is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 69, 1902, no 48, 17-06-1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

295

algemeen zijn meening uitsprak over de waarde van het Staatsstuk, 't welk tot de vervolging aanleiding gaf, een meening, die van 't gevoelen door de Tweede Kamer te kennen geven (zie later) met verschilde, bestreed hij de beschuldiging tegen den heer Bruining ingebracht. Voornamelijk betoogde hij, op deugdelijke gronden, dat de officier van justitie niet bevoegd was, om in de drukkerij van den beklaagde te komen en daar drukwerken in beslag te nemen. Dat bewees hij, zoowel uit het Drukpers-reglement als uit de algemeene Wet op de strafvordering, en hij beweerde, dat de Raad van justitie tot zulk een in-beslag-neming

eerst verlof moest geven. Daarom eischte hij opheffing van het beslag. O. a. zeide hij, om de juistheid zijner stelling te doen uitkomen, dat, wanneer het verlof van den rechter niet noodig was, het openbaar ministerie wel eens zou kunnen goedvinden om het Bataviaasch Handelsblad, waarvan het eerste nummer den isten Januari 1858 zou verschijnen, zoodra één nummer de drukkerij verlaten had in beslag te nemen, om welke gezochte reden ook. Al werd dan ook den volgenden dag het beslag opgeheven, toch zou op die wijze de tijdige uitgave van een periodiek blad onmogelijk worden.

De Raad van justitie deed den aden December 1857 uitspraak. Hij veroordeelde den heer Bruining, met het oog op artikel 6 der bepaling van de regeling eeniger onderwerpen van strafwetgeving, slechts tot twee boeten, elk van ƒ 5 - , verklaarde

voorts de verbeurdverklaring, zunuci »w«™ gedaan, onwettig, en gelastte, dat de in beslag genomen stukken zouden worden teruggeven.^

Daar de wet niet voorschrijft, dat de officier van justitie de opheffing van het beslag moet bekend maken, heeft de heer Van Hemert dat in de dagbladen laten doen. De officier heeft wel geappelleerd, doch het hooggerechtshof heeft, naar ik verneem, uitgemaakt, dat geen officier of assistentresident van politie bevoegd is in beslag te nemen of verbeurd te verklaren, -zonder voorafgaande

machtiging van den Raad.

In het prospectus van het uit te geven Batav. Handelsblad, dat tweemaal per week onder redactie van H. J. Lion zou verschijnen, verklaart de uitgever door de belemmering van het Reglement op de drukwerken in Ned. Indië zeer bekneld te worden. »AUe klassen der maatschappij, zegt hij, en ook de regeering, zijn het eens, dat dit reglement moet herzien en gewijzigd worden. Wanneer gaat hij voort, dat eens geschied is, dan zal de Indische drukpers voorzeker in staat zijn, beter dan thans deregeering in haar moeielijke taak te ondersteunen door uiteenzetting van denkbeelden, omtrent daar

te stellen veranderingen en verbeteringen in bet meer afgetrokken gedeelte van de beginselen in het Regeerings reglement nedergelegd».

Al laat men, zegt de heer Lion, tegenwoordig ook toe, hetgeen volgens den geest en de letter van het Drukpers-reglement verboden is, een redacteur, die van deze slapheid in de uitvoering der wet door de regeering gebruik maakt — men verhaalt, dat de Procureur bij het Hoog Gerechtshof aan de ambtenaren van het Openbaar Ministerie schreef, dat hij hun in het Drukpers-reglement een scherp zwaard overreikte, maar hun aanraadde, het zooveel mogelijk in de schede te laten — en alzoo schrijft hetgeen de wet hem niet veroor¬

looft, handelt, noch voorzichtig, noch wijs, want iedei oogenblik kan de wet worden toegepast, kan het zwaard van Damokles vallen en dan wordt hij het slachtoffer.

Slachtoffers van het Drukpers-reglement zijn geweest en zijn nog bijna alle uitgevers van dagbladen in Nederl. Indië, zoomede de dagblad-redacteurs,

Mr. Winckel, H. J. Lion, Mr. Cohen Stuart, P. A. Daum, Van Lier, Dr. L'Ange Huet, H. B. van Daalen, Uilkens, van Kesteren, Eyssel, die allen vervolgd, met boete of gevangenis zijn gestraft.

Het zwaard van Damokles is al herhaalde malen gevallen en heeft leclijke wonden geslagen. Maar telkens wordt het weer opgehangen en telkens maakt het nieuwe slachtoffers.

Toen nu de tijding in Nederland ontvangen was van de afkondiging van het Drukpers-reglement in N.-I. op 10 November 1856 werden in de zitting van 17 Februari 1857, op voorstel van den heer Thorbecke, (zie «over de Drukpers in Neder-

landsch Oost-Indië», academisch proefschrift door

J. A. Schill, Leiden 1863), de stukken betreffende

het Reglement in handen gesteld van een com¬

missie, wier conclusie, strekkende »om een af schrift van haar verslag aan den Minister van Koloniën te zenden, met uitdrukking van de overtuiging der Kamer, dat hel reglement op de drukwerken in Indie eene herziening behoort te ondergaan», na een vierdaagsche beraadslaging met 56 tegen 6 stemmen werd aangenomen.

Naar aanleiding hiervan schreef Mr. Jan van Gennep in het Ind. Weekblad van het Recht: »Het despotisme van het drukpers-reglement is reeds door de publieke opinie gefnuikt, maar heeft tevens het geheele reglement in zijn val meegesleept. Van daar de dringende behoefte aan een nieuw reglement, dat met oordeel maar tevens met klem toe¬

gepast, de afgedwaalde richting weder in haar natuurlijke bedding terugbrenge en houde. Voorwaar het veld der drukoers is ruim eenoee, zonder dat

men zich met boosaardige invective of kwaadwillige stokerijen behoeft af te geven.

»Dan ook zal de bestaande en gevreesde wet de tusschenkomst van het openbaar gezag in den regel noodeloos maken en zal het diktatoriale zwaard van art. 45 van het R. R. in de scheede kunnen blijven roesten en het videant consules ne quid detrimenti respublica capiat tot een uiterste nood¬

kreet worden teruggebracht, die wij vurig hopen,

dat nimmer meer in Indië zal behoeven te worden geslaakt».

Men verblijdde zich hier met een doode musch. Niettegenstaande door de Tweede Kamer der Staten-generaal in 1857 is uitgemaakt tdat het Reglement op de Drukwerken in Nederlandsch Indië eene herziening behoort te ondergaan» bestaat hierop in 1902 nog even weinig uitzicht als op de droogmaking der Zuiderzee. Nog altijd evenals in 1847, is het miet aan elk veroorloofd om zijne gedachten en gevoelens, door de drukpers als

een doelmatig middel tot uitbreiding van kennis

en voortgang van verlichting te openbaren»!

En dat in een Nederlandsche Kolonie!!

Batavia, D. A. Hooyek,

9 Mei 1902. Boekhandelaar en Uitgever,

dam zendt te Rotterdam (en zeer waarschijnlijk ook elders) eene monster-collectie handelsdrukwerk rond met prijzen als volgt: Aantal stuks 1000 3.000 5.000

V, nota's / 2.— / i-5° / 1-25 P- mille

1 ' 5, » I.ÓO » I.I5 » O.9O » »

I/4 » » 3.5O » 2.75 » 2-25 » »

Memorandums » 2.— » 1-5° » »-25 » » Aantal stuks . I.000 3.000 5.000

. g ( met en zonder 1

V=j ] aangehechte ! / 2.— ƒ 1.5° / '-25 P- mille jS ( nota )

V4 EriSd0nge" * 2-75 s 240 » 3 50 ' 9 i/4 Briefpapier geli- s ^ , , „

nieerd J

Vermoedelijk ook wel franco. (?)

Papier en druk zijn werkelijk goed !!!

Ik hoop van harte, dat nElsevier's Drukkerij» zeer veel, of laten we zeggen, liever niets anders dan zulk werk krijgt, dan zijn er slechts twee dingen mogelijk: öf zij trekt hare hongerojjerten in, öf zij pleegt zelfmoord.

Rotterdam, 6 Juni 1902. J- H.

M.,

Van de gelegenheid mij geboden, om op bovenstaand stukje van J. H. te antwoorden, wil ik gaarne gebruik maken, door hem dank te zeggen voor zijne opinie mijne inrichting betreffende, waar hij zegt, dat ze werk levert, dat tot het beste hier te lande mag gerekend worden.

De hoop dat sElsevier's Drukkerij» haast niets anders dan dergelijk werk moge krijgen, opdat ze dan zelfmoord plege, is wel wat onchristelijk.

Die zelfmoord most naar de logische gedachtengang van J. H. des te sneller komen (waar het ook"bekend is, dat ik tot de best betalende drukkers van Amsterdam behoor) nu Rotterdam, dat veel lager loonen dan Amsterdam aan haar personeel uitbetaalt, mij prijsverknoeier noemt.

Met zoo'n snellen dood voor oogen was het in¬

zenden van een stuk vrij wei ovevüoaig, aunKi nnj,

Hoogachtend

H. M. C. HOLDERT.

Door Fisher Unwin (Londen) wordt de uitgave voorbereid van een oogenschijnlijk zeer merkwaardig boek ïSand-buried ruins of Khotan», van dr. M. Aurel Stein. Hierin verklaart de Schr., door zijn ontdekkingen in Chineesch Turkestan, de geschiedenis der Aziaten van ongev. 2000 jaar geleden te zullen openbaren. Het binnenst van het over ruim een millioen KM. uitgestrekt gebied, stam-oord der Chineezen, heeft dr. Stein bereisd en er in de zandsteppen de overblijfselen gevonden van woningen, tempels, graven en gewassen, voorts honderden geschriften op hout, boombladeren en huiden, in 't sanskrit, chineesch, tibetaansch en een nog niet bekend idioom.

Prijsverknoeiers.

Het zal velen, zoo niet allen, die ons orgaan

lezen, niet onbekend zijn, dat er door drukkerijen

welker inferioriteit slechts bij het aanschouwen hunner producten duidelijk aan het licht treedt, voortdurend hongerofferten worden rondgezonden, welke eiken vakman, die nog een schijntje hart voor zijne zaken heeft, een uitroep van verontwaardiging en minachting afdwingen.

Waar moet het echter heen wanneer Dlnrichlingenn, welker werk tot het best uitgevoerde hier te lande behoort, drukkerijen welke in vele opzichten als voorbeeld van andere kunnen dienen, offerten verspreiden, nog lager, nog ellendiger, dan die van bovengenoemde tilnferieuren».

I Kort en sroed nElsevier's Drukkerij* te Amster-

Van Rudyard Kipling is een nieuw boek ter perse gelegd, dat heeten zal »Just so stories; for little children» en waarvoor de auteur zelf illustraties heeft gemaakt.

Charles Dickens. — Op den sterfdag van Charles Dickens (den 6den Juni 1870 te Londen overleden) heeft de redactie van het door he n gestichte en jarenlang geredigeerde weekblad Household Words, na zijn dood voortgezet door ziin zoon, het goede denkbeeld gehad een Dickensnommer samen te stellen, dat bijna geheel bestaat uit Dickens-herinneringen. De meeste dezer heeft B_ w. Matz bijeengebracht in een opstel, waarin vele plaatjes voorkomen, naar de oorspionkelijkc illustratien vervaardigd in de eerste editiên der romans van Dickens, door v>Phiz», Barnard, George Cruikshank e. a. Ook autografen van den beroemden