Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1919. No. 55 NIEUWSBLAD VOOR

DEN BOEKHANDEL

761

Commissie voor het Pensioenverzekeringsfonds de heer J. J. van D r u t e n ; tot Commissaris voor de onroerende eigendommen de heer Allert de Lange; en in de Commissie van Scheidslieden de heeren Allert de Lange, J. P r o o s t j r., J. C. Tadem a en mr. J. G. Robbers jr.

In behandeling wordt genomen Voorstel I der Agenda, luidend:

10. De Vergadering besluit dat de Vereeniging zich ontwikkele en zoo noodig worde gereorganiseerd tot een Standsvereeniging van het gansche Boek- en Grafisch bedrijf onder uitdrukkelijk voorbehoud

a, dat de tegenwoordige leden en zij die als zoodanig nog mochten worden aangenomen het uitsluitend recht behouden op de bezittingen en instellingen der Vereeniging.

b. dat de onderlinge bescherming welke zij krachtens Art. 13 en het Verkeersreglement genieten hun zoolang gewaarborgd blijft tot op andere wijze daarin voldoende is voorzien.

2». De Vergadering draagt het Bestuur op om met inachtneming van het onder 1°. a en b genoemd voorbehoud voorstellen tot wijziging van de reglementen aan het oordeel van de algemeene vergadering te onderwerpen, zoodat het onder 1°. bedoelde voorstel verwezenlijkt wordt. Zij geeft het Bestuur het recht zich uit verschillende groepen leden te assumeeren en noodigt het uit ten spoedigste op eene daartoe speciaal bijeen te roepen Algemeene Vergadering de noodige wijzigingen in te dienen.

De heer J. C. T ad erna: Ik vertrouw dat allen met belangstelling van dit voorstel hebben kennis genomen; ik ontveins mij echter niet dat de indruk zeer verschillend zal zijn. Er zullen er zijn die zich afvragen waarom geen meer gedetailleerde voorstellen gegeven werden; anderen zullen meenen: wat moeten wij met die aanverwante vakken, wij zijn boekhandelaren en uitgevers, en de Vereeniging moet voor ons zoo blijven. Dit zijn de behoudenden. De voorstellers bedoelen met. dit voorstel niet anders dan een handleiding te geven naar het terrein waar wij heen moeten, en wij vragen den leden: wenscht gij ons in die richting te volgen. Onze Vereeniging zal spoedig velen niet meer voldoen; voor de uitoefening van het vereenigingsleven zal een terrein bijgetrokken

moeten worden, waarop de Vereeniging zich kan uitbreiden. Het boek- en grafisch bedrijf heeft zich vereenigd in bonden, welke veelal vijandig tegenover elkaar staan, wat te begrijpen is, daar zij commercieele belangen vertegenwoordigen. Er is echter een belang dat den geheelen grafischen stand vereenigt. Uitgevers en debitanten hebben belang bij de tarieven voor de druk- en bindprijzen, welke den prijs van het boek bepalen. De Vereeniging heeft dus öf te gaan op vakvereenigingsterrein en dus vakvereeniging te worden, öf zich boven het geheele grafische bedrijf te plaatsen.

De Centrale raad is vaak sceptisch en met wantrouwen beoordeeld. Onbekend maakt onbemind en dit geldt ook hier. Deze beoordeeling van den Centralen raad is niet billijk; een voorbeeld: de heer Couvée beklaagde zich dezen morgen over het nemen van een besluit buiten den Debitantenbond om; dit zou onmogelijk zijn in den Centralen raad.

De commissie heeft officieus werk gedaan. In het Bestuur gevoelde men, dat het geheele gebeuren in het grafisch- en boekbedrijf buiten de Vereeniging om ging. De commissie heeft nu besproken en onderzocht en wijst in een bepaalde richting; alvorens verder te gaan vraagt zij echter een officieele erkenning, waarna zij in de aangewezen richting voort kan gaan. De leden der Vereeniging behouden hunne rechten, en nemen de tijden, wat het vakverenigingsleven betreft, een anderen keer, wat spreker niet gelooft, dan is er niets verloren, en kan de Vereeniging haar krachten geven aan het vak.

Wij vragen dus uwe toestemming en zullen dan met gedetailleerde voorstellen tot u komen.

De heer P. A. H e m e r ij c k verklaart zich tegen het prijs geven van de Vereeniging, opgebouwd door debitanten en uitgevers, zoodat men tegenover een coalitie van drukkers enz. komt te staan, en de debitanten niets meer daartegen zouden te zeggen hebben.

De heer VincentLoosjes: Het spijt mij te moeten zeggen dat ik met deze voorstellen niet kan medegaan. De toelichting spreekt onophoudelijk van eene vereeniging van boekhandelaren en aanverwante vakken; historisch heeft de boekhandel echter niets met de aanverwante vakken te maken gehad. Eerst in '70 konden beoefenaren der aanverwante vakken lid worden, doch werden

Sluiten