Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1919. No. 74 NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

1017

N. C. Smith f

In den ouderdom van bijna 79 jaar is den 26sten September te Amsterdam overleden de heer N. C. Smith, vroeger directeur van het Bestelhuis van den Nederlandschen Boekhandel.

De overledene volgde in het jaar 1877 den heer A. Belinfante op in die functie, welke hij bleef bekleeden tot het jaar 1910.

Op Maandag, des middags te 2.30 uur, had op de begraafplaats «Zorgvlied» plaats de teraardebestelling van het stoffelijk overschot van den heer N. C. Smith.

Ter begraafplaats waren ter bijwoning daarvan aanwezig de heeren P. Nijhoff en H. D. Tjeenk Willink jr., namens Commissarissen van het Bestelhuis en voorts de heeren G. TheoöT: Bom, commissaris, en W. Winters, J. L. Willem Seyffardt, C. G. Campagne, D. P. Harting, M. M. Glerum, M. Bronner, J. Klaassen, beambte en J. Topman, werkman aan het Bestelhuis.

In den stoet waren aanwezig de heeren C. A. Adriaansen en Y. Rogge.

Bij de geopende groeve voerde namens Commissarissen van het Bestelhuis het woord de heer Paul Nijhoff. Ons heeft thans verlaten een man die bij allen bekend was en zich voor ieder verdienstelijk heeft gemaakt, onze oude vriend Smith, zeide spreker. Wij allen weten wat de overledene voor de Vereeniging en het Bestelhuis is geweest, een hoogst verdienstelijk ambtenaar, die met allen bevriend was, met het personeel kon omgaan.

Uit naam der Vereeniging en Commissarissen bracht spieker hulde aan de nagedachtenis van den overledene, onder nederlegging van de bloemenhulde der Vereeniging op het geopende graf.

De heer v. d. Belt, schoonzoon van den overledene, dankte namens de familiebetrekkingen voor de betoonde belangstelling.

N. C. Smith

Door den heer Redacteur van het Nieuwsblad werd ik als oud-commissaris van de N.V. Het Bestelhuis aangezocht om eenige woorden te wijden aan de nagedachtenis van den overleden oud-directeur N. C. Smith met wien ik in mijn vroegere functies herhaaldelijk samenwerkte.

Mijn kennismaking met den overledene dateert van den jare 1890, toen ik door aandeelhouders der N. V. het Bestelhuis tot commissaris gekozen, door mijn medecommissarissen benoemd werd tot penningmeester. In die functie was ik belast met het controleeren van het Kasboek van den Directeur, tevens administrateur, en had de staten te controleeren die den accountant ter hand gesteld werden om daaruit balans en Winst- en Verliesrekening op te maken. In al die jaren dat ik tot aan den overgang van de N.V. aan de Vereeniging die functie vervulde, bleek mij steeds de nauwgezette wijze waarop hij zijn administratie voerde. Bedenkt men dat hij daarvoor slechts gelegenheid vond des avonds nadat het Bestelhuis gesloten was en dat werd in die dagen eerst gesloten nadat de laatste zending aan de laatst vertrekkende boot of schuit bezorgd was en de pakken die den volgenden ochtend gepakt moesten worden in de vakken der committenten gedistribueerd waren, dan is een woord van hulde voor zijn werkkracht en werklust hier zeker op zijn plaats.

De stelregel van den overledene toch was, dat een expeditieonderneming, waaronder hij het Bestelhuis rangschikte, niet sluiten kon voor en aleer alles gedistribueerd was wat in den loop van den dag was ingekomen, een regel natuurlijk in strijd met de tegenwoordige opvatting betreffende een achturigen werkdag.

Ik herinner mij dan ook niet dat de Directeur N. C. Smith in al die jaren vacantie heeft genomen, zijn eenige uitgang was op den dag ééns per jaar dat Commissarissen hunne vergadering buiten Amsterdam hadden, eindigend met een rijtoer en diner en onze Directeur dan door den toenmaligen President-Commissaris P. Ch. Smith uitgenoodigd werd van de partij te zijn.

Voeg hierbij dat de N. V. steeds te kampen had, trots de verbouwingen, met plaatsruimte, veroorzaakt door het steeds stijgende aantal committenten en verwerkte Kilo's, een te kort aan ruimte ook van invloed op het aantestellen personeel, dan heeft het steeds mijn bewondering gewekt dat het den Directeur gelukte het werk zoo te verdeelen dat er geen stagnatie in dien chaos plaats vond.

De leerschool, die de overledene bij de firma van Gend & Loos had doorgemaakt, waardoor hij bodediensten, pakschuit en

Sluiten