Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1042

NIEUWSBLAD VOOR

DEN BOEKHANDEL 1919. No. 76

medeals ingezonden stuk opgenomen in eenige dagbladen, waarin van bedoeld verwijt op grondige wijze de onjuistheid wordt aangetoond. Wij doen zijne beschouwing hier volgen:

Het komt mij gewenscht voor, naar aanleiding van het vele en velerlei geschrijf in de couranten en de tijdschriften over den boekhandel en de markwaarde, de Nederlandsche boekenkoopers te overtuigen, dat een boekhandelaar geen woekeraar is wanneer hij bij Duitsche boeken thans de mark op ten minste 30 cents moet berekenen. Daarvoor is het niet noodig - zooals in de Haagsche Post geschiedt - vertrouwelijke nota's wereldkundig te maken - en evenmin behoeven beschuldigden zich in bochten te wringen om zich uit een net van leugens los te maken; de zaak zelf is hoogst eenvoudig, zij kan zonder eenige geheimzinnigheid, vrij en openbaar behandeld worden.

Nemen wij eens aan, dat een boekhandelaar zijn debiet van Duitsche boeken vóór den oorlog had opgevoerd tot een bedrag van 100000 mark per jaar - een bedrag dat in werkelijkheid door slechts zeer weinigen bereikt wordt - doch dat het voordeel aanbiedt gemakkelijk deelbaar te zijn. In normale tijden verkocht hij - behoudens dan de onvermijdelijke «winkeldochters» dit bedrag voor ongeveer 62.000 gulden, terwijl hij er ongeveer 46.000 voor betaalde. Om dezen zeer belangrijken verkoop te bereiken moet hij natuurlijk groote onkosten maken. Vrachten heen en terug, zeer omvangrijke en daardoor dure opzichtzendingen, ruime lokaliteiten op goeden stand, voldoende en goed geschoold personeel, en vooral in den boekhandel helaas - veel te lange credieten aan een zeer groot aantal debiteuren en debiteurtjes, wat een omslachtige en kostbare administratie vereischt.

Gemiddeld werden de onkosten van den boekhandelaar vóór den oorlog op pl.m. 17 pet. van den omzet berekend, wat in boyengenoemd geval dus op een bedrag van pl.m. 11.000 gulden neerkomt. Bij een bedrijf dat op dezelfde hoogte is gebleven zijn uit den aard deze onkosten op het oogen^ blik veel hooger, maar laten wij voor een ' oogenblik aannemen dat dit niet het geval is en dat deze nog op hetzelfde bedrag van 11 mille neerkomen.

Wanneer de mark nu tegen den koers van den dag (zeg nu 12 a 13 centen) werd. be¬

rekend dan zouden de 100.000 mark geen pl.m. 62.000 gulden maar slechts 12 a 13000 gulden opbrengen. Duidelijk is dat het volume werk even groot is gebleven en dat daarvoor dus evenveel personeel, localiteit, administratie, enz. benoodigd zijn, dus dezelfde onkosten moeten gemaakt worden. Die onkosten bleken te zijn pl.m. 11 mille en deze moeten allereerst af van de bruto winst, om dan nog een netto winst, waarvan de boekhandelaar leven moet, over te laten.

Nu begrijpt een ieder dat van een verkoop van 12.000 a 13.000 gulden, waarvoor bij inkoop ongeveer 9000 a 10.000 gulden betaald is en die dus ongeveer 3000 gulden bruto winst overlaat, geen 11 mille onkosten kunnen betaald worden. En toch moet dit geschieden, want de boekhandelaar kan zijn loonen en onkosten niet verminderen en wij hebben gezien dat hij dat bedrag bij een zoo grooten omzet noodig heeft.

Wil hij dus niet hopeloos naar den kelder gaan dan moet het verschil op een of andere wijze gevonden worden. Vergeleken bij normale tijden is het verschil tusschen de bruto winst 16.000 minus 3000 = 13.000. Die 13.000 gulden moeten er dus nog bij, of wel 13 cents per mark en zoodoende komt men vanzelf tot 25 a 26 cents per mark. Wanneer dus bij een koers van 12 a 13 cents de mark berekend wordt tegen 25 a 26 cents dan is het resultaat van den verkoop gelijk aan vóór den oorlog, aangenomen evenwel dat de onkosten ook gelijk waren gebleven. Bedenkt men nu dat de onkosten op het oogenblik in geen enkel opzicht zijn te vergelijken met die van vóór den oorlog doch in plaats van op 17 stellig op 25 pet. gesteld moeten worden dan zal een ieder die redelijk wil zijn, moeten toegeven dat een berekening van ten minste 30 cent per mark nog onder die van vóór den oorlog staat, en deze 33 a 35 cents zou moeten zijn en dat praatjes over «woeker» er dus naast zijn.

Natuurlijk kan ieder, die thans direct in Duitschland bestelt goedkooper terecht, maar dat is toch geen reden om van den Nederlandschen boekhandelaar, die zijnstudeerend en lezend publiek geregeld, zonder extra berekening, op de hoogte houdt van alles wat er verschijnt, te verlangen dat hij met groote verliezen gaat werken. Zij die de mark tegen den koers,van vóór.den oorlog

Sluiten