Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3

Bestuur met den Heer van 't Haaff gevoerd, zijn in het verslag aan de leden medegedeeld, en door deze Vergadering goedgekeurd. Zij zijn afgebroken tengevolge van een belangrijk verschil van gevoelen tusschen het Bestuur en den Heer van 't Haaff , die meende dat de tweeledige wensch der Vergadering gevoegelijk in tweeën kon worden gesplitst: en wel zoo, dat het eerste gedeelte daarvan, (het tweemaal per week verschijnen) als hoofdzaak, het tweede, (de uitgave in Amsterdam) als bijzaak werd beschouwd. Het Bestuur daarentegen had gemeend, dat aan den tweeledigen wensch der Vergadering in zijn geheel moest worden gevolg gegeven, en noch de Heer van 't Haaff noch het TWiiu/het recht had tot die willekeurige verdeeling.

De Heer Schleijer vraagt of de Vergadering in deze niet op nieuw beslissen kan, en noodigt den Voorzitter uit, beide deelen van het ten vorigen jare genomen besluit ieder afzonderlijk aan discussie en stemming te onderwerpen.

Tv Vnrre/TTTir.K. heeft hiertegen bezwaar: het geldt thans

alleen de vraag, of de Vergadering haar vroeger besluit wil handhaven of niet. Het Bestuur heeft machtiging, om dit besluit in werking te doen treden, maar heeft gemeend daarvan o-een gebruik te moeten maken, nu de Algemeene

Vergadering kon geraadpleegd worden zonder schade voor de zaak.

De Heer Schadd verklaart zich mede tegen de motie van de Heer Schleijer. Het geldt hier volstrekt niet het

voorstel van één der leden, dat geamendeerd Kan wurueu Hij herinnert hoe de inhoud van het oorspronkelijk voor stt.1 aonmprVplüt verschilde van het daarop gevolgde be

sluit", dat nu op nieuw in behandeling is gebracht. Naar

zijne overtuiging behoort dat genananaaia ie worueu.

U»»>- Kbuv is het met den Heer Schadd volmaakt

eens. De vraag is alleen, of de Vergadering haar besluit Wil handhaven of niet. Een vroeger genomen besluit te amendeeren gaat niet aan. Acht zij zich daardoor bezwaard, zij kan het intrekken en een nieuw besluit nemen. Hij acht het echter noodig dat de Vergadering, alvorens deze kwestie nnrlpr tp hesnreken. zich verklare omtrent de beteekenis,

die zij heeht aan de uitdrukking: „het Orgaan der Vereeniffintr" Ta daarmede een bepaald Orgaan , en wel het

TMounMnA nan den Boekhandel bedoeld, of meent de Ver

gadering vrijheid te hebben, een eigen Orgaan op te richten, indien dit het eenige middel mocht zijn, om haar wensch vervuld te zien. Hij acht het van het grootste belang dat de Vergadering zich in laatstbedoelden zin uitsnrpVp nndat niet in hét vervolg de uitvoering van hare

besluiten van de willekeur van een enkel persoon afhanke¬

lijk worde gemaakt, maar de Vereeniging ook in dit opziVht 7,Vh o-eheel vrii en onafhankelijk kunne bewegen.

De Voorzitter gelooft dat dit recht der Vereeniging aan geen'twijfel onderhevig kan zijn, daar zij jaarlijks met den eigenaar van het Nieuwsblad onderhandelt over het voortzetfpn van het contract, dat dus telkens slechts voor één

jaar het orgaan der Vereeniging wordt. Wanneer dan wijzigingen daarin werden verlangd, heeft het Bestuur die steeds met den eigenaar besproken, en is er ook meestal eevnlo- aan gegeven. Naar ziine meening heeft deze Ver¬

gadering zich in de eerste plaats uit to spreken hoe zij haar

orgaan wenscht in te richten en aaarna op weiice wijze zy

daaraan Cfpvnlp- zal aeven.

De Heer Kraay stelt er prijs op, dat de Vergadering in de eerste plaats zal verklaren: dat de Vereeniging als onafhankelijk ligchaam een eigen, onafhankelijk orgaan behoort te bezitten.

De Heer Funke meent dat men dit kan uitmaken door eene kleine wijziging in het voorstel, en te lezen in plaats van : het orgaan : een orgaan.

tv Hpor v«n Stockum gelooft, dat de Vereeniging niet

verplicht is, het Nieuwsblad van den Heer van 't Haaff

voor altijd als naar omcieei orgaan ic u.™™. u«» dit echter geregeld van jaar tot jaar gedaan ; zij heeft tot dusverre nooit moeielijkheden ondervonden , als het er op aan kwam wijzigingen of veranderingen in de uitgave te bedingen, maar heeft steeds bij den eigenaar een wilwillend oor gevonden , als daarover onderhandeld werd. Het Bestuur verschilt nu met hem in meening. De Heer van 't Haaft ziet een onoverkomelijk bezwaar in het voldoen aan een enkelen wensch; de vraag is nu, of die van zoo overwegend belang is, dat daarom alle betrekking met hem moet

worden afgebroken , en het niet beter zou zijn daarop terug te komen.

De Voorzitter is het met den Heer van Stockum eens, dat de vrijheid der Vereeniging , om een eigen orgaan op te richten, niet behoeft te worden uitgemaakt, maar jaarlijks uit de „Punten van deliberatie" blijkt. Bovendien heeft zij de door den Heer Kraay gewenschte verklaring reeds in haar laatste vergadering uitgesproken , toen zij het Bestuur opdroeg, om haar besluit uit te voeren, wel met den wensch dat dit zou geschieden in overleg met den Heer van t

Haaff, maar niet met den volstrekten last daartoe, nei uesiuui heeft die opdracht aanvaard, van haar handelingen gerapporteerd , maar is er niet in geslaagd , om in overleg met den Heer van 't Haaff aan den wensch der Vergadering

te voldoen; het zou nu volkomen gerechtigd zijn, om, al was het door de oprichting van een eigen orgaan, aan het besluit der Vergadering gevolg te geven; het heeft echter gemeend, alvorens tot dien maatregel over te gaan, de Vergadering nog eens de vraag te moeten voorleggen : Zal men nu , omdat de Heer van 't Haaff niet goedvindt aan het tweede gedeelte van uw wensch te voldoen, een

eigen othcieel orgaan opncnten , ot zal men in zijn uraiuu berusten ?

De Heer Kraay vindt in de woorden van den Heer van Stockum aanleiding, om op de behandeling van zijn voorstel aan te dringen, opdat duidelijk blijke, wat de Vergadering

wil; hij stelt nu voor : „ dat cle v ergaaenng uepaie, -ure» 1 Januarij IS70 te beginnen met de uitgave van een eigen onafhankelijk orgaan."

De Voorzitter verklaart zich bereid , dit voorstel in behandeling te brengen.

De Heer van 't Haaff vraagt , of het de bedoeling is, dat in dit orgaan ook advertentiën zullen worden opgenomen , en op die wijze de Vereeniging eene industrieele onderneming in 't leven zal roepen, die concurreren zal met de bestaande onderneming van een harer eigen leden. Hij gelooft, dat het niet kan worden goedgekeurd, dat zij op die wijze een harer medeleden zou benadeelen.

De Voorzitter zegt, dat het antwoord op de eerste vraag alleen door de Vergadering kan worden gegeven. Wat het recht der Vereeniging betreft, om een eigen orgaan op te richten, naar ziin eigen persoonlijk gevoelen, is dit onbe¬

twistbaar ; hij ziet niet in , waarom de Vereeniging een recht

zou missen, dat ïeüer anuer licnaam neeii., cu wamuiu

zij daarvan niet evenzeer als het Börsenverein in Duitscniana

gebruik zou mogen maken.

De Heer van 't Haaff vraagt, of bij de oprichting van het Börsenblatt ook particuliere belangen zijn gekrenkt.

De Heer "RnNKE antwoordt, dat het Börsenblatt tot het

jaar 1834 particulier eigendom geweest, en toen door het

tSorsenverem aangeuocnt is. nij wijsi er ccuuji up, u.> oi toen reeds meer concurrenten waren , en er tegenwoordig ook nog bestaan.

De Heer Kraay neemt uit het gesprokene aanleiding, om te herinneren, dat indien het Nieuwsblad thans het eenige orgaan van den boekhandel is, er reeds vroeger concurrentie heeft bestaan door de uitgave van het Weekblad voor den boekhandel; dat deze concurrentie indertijd gestaakt is in het belang der Vereeniging, maar niet met het doel om daardoor aan het Nieuwsblad een voortdurend monopolie te

verzekeren ten nadeele der Vereeniging. Deze heeft het recht

tot hare leden te spreken door haar eigen orgaau, en hij hoopt dat zij thans zal verklaren, dat zij met volkomen vrijheid van dat recht wil gebruik maken , onafhankelijk van persoonlijke consideratiën.

De Heer Funke wijst er op dat de tegenwoordige toestand onhoudbaar is, en de thans loopende jaargang en zijn geheel een dwaze vertooning zal opleveren met zijne gedurige herhalingen en tweeërlei redactie.

De Heer van 't Haaff deelt dat gevoelen niet. Ieder, die bekend is met de omstandigheden en de aanleiding tot de thans bestaande dubbele redactie, zal daarin niets onverklaarbaars of dwaas zien.

De Voorzitter herinnert, dat thans alleen aan de orde is het voorstel van den Heer Kraay; hij verzoekt de leden zich daarbij te bepalen.

De Heer van Stockum gelooft dat men bij de behandeling dezer vraag de bijzondere belangen van den Heer van 't Haaff niet mag over 't hoofd zien. Het Nieuwsblad is een particulier eigendom, dat steeds is gerespecteerd. De eige-

Sluiten