het kopijrecht ernstig ter harte denkt te nemen, maar het ook zijn stellig voornemen is, om zoo spoedig dat zal kunnen geschieden, een ontwerp tot betere regeling van dat recht aan de Staten-Generaal in te dienen.

De Heer Schleijer acht deze mededeel'ng van hoog belang voor de Vereeniging, en drukt den wensch uit, dat eindelijk de pogingen van het Bestuur met een goeden

Sluiten