is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 69, 1902, no 58, 22-07-1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

350

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

Hoekstra (H.), De toekomst des Heeren. Dertien leerredenen over de twee brieven aan de Thessalonicensen. Kampen, J. H. Kok. 8°. fi65X25j. (220 blz.). ƒ 1.75

Koolemans Beynen, zie: Beynen (G. J. W. Koolemans).

Laban (A.), zie: Have (J. J. ten) en A. Laban.

Mallinckrodt (W.). Geschiedenis en beschouwing over het al of niet wenschelijke en christelijke van leerdwang, in de Nederlandsche hervormde kerk. Groningen, J. B. Wolters. 8°. [17X253]. (36 blz.). ƒ -.75

Ootmar (G. A.), Voor nu en straks. Gids voor de moeder bij de verzorging van haar kind. Haarlem, A. Vernout. 8°. [i3sX2o]. (XII, 160 blz.).

Geb. ƒ 1.90

Pels Rijcken (Mr. F. E.), Protest tegen anoniem geschrijf over den moord in den Noordhoek. 's-Gravenhage, Boekhandel vrhn. Gebr. Belinfante. 8°. [16SX245]. (16 blz.). ƒ -.10

Pernter (Dr. J. M.), Vrij onderzoek en katholieke wetenschap. Vertaald en van eenige aanteekeningen voorzien door dr. Mac Eliot. Nijmegen, L. C. G. Malmberg. 8°. [16x245]. (óoblz.). ƒ -.80 Raadersma Lzn. (H.), Rekenboek voor de lagere school. 's-Gravenhage, Joh. Ykema.8°.[i35xi9s]. 4e stukje. Tiendeelige breuken. Vlakte- en kubiekmaten. 18e druk. (48 blz.). / -.25

Ramien (Dr. Th.), Sapho en Socrates. De liefde voor het eigene geslacht. Amsterdam, Bauer & Co. 8°. [i35X2o], (III, 48 blz.). ƒ -.50

Rubens (M.), Wettelijke regeling van den rechtstoestand der handels- en kantoorbedienden. Rede, gehouden te Amsterdam op 10 April 1902, voor de handelsbediendenvereeniging «Mercurius» en hare genoodigden. Amsterdam, S. L. van Looy. 8°. [15x23]. (32 blz.). / -.25

Vereeniging voor de staathuishoudkunde en de statistiek. Prae-adviezen over de vraag: Behoeft onze bankwet herziening, hetzij in haar stelsel, hetzij in haar onderdeelen ? Amsterdam, Joh. Muller. Gr.8°. [i75X 265], (III, 352 blz.). f 3.50 Voetius (Gijsbertus), Verhandeling over de zichtbare en georganiseerde kerk. Uit het latijn vertaald door R. J. W. Rudolph en dr. F. F. C. Fischer. Kampen, J. H. Kok. 40. [175 x 215]. (III, 187 blz.). / 1.50

Zeggelen (Mr. C. H. van), Inbreng in naamlooze vennootschappen. Haarlem, Vincent Loosjes. 8°. [155x24]. (111, 115 blz.). ƒ 1.90

Vervolgatleveringen van boeken en tijdschriften.

Brink (Dr. Jan ten), Geschiedenis der NoordNederlandsche letteren in de XlXe eeuw, in biographieën en bibliographieën, 1830—1900. Grootendeels herzien door den auteur, verder bezorgd en bijgewerkt door T a c o H. de Beer. Afl. 4. Rotterdam, D. Bolle. 8°. [i5s X33J. (Blz. 145—192.). Per afl./-.20

Lohman (Jhr. mr. W. H. de Savornin). Het staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden, vervolgd door mr. M. Polak. VII, afl. 15. Groningen, J. B. Wolters. 8°. [165x25]. (Blz. 978—1034).

Per afl. ƒ -.90

Penning (L.), De oorlog in Zuid-Afrika ... in zijn

verloop geschetst. Afl. 65. Rotterdam, D. A.

Daamen. Gr. 8°. [1^x2$^. (Blz. 1019-1064, m.

afb.). Per afl. ƒ-.10

Savornin Lohman (De), zie'. Lohman (Jhr. mr. W.

H. de Savornin). Verdam (Dr. J.), zie: Verwijs (Dr. J.) en dr. J.

Verdam.

Verwijs (Dr. J.) en dr. J. Verdam, Middelneder. landsch woordenboek. Dl. V. Afl. 12/13. Ontwegen

-op. 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff. Gr. 8°.

[18X275]. (Blz. 1409—1664). Per afl. ƒ 1 —

Vliegen (W. H.), De dageraad der volksbevrijding.

Met 50 portretten. Afl. 5. Amsterdam, S. L. van

Looy. Gr. G°. [19x255]. (Blz. 65-79).

Per afl.- / -.I25

Weeder (J.), De sterrenhemel doorzocht met teleskoop en mikroskoop. Afl. 3!. Leiden, A. W. Sijthoff. Gr. 8°. [22 X 30]. (Blz. 489-504, m. afb. en pltn.). Per afl. / -.60

Atlassen en Kaarten.

Wandelkaart van Hilversum, naar ofticieële gegevens. Schaal: 1 a 10.000. Hilversum, Gebrs. Wolff. Fol.-plano. [715x56]. f -.60

Nieuwste uitgaven in het Buitenland.

DUTTSCHLAND.

Handbuch der Elektrotechnik. Hrsg. v. C. Heinke. I. Bd. 1. Abtlg. Leipzig, S. Hirzel. Lex. 8°. Geb. M. 18.—.

Janus. Blatter f. Litteraturfreunde. Monatsschrift f. Litteratur u. Kritik. 1. Bd. 1 .Lfg. Jauer, Oskar Hellmann. Gr. 8°. Jahrl. (12 Hefte) M. 6.—.

Jastrow jr. (Morris), Die Religion Babyloniens u. Assynens. Vom Verf. vollstandig durchgeseh. u .durch Urn- u. Ueberarbeitung auf den neuesten Stand der Forschung gebrachte deutsche Uebersetzung 1. Lfg. GieszenJ. Ricker'sche Verlagsbuchh. Gr. 8°. M. 1.50. (Vollstandig in 10Lfgn.).

Kultur (Die). Halbmonatschrift. Hrsg. v. Simchowitz. 1. Jahrg. 1902. 1. Lfg., Köln a. Rh., Schafstem & Co., Gr. 8°. Jahrl. (24 Hefte). M. 16.—.

Lenz (Max), Geschichte Bismarcks. Leipzig, Duncker & Humblot. Gr. 8°. M. 6.40; geb. M. 8.—.

Lewes (G. H.), Goethe's Leben u. Werke. Neu übers. u. m. literar. u. krit. Anmerkungen versehen v. Paul Lippen. 7. Aufl. Berlin, °Neufeld & Henius. 8U. 2 Tle. in Bd. Geb. M. 7.50.

Oettli (Sam.), Der Kampf urn Bibel u. Babel Ein rehgionsgeschichtl. Vortrag. Leipzig, A. Deichertsche Verlagsbuchh. Nachf. Gr. 8°. M. -.80.

Pestalozzi (S.), Die Bauarbeiten am Simplontunnel Zürich, Ed. Rascher's Erben. Gr. 4° m 88 Abb M. 1.60.

Peters (Norb.), Der jüngst wiederaufgefundene hebraische Text des Buches Ecclesiastictis, untersucht, hrsg., übers. u. m. krit. Noten versehen Freiburg i. B., Herder'sche Verlagsh. Gr. 8° M. 10.—.

Sauer (Jos.).Symbolik des Kirchengebaudes u. seiner

Ausstattung in der Auffassung des Mittelalters.

Freiburg i. B., Herder'sche Verlagsh. Gr. 8°

M. 6.50; geb. M. 8.40. Zobeltitz (Fedor v.), Albine. Roman. Berlin, Richard

Eckstein Nachf. 8°. M. 3.— ; geb. M. 4.—.

BERICHTEN EN MEDEDEELINGEN, INGEZONDEN STUKKEN.

Uit Parijs ontving het Nieuws v. d. Dag bericht, dat de heer Per La mm, chef de librairie Nilsson, aldaar, door H. M. de Koningin der Nederlanden benoemd is tot ridder in de orde van Oranje-Nassau.

titelblad van den door Vorsterman bezorgden druk is ook gebruikt door Jan van Ghelen voor zijne uitgaven, althans voor die van 1576. In de collatie van dezen druk (B) wordt echter evenmin als bij A, melding gemaakt van het opschrift (oogenschijnlijk een naam) M. de. 1 Goit, gesneden in de kroonlijst boven den zetel van Charlemagne, eene bizonderheid op 't titelblad, welke een nauwgezet bibliograaf niet mag voorbijzien.

De druk van 1576 is gevolgd naar dien van 1552, schrijft dr. B., eene gevolgtrekking steunende op het feit, dat de kerkelijke approbatie in de eerstgenoemde uitgaaf van 20 November 1552 dagteekent. Tevens moet er eene editie bestaan hebben, welke ouder is dan die van Vorsterman en waarop zoowel deze als de voorloopers der uitgaaf van Van Ghelen teruggaan.

Nederlandsche volksboeken. — In de reeks oNederlandsche volksboeken», waarvan de hernieuwde uitgaaf door de Maatschappij der Nederl. letterkunde te Leiden ondernomen, aan de goede zorgen van dr. G. J. Boekenoogen is toevertrouwd verscheen, als eerste deel, »Den doefliken strijt' van Roncevale», een herdruk van den tekst, in 't begin der 16e eeuw te Antwerpen door Willem Vorsterman uitgegeven, en bewaard in een exemplaar der Kon. Universiteits-bibliotheek te München De bijlagen in 't boekske bevatten eene omschrijving van de verschillende uitgaven van het volksboek, een overzicht van de litteratuur betreffende het volksboek, en aanteekeningen met betrekking tot den herdruk. In facsimile zijn bijgegeven het titelblad van den als oudsten bekenden druk en twee prentjes, welke - zooals dr. Boekenoogen doet opmerken — waarschijnlijk niet voor »Den droefliken Strijt» gesneden zijn. De houtsneê op het

; Het Reglement op de drukwerken in Ned.-Indië.

Behalve aan de hoog-gezaghebbers op Java en . in ons vaderland, alsook aan de Volksvertegen-

■ woordigiug, hier, is, den i7en juh n.; van 'sheeren

■ Hooyer's Nieuwsblad-artikel »Het Reglement op de drukwerken in Ned.-Indië» een zestigtal overdrukken aan de Redactiën van Nederl. dag-

; en weekbladen toegezonden, met de bedoeling natuurlijk, dat^deze op eenige wijze daarvan melding zouden maken. Dit echter is, bijna zonder uitzondering, niet geschied; alleen het weekblad De Amsterdammer gelieft zijnen der zake kundigen medewerker Sastro Prawiro, diens oordeel omtrent »het gewrocht der duisternis» en de klachte hierover uit Insulinde onbevangen uit te spreken.

»De heer Hooyer heeft dubbel en dwars gelijk», schrijft hij.

Terecht is het drukpersreglement herhaaldelijk gebrandmerkt als »een schandelijk stuk van wetgeving». Maar jammer is het, dat de auteur zich heeft bepaald tot referentenwerk en niet ook zelf getracht heeft de rotheid van dat gewrocht der duisternis te doen — passez-moi le mot — opstinken. Vooral nu in de laatste jaren dat vod zooveel slachtoffers heeft gemaakt en de Indische jurisprudentie in dat opzicht zich gekenmerkt heeft door veel tegenstrijdige, ergerlijke en . . . vermakelijke uitspraken, bestond en bestaat er gereede aanleiding tot 'n dergelijke poging. Kan reeds in 't algemeen gezegd worden, dat de rechterlijke censoren in de Oost niet mogen roemen op het vertrouwen van het publiek — zoodra het persvervolgingen geldt, bereidt 'n ieder daar te lande zich voor op alle mogelijke en «onmogelijke» uitspraken.

Het samenstel van de bepalingen in het drukpers-reglement en alwat daarmede in betrekking staat is zóó vreemd, zóó zonderling en zóó wrak dat het de deur openlaat tot de meest willekeurige uitleggingen en toepassingen van elk desbetreffend wetsartikel.

»Het. beruchte drukpersreglement werd uitgevaardigd bij Staatsblad 1856 No. 74. Te dien tiide was nog het oud-Hollandsch en Romeinsch re'cht van kracht. Het gezag van dit recht werd afgeschaft op het tijdstip der invoering van het thans vigeerend Wetboek van Strafrecht voor Nederlandsch-Indië (1 Januari 1867). Daarop werd evenwel uitdrukkelijk 'n uitzondering gemaakt door artikel 6 van de desbetreffende Overgangbepalingen, waarin vermeld staat, dat ten aanzien van drukpersdelicten de bestaande voorschriften gelden tot nadere voorziening. Die «bestaande voorschriften» nu openen 't eerste deurtje tot willekeurige wetsuitlegging. Er is in de Indische juristerij recht gesproken naar de uitlegging, dat die bestaande voorschriften niets anders kunnen zijn dan de voorschriften, die bestonden ten tijde dat het drukpersreglement door den diepdenkenden wetgever werd ontworpen en ineeigezet, dat is dushetoudFo'lanösc'i en Romeinsch recht. De wetgever, zoo meenea die u:tlegfeers — mijns inziens met grond — kan toch nooit bedoeld hebben te anticipeeren op eenige toekomstige wetgeving, tenzij zulks in de vigeerende speciaal wordt vermeld. Dat is partij