is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 72, 1915 [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk vb. 28Aa toont. Nu hoorde ik dit stuk door 'n beroemde klavierspielerin (herinner ik me goed dan was het Berthe Marx) voordragen') en de linkerhand accentueeren, zooals hier vb. 28Ba toont. Ik spitste de ooren en dacht: hoor ik wel goed, ben ik misschien bevooroordeeld ? Neen, de accentuatie was als het ware 12/8. Later, evenwel, ging ik aan me zelf twijfelen; dat kon toch eigenlijk niet gebeurd zijn, het ware al te raar, redeneerde ik. Helaas, korten tijd nadien, viel me dit Praludium in handen in de uitgaaf Schlesinger (no. 102) „mit erlauternden AnmerJcungen von Dr. Theodor Kullak, unter Mitarbeit des Dr. Hans Bischoff, en -- o mysterie! — nu voorzien met de voorteekening 3/2 (men zie eens heel de afdeeling C van vb. 28). Komaan, heeren Neuhebaüsgeber, zie deze tabelle (vb. 28) eens aan, met groote oplettendheid. Ik meen, dat ze u dan radikaal genezen zal van al die verkeerde maatvoorteekeningen, die in plaats van de zaak zelf, haar met 'n omschrijving aanduiden, die zoo vaag is, dat (men zie maar eens kolom f van vb. 28) deze muggenzifter er dit en 'n andere dat meent te moeten uit lezen. Terwijl de aangaaf onder 28d, alle muggenzifterij en zulker „maat"-wetgeleerden onmogelijk maakt. Ook geloof ik, dat uit de kolom a van elke afdeeliing A, B en C, tegenover aa, kan blijken, welk eminent middel, we in de dwarsbalken en hun oordeelkundige breking bezitten.

Ten slotte zij opgemerkt: dat dit betoog niet enkel bewijst welk een wanorde er heerscht in de schrijfwijze der abnormale indeelingen, maar tevens met hoe weinig moeite hier orde is te brengen. En ook nog: hoe door een oordeelkundig gebruik der dwarsbalken, groote klaarheid bereikt kan worden, en daarmede het muziéklezen — dat een bestendig „koprekenen" van toonduurverhoudingen is — heel wat minder moeilijk kan gemaakt worden. Laat ik eindigen met een treffend woord van den franschen meester Oamille Saint Saëns. „Je suis de l'avis de Saint-Saëns, qui' estime que notre système de notation musicale est une niervette.1' Zoo schreef mij in 1911 Edgar Tinel, na toezending van mijn Acte-finaP) waar ik afrekende met alle onzinnige notenschrift-reformatoren. Ik antwoordde Tinel: „Une merveille! oui, en principe ! Car tout ce qu'il y a de merveilleusement logique dans ces signes, n'en a pas encore été déduit. De cette besogne, je m'occupe actuellement et spécialement." En aan een voorbeeld van den eminenten franschen meester zelf (vb. 7A) is bewezen wat o.a. er nog te doen is.

Mogen allen, wien het aangaat, behartigen — of op stevige gronden betwisten — wat in dit betoog voor de endgültige volmaking van ons notenschrift is uiteengezet, maar in 't bizonder voor de abnormale notengroepen.

') In een Concert te Antwerpen, winterseizoen 1913/14.

2) Vacte final de la tragi-comédie musicale, les „aveugles réformateurs» de la notation musicale actuelle, et les belles(!) perspectives du système a 19 intonations dans 1'octave (1911, Anvers, Librairie Néerlandaise). En wilt ge weten lieve lezer, door welke eenvoudige vraag hij dien (argentijnschen) notenschrift reformator (Angel Menchaca) de schrik om 't hart sloeg — hij die toch over znn . . . „perenpitten notensysteem" voordrachten had gegeven m Bome, Milaan, Madrid (waar hij al leerlingen had onder de Grande», naar men mij in 1911 te Londen verzekerde) en Parijs (Sorbonnej waar hij met argentijnsche knaapjes (natuurlijk gedresseerdej de superioriteit(!) van zijne vinding trachtte ingang te doen vinden, - hij die, zooals hij mij zei: „était venu en Europe pour batailler" sloeg de schrik om 't hart, toen ik, bij mijn invitatie voor een debat te Brussel of te Antwerpen, hem op 't hart drukte: dat hij dan eerst en vooral eens zou willen bewijzen dat hij het bestaand en algemeen verbreid systeem van alle zijden onderzocht had. — Dat was hem blijkbaar te sterk. Bij kwam niet, antwoordde niet, maar — zond mij zes maanden daarna twee gedrukte spaansche manifesten, waaruit bleek: dat hij politiker was geworden. Dat zjjn zoo van die exemplaartjes van dat overgroot aantal would-be hervormers van onze o zoo oververlichte eeuw!

308