Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1919. No. 55 NIEUWSBLAD VOOR

DEN BOEKHANDEL

759

daarin de moeielijkste jaren moeten doormaken, die zij ooit gekend heeft en ieder onzer heeft in zijn zaken tijden van veel zorg beleefd. Nu de vrede overal een zucht van verlichting heeft doen opgaan, is het ons aller plicht de zaken weer op normale omstandigheden in te richten maar daarbij te bedenken dat een nieuwe toestand geschapen is. Ik zou ieder Uwer willen toeroepen: werk en tracht Uwe relaties uit te breiden. Nu is de tijd rijp om nieuwe zaken ter hand te nemen, om versche plannen te beramen en daarbij om anderen te overtuigen dat de lang verwachte vredestoestand een tijd moet worden van nieuwe studie, nieuw aanpakken en nieuwen durf. Wanneer deze overtuiging in den lande algemeen kon doordringen, zou naast andere takken van wetenschap, handel en industrie, ook ons vak een tijdperk van bloei tegemoet gaan, zooals nooit gekend is.

Onze Vereeniging, de meer dan 100-jarige, moet ook vooruit en Uw bestuur heeft gemeend door het indienen van de U bekende reorganisatie-voorstellen, waardoor aan onze Vereeniging een ruimer arbeidsveld gegeven wordt, den nieuwen koers aan te geven. Want voor eene vereeniging, als de onze die geen vakvereeniging genoemd kan worden, zal op den duur in de herboren maatschappij geen plaats meer zijn. Geen vereeniging dus die door haar tweeslachtigheid tot ondergang gedoemd is op den duur, maar een vereeniging aan het hoofd van het geheele boek- en grafisch bedrijf, ordenend en regelend, en de zuivere vakkwesties overlatende aan de zuivere vakbonden.

In ons jaarverslag heeft U alles gelezen wat over 1918 te memoreeren valt. Wij verloren vele geziene leden door den dood. Ons eerelid Louis D. Petit ontviel ons en ook onze oud-penningmeester S. Warendorf Jr., mannen wier nagedachtenis bij ons in hooge eere zullen blijven. Daarnaast verheugen wij ons over eenige jubilea in ons vak, waarbij vooral de 70ste verjaardag van ons eerelid W. P. van Stockum jr. ons nog versch in het geheugen ligt.

Ons gebouw komt langzamerhand van het eerste plan. Wel baarde het ons nog vele zorgen en veel overleg, maar met moed en gezond optimisme zullen wij ook deze groot-

sche instelling onzer Vereeniging voor de Vereeniging behouden, zonder te groote finantieele opofferingen, al zal dan ook misschien ons nageslacht er eerst de groote vruchten van plukken. Ons gebouw staat in nauw verband met de finantiën onzer Vereeniging en deze finantiën zijn een der moeielijkste zaken, die Uw bestuur bezig houden. Van deze plaats past dan ook een woord van waardeering voor onzen penningmeester Nijhoff, die met groote ijver en liefde onze penningen heeft beheerd.

De prijsnoteering der Marken en de enorme daling in deze valuta hebben ons voor moeielijke beslissingen geplaatst. Van verschillende, zeer tegenover gestelde zijden, is het bestuur herhaaldelijk gevraagd een andere gedragslijn te volgen. Wij hebben steeds den middenweg bewandeld en meenen dat de moeielijke omstandigheden in aanmerking genomen, onze markenpolitiek, als ik het zoo noemen mag, ten slotte toch de groote meerderheid bevredigd heeft.

En alvorens nu deze vergadering te openen, want een lange openingsrede is met het oog op de groote en belangrijke agenda niet gewenscht, wil ik nog met een enkel woord U allen Debitanten, Uitgevers en Beoefenaars van aanverwante vakken, wijzen op het in den laatsten tijd dalend gebrek aan onderlinge waardeering en wederzijdsch vertrouwen. De debitanten hebben ernstige klachten tegen de uitgevers, de uitgevers beklagen zich over de debitanten en andere vakgenooten. Het past mij niet en het is ook verre van mij om hierin partij te kiezen, maar wel zou ik één zaak allen willen aanraden: vertrouw elkaar als lid van de Vereeniging. Laat alle onderlinge kleine kwesties niet in onze Vereeniging uitvechten, tracht onze Vereeniging niet te gebruiken om elkaar te overheerschen of vermeend onrecht ongedaan te maken. Laat deze zaken buiten de Vereeniging, die gij allen, uitgever, debitant of anderzins lief moet hebben en groot moet maken en die ge al te zeer zoudt schaden om haar te gebruiken voor de belangen van één groep. In de Vereeniging hebben wij allen elkaar noodig, in de Vereeniging mag geen tweedracht zijn, mogen geen belangen van één groep naar voren worden gebracht, maar moeten alleen besproken en behandeld worden: de belangen

Sluiten