Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

998

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

1919. No. 73

Bond opgerichte-reclame-bureau dat daadwerkelijken steun van de leden noodig heeft .en verdient.

Ten slotte wekte spr. de leden van den Bond op tot daadwerkelijke samenwerking.

De secretaris van den Bond, de heer Meulenhoff, bracht het jaarverslag uit. Het afgeloopen jaar was voor de uitgevers zeer moeilijk, zoowel door de hooge prijzen van het materiaal, als door de belemmerende beschermende bepalingen, door de grafische bonden ingevoerd. Voorts kwam de Bond te staan tegenover een combinatie gevormd door debitanten, de N. V. Voorraadkantoor van den Ned. boekhandel, welke combinatie door den Bond niet kon worden erkend.

Tot penningmeester werd bij acclamatie herkozen de heer W. de Haan.

Op voorstel van het bestuur werd de contributie voor het komende jaar vastgesteld op ƒ 35.

De Bond zal ook deelnemen aan de vierde Ned. Jaarbeurs. De penningmeester wekte de leden op zich alsnog daartoe op te geven, daar met October de prijzen onherroepelijk verdubbeld zullen worden.

De heer Meulenhoff zag gaarne aandrang op het Jaarbeursbestuur geoefend om ook particulieren op de beurs toe te laten; dit is voor den boekhandel van groot belang. De penningmeester zal te dien aanzien met het Jaarbeursbestuur besprekingen voeren.

De heer Brusse meent dat de Bond zelf tot een expositie zou kunnen komen, buiten de Jaarbeurs om.

De voorzitter deelt mee dat het bestuur te dien aanzien diligent is. Plannen voor een zoodanige gezamenlijke expositie, hetzij te Amsterdam, hetzij te Utrecht, zullen de leden eerlang bereiken. Men had reeds een expositie in het Boekhuis op het oog, doch kon daar niet slagen. Daarom houde men zich voorloopig aan de Jaarbeurs.

Tot secretaris van den Bond werd gekozen de heer J. E. Belinfante, die de benoeming aanvaardde.

De heer Meulenhoff deed eenige mededeelingen omtrent de tentoonstelling «Het geïllustreerde Boek», in November a.s. in Amsterdam, als onderdeel der Jaarbeurs voor Kunstnijverheid te houden. Deze tentoonstelling kan voor de uitgevers van veel belang zijn. Spr. wekte tot deelneming op. Tot leden om in de commissie van voorbereiding

zitting te nemen werden bij acclamatie benoemd de heeren v. Dishoeck, Brusse en Oosthoek.

De ondervoorzitter, mr. J. G. Robbers, deed eenige mededeelingen inzake het reclame-bureau bovengenoemd. Dit bureau zal, naar men hoopt op 1 November kunnen gaan functioneeren. De oprichtingskosten van het bureau zijn geraamd op ruim ƒ 17.380, de exploitatiekosten per jaar op ƒ 4617.50. Het bureau belast zich met het ontvangen van circulaires e.a. van de uitgevers en het doorzenden daarvan aan diverse adressen. Het tarief had men zich gedacht als ƒ 5 per duizend exemplaren, doch spr. vroeg de vergadering of deze het niet voor verhooging vatbaar achtte. Het bureau zal ook moeten steunen op medewerking der leden. Wellicht zal in den loop van het komende jaar één obligatielening worden uitgeschreven.

Na het noenmaal is in behandeling gekomen het voorstel van het bestuur ter uitvoering van het op 13 Juni 1918 genomen bindende besluit, waarbij den leden werd verboden aan de N. V. Voorraadkantoor van den Nederl. boekhandel of soortgelijke combinatie, hetzij gedeeltelijk hetzij over het geheele land werkende, noch direct, noch indirect leveranties tegen aanbiedingsvoorwaarden te doen, het volgende te besluiten en dit besluit bindende kracht te verleenen: Het is den leden verboden tegen aanbiedingsvoorwaarden in welken vorm ook direct of indirect te leveren aan de bekende aandeelhouders van het \4porraadkantoor van den Nederl. boekhandel of hun firma's, noch aan aandeelhouders, wier namen door het bestuur later ter kennis van de leden mochten worden gebracht, tenzij door de aandeelhouders een schriftelijke verklaring zal worden geteekend, dat zij noch direct, noch indirect aan het Voorraadkantoor van den Nederl. boekhandel zullen leveren.

De voorzitter deelt omstandig het verloop dezer zaak mee. Men heeft getracht overleg te plegen met het Voorraadkantoor, doch zonder resultaat. Thans staan de Bond en dit kantoor tegenover elkaar. Het onderhavige voorstel is niets anders dan een logisch gevolg van het reeds genomen bindende besluit. Spr. heeft de overtuiging, dat dit Voorraadkantoor, wanneer het eenmaal werkt zooals het dit wenscht, in het

Sluiten