Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1000

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL 1919. No. 73

De voorzitter meent, dat men hiermee niet den goeden weg opgaat.

De heer v. Holkema stelt een motie voor, waarbij de vergadering, er prijs op stellend, dat de 5 pCt. debitantentoeslag zoo spoedig mogelijk verdwijne, en voorts een strijd tusschen uitgevers en debitanten willend vermijden, de groep schooluitgevers met grooten aandrang verzoekt het rabat op de schoolboeken te stellen op 25 pCt. en de andere groepen van uitgevers te verzoeken dit op 30 pCt. te brengen voor andere boeken dan schoolboeken.

De heer mr. Robbers dient een motie in, waarin de vergadering, gelet op het feit, dat per 1 Januari de prijzen der schoolboeken worden verhoogd, de schoolboekuitgever worden verzocht, een standaardrabat van 25 pet. te geven.

Omtrent beide motiesontspintzichdiscussie, en er worden eenige amendementen ingediend. De motie-v. Holkema wordt aldus gewijzigd, dat de vergadering, een strijd tusschen uitgevers en debitanten willend vermijden, de schoolboekuitgevers met den grootsten aandrang verzoekt het rabat op de schoolboeken op 25 pet. te stellen, en de wenschelijkheid uitspreekt, dat in de overige groepen worde onderzocht, of een hooger rabat dan 25 pet. mogelijk is.

Aldus wordt de motie aangenomen met 53 tegen 12 stemmen (1 blanco).

De voorzitter zal vervolgens nog een zeer belangrijk punt ter sprake brengen. In verband met geruchten het bestuur ter oore gekomen, heeft het zich gewend .tot het departement van koloniën en uit een brief vanwege het departement 's morgens ontvangen, was . thans het bestuur gebleken, dat het, ingevolge het besluit van den Volksraad, in het voornemen der Indische regeering ligt, van boeken, land- en zeekaarten, platen e. d. (dag- en weekbladen uitgezonderd) een invoerrecht van 10 pet. der waarde te heffen. (Teekenen van verontwaardiging).

Spr. wijst op dit zeer dreigende gevaar, dat het Nederlandsche boek bedreigt. Het ^bestuur van den Uitgeversbond zal in alle opzichten diligent zijn en trachten de Indische regeering op dit voornemen te doen terugkomen. In verband daarmee wordt een motie aangenomen, waarin met verontwaardiging tegen het voornemen wordt geprotesteerd.

Als plaats voor de volgende jaarlijksche vergadering wordt opnieuw 's-Gravenhage aangewezen.

De voorzitter stelt nog éen motie voor, waarin de vergadering, overwegende, dat de stijging van boek- en tijdschriftprijzen niet alleen een zeer schadelijken invloed oefent op de uitkomsten van het uitgeversbedrijf, doch bovendien in strijd is met de eischen van het geestelijk leven en de belangen van de volksontwikkeling; dat deze toestand ten deele verklaard kan worden als een gevolg van schaarschte van grondstoffen, duurte van levensbehoeften en hooge arbeidsloonen, overigens is veroorzaakt door de in de laatste jaren tot stand gekomen nieuwe bedrijfsorganisaties van de boekdrukkers, boekbinders,brocheerders en de cliché-fabrikanten;

dat die bedrijfsorganisaties als niet gezond beschouwd moeten worden, omdat zij geenszins uitsluitend uit de economische evolutie resulteerden, doch voor een groot deel gevolg zijn van een streven om elke onderlinge concurrentie onmogelijk te maken;

het bestuur opdnaagt:

a. zich namens den Bond aan te sluiten bij elke volgens zijn meening deugdelijke actie, die ten doel heeft daling van prijzen van levensbehoeften te bereiken of prijsstijgingen te voorkomen en bij elke z. i. deugdelijk geleide propaganda voor afschaffing van invoerrechten, voor vrijhandel;

b. maatregelen te beramen, die er toe kunnen leiden, dat in de bedrijven der drukkers, binders en cliché-fabrikanten de vrije concurrentie in eere worde hersteld.

Deze motie werd bij acclamatie aangenomen.

Bij de rondvraag worden nog verschillende punten ter sprake gebracht. Vervolgens wordt de vergadering gesloten.

«De hel». — Maandag 22 September stond voor de arrondissements-rechtbank te 's-Gravenhage terecht de boekhandelaar L. C. van Schaïk, te Scheveningen, beklaagd wegens het ten verkoop voorhanden hebben van exemplaren van «De hel».

Aan het .Algemeen Handelsblad' ontleenen wij het volgende verslag van het requisitoir van den officier van justitie, mr. Del Campo, en van het pleidooi van beklaagdes verdediger, mr. E. Polak:

Niet met onvermengde gevoelens, aldus mr. Del Campo, neem ik dit requisitoir.

Sluiten