Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

uitslag zullen worden bekroond. Daarna vraagt de Heer van der Briel eenige inlichtingen, omtrent die Boekhande- ' laars welke, zonder lid der Vereeniging te zijn, door zich 5 aan enkele bepalingen te onderwerpeu, in de rechten der s leden treden. Nadat de Voorzitter die vraag beantwoord t heeft, wordt het verslag bij acclamatie goedgekeurd. 1

A i

De Voorzitter brengt daarop in behandeling het verslag 1 van Commissarissen van het Ondersteuningsfonds, en het j daarbij gevoegde voorstel, van den volgenden inhoud:

c

Art. 5 van het Reglement voor het Ondersteunings-Fonds, aldus f luidende: \ «Het beheer is opgedragen aan vijf Commissarissen." Te wijzigen als volgt:

«Het beheer is opgedragen aan een collegie van vijf Commissarissen.

Dit collegie belegt de gelden van het Ondersteunings-Fonds zoo veel ' mogelijk in inschrijvingen op het Grootboek der Nationale Schuld dezes 1 Rijks; het beslist (mits voltallig zijnde), bij meerderheid van stemmen 1 over de noodzakelijkheid van den verkoop van ingeschreven kapitalen, ] en is, telken reize, wanneer tot af- en overschrijving besloten wordt, ( bevoegd die te bewerkstelligen en de daartoe vereischte stukken bij het j Grootboek te teekenen en in te leveren, mits die teekening en inlevering door minstens drie leden van het Collegie geschiede. '

Het collegie van Commissarissen is bevoegd om door twee zijner 1 leden telken verschijndage de renten bij het Grootboek te ontvangen en ; daarvoor te kwiteeren; de alzoo ontvangen renten worden onmiddellijk , aan den Commissaris-Penningmeester afgegeven."

Dit voorstel wordt, even als het rapport, metalgemeene stemmen aangenomen; daarna doet de Heer J. Noordendorp namens de Commissie mededeeling van den staat der kas van het Ondersteunings-Fonds, (zie Bijlage C) die in handen gesteld wordt der Commissie met het nazien der rekeningen belast. Het rapport van den Heer Funke , betreffende het Nieuwsblad zonder discussie goedgekeurd zijnde, komt dat van den Heer J. L. Beijers, betreffende de bekendmaking der Nederlandsche Letterkunde in het buitenland, aan de orde. De Heer Beijers herinnert, dat hij daarin heeft voorgesteld, om in het vervolg, op advies van den Heer Hinrichs te Leipzig, de titels van Nederlandsehe boekwerken te doen opnemen in den HalbjaJirs-catalog in plaats van , zoo als tot dus ver geschiedde, in den Vierteljahrs catalog; hij deelt mede, dat de kosten daardoor met ongeveer 20 pCt. zullen vermeerderen. Overeenkomstig dit voorstel wordt besloten, en het rapport van den Heer Beijers goedgekeurd.

De Voorzitter bericht, dat het verslag van den Heer F. Muller, betreffende de bibliotheek, op den bepaalden tijd niet was ingekomen, en alzoo niet met de anderen kon worden verzonden; sedert is het echter in zijne handen gekomen. Hij leest den inhoud voor, luidende als volgt:

Mijne Heeren!

In de bibliotheek onzer vereeniging is gedurende het afgeloopen jaar weinig voorgevallen. De vermeerdering aan boeken was zeer gering en bestond uit:

Macray, Annals of the Bodleian library, eenige vervolgen van tijdschriften als: The Bookseller, Bibliophile Beige, Bibliographie de la France (welk weekblad onze bibliotheek steeds ten geschenke ontvangt van den Cercle de la librairie) — en voorts uit enkele boeken en belangrijke catalogussen welke ik uit het binnen- of buitenland' ten geschenke ontving en in de bibliotheek geplaatst heb. Bezoeken mogt de bibliotheek slechts 2 malen ontvangen, toch was er eenige meerdere belangstelling dan vroeger te bespeuren, blijkbaar in de vermeerderde aanvragen van boeken. En de aanvragen zonden voorzeker grooter zijn, indien de jongelieden te Amsterdam, in den boekhandel werkzaam, niet zelf eene bibliotheek hadden opgerigt, waarin vele der werken in onze bibliotheek voorbanden , ook aanwezig zijn. En zij toch zijn het voor een goed deel, die in den tijd hunner voorbereiding soortgelijke boeken gebruiken moeten ; de meesten onzer hebben, eenmaal in den stroom der bezigheden geworpen, zoowel den tijd als helaas! ook de zucht voor lectuur en bestudeermg dezer boeken verloren. Wel verre echter dat ik over deze rivaliteit van een andere biblioteek klagen zonde, zoo hebben we reden ons te verblijden, dat de geest van onderzoek en zelfoefening toeneemt onder de jongelieden, die eenmaal onze opvolgers hopen te worden.

ben zijdeling betoog van het belang eener bibliotheek als wij nu sedert 15 jaren bezitten ,s het besluit voor enkele jaren door het Börsenverein der Duitsche boekhandelaars genomen, om eene dergelijke bibliotheek in het lokaal der Beurs te Leipzig op te rigten, en waarvan de cataogus voor korten tijd het licht zag. In de laatste 80 jaren toch heeft de boekhandel en alle aanverwante vakken, inzonderheid hetcopyregt zulk eene groote verandering en verbetering ondergaan, dat het hoog tijd is de vrij aanzienlijke letterknnde over al die onderwerpen bijeen te verzamelen, iets wat later bijna onmogelijk zijn zal daar die letterkunde voor een goed deel uit kleinere stukken bestaat, die hoe belangrijk ook, niet meer te vinden zijn.

De catalogus der belangrijke Leipziger verzameling is aller aandacht waardig; ze is uitstekend bewerkt, systematisch gerangschikt, doch bevat slechts de titels der boeken zonder aanteekening. De bibliotheek telt ongeveer 1800 zoo grootere als kleinere werken doch geene catalogussen van openbare bibliotheken of belangrijke auctien, die van onze bibliotheek znlk een groot deel uitmaken. Toch behoeven wij ons de vergelijking van onze bibliotheek met die te Leipzig geenszins te schamen; natuurlijk zijn daar meerdere Duitsche en andere buitenlandsche werken, bij ons meerdere Hollandsche en Belgische aanwezig, doch bij ons is menig groot bebliographisch werk en tal van hoogst belangrijke catalogussen , die daar ontbreken.

Ik heb van deze nieuwe bibliotheek hier vooral melding willen maken om op nieuw het belang eener verzameling als de onze aan te toonen, en er den wensch bij te voegen, dat ze meer en meer gewaardeerd worde en tot nut van onzen handel strekke.* F. Muller.

Dit Verslag almede goedgekeurd zijnde, vraagt de Voorzitter of een der provinciale correspondenten iets heeft te rapporteren, betreffende hetgeen in hun ressort gedurende het afgeloopen jaar mocht zijn voorgevallen; hierop ontvangt hij een ontkennend antwoord, waarop hij hun en allen, die ook thans weder, door hunne uitgebrachte rapporten blijken hebben gegeven van hunne voortdurende belangstelling in den bloei der Vereeniging, namens de Vergadering dank zegt; in het bijzonder ook aan de Heeren Noordendorp en Caarelsen , aftredende Commissarissen van het Ondersteuningsfonds.

Hierop brengt hij aan de orde de volgende benoemingen: 1°. van twee leden voor het Bestuur, in plaats van de aftredende leden, de heeren J. H. Gebhard en A. W. Sijthoff. Gekozen worden de heeren J. W. Schleijer en M. Nijhoff, en in plaats van eerstgenoemde die zich niet verkiesbaar stelt de heer G. van Heteren. Deze neemt even als de heer Nijhoff de benoeming aan.

2°. van provinciale correspondenten, waartoe benoemd worden: voor Friesland de heer H. Kuipers , voor Overijssel en Drenthe de heer W. E. J. Tjeenk Willink, voor Noord-Holland de heer A. O Kruseman, voor Zuid-Holland de heer S. E. van Nooten, voor Zeeland de heer J. C. Altorffer, voor Noord-Brabant de heer M. H. Bezemer. Voor zoover tegenwoordig verklaren de benoemden zich bereid de hun aangeboden betrekking te aanvaarden.

3°. van twee Commissarissen voor het Ondersteuningsfonds, waartoe de heeren J. Proost en W. J. Wijsmuller worden gekozen, die daarin genoegen nemen.

4°. van den algemeenen Penningmeester, in welke betrekking de heer B. van Dijk wordt herbenoemd, en

5°. van een Penningmeester voor het Ondersteuningsfonds, welke betrekking aan den heer J. D. Sybrandi wordt opgedragen.

De Voorzitter noodigt hierop de Commissie voor het Vertalingsrecht uit, haar rapport ter kennis van de Verga• dering te brengen; zij voldoet daaraan bij monde van den i Heer Caarelsen (zie bijlage D.) Dit verslag goedgekeurd zijnde, brengt de Voorzitter aan de leden der Commissie ' den dank der Vergadering.

. Op zijn verzoek brengt de Commissie, met het nazien ! der rekening belast, bij monde van den Heer Schleijer haar : rapport uit. Deze verklaart alle stukken in de beste orde ; te hebben bevonden. Hij noodigt de Vergadering uit de rekeningen goed te keuren met dankzegging aan de Penningmeesters, de Heeren van Dijk en Noordendorp, en : daarbij den dank te voegen aan de Heeren Proost, die zich . verdienstelijk hebben gemaakt door de kostelooze levering ' der keurige banden van het feestverslag. De Vergadering ' besluit overeenkomstig dit advies.

i Thans komt aan de orde, de beraadslaging over de wijze t waarop in het vervolg het orgaan der Vereeniging zal worden uitgegeven. ' De Voorzitter wijst op den loop , dien deze zaak sedert de laatste Algemeene Vergadering genomen heeft. 3 Hij herinnert, dat deze haar wensch heeft uitgedrukt om i het Orgaan der Vereeniging in het vervolg tweemaal per - week in Amsterdam te doen verschijnen, en aan het Bestuur fc heeft opgedragen de noodige maatregelen te nemen, om ' aan dien wensch met den aanvang van 1869 of zoo dit I onmogelijk mocht blijken met 1° Januari 1870 gevolg te geven. De onderhandelingen naar aanleiding daarvan door het

Sluiten