is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 72, 1915 [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Königslow; in 1852/53 Raif enz. enz. Allen beroemde virtuosen. Men kan't naslaan in eiken muzieklexicon. Ook Hollandsehe kunstenaars, wier namen aan ouderen onder ons roemrijk in de ooren klinken, ontbreken niet. Ik noem F. Coenen, Hekking, Lubeck, Mevr. de Vkiesvan Os, de Chavonnes Veugt. Als voorbeeld van goede vormen en goede kameraadschap tusschen de artiesten vermelden wij hier een schrijven uit het archief van Felix, gedagteekend 15 Feb. 1830, aan den Directeur van het muziek-departement, den reeds genoemden heer Dijk; „De eerste dagen, welke mijn drukke bezigheden mij veroorloven, mij uit de stad te verwijderen, zijnde van den 4den tot de 6den Maart a.s., wil ik mij volgaarne ver-' binden tot het vervullen van een solo, zullende ik voordragen een concertino van Schloessee. Daar ik gaarne mij met den heer Pot de Vin op een vriendschappelijke wijze wilde bekend maken en daar ZEd. mij bij reputatie als verdienstelijk kunstenaar en zeer fatsoenlijk mensch bekend is en ik gaarne onaangename vergelijkingen en beoordeelingen wil voorkomen, te meer daar enkel liefde tot de kunst het oogmerk mijner démarche is, verzoek ik UEd. van zijn Ed. te willen informeeren of gemeld stuk ook to.t zijn repertoire behoort en zulks zoo zijnde of het zijn Ed. ook aangenaam zou zijn indien ik iets anders voordroeg, zullende ik in dat geval een fantasie van eigen compositie uitvoeren." De brief is uit Rotterdam en geteekend: W. Hutschenbuytee.1)

De honoraria, die deze in- en uitheemsche kunstenaars voor hunne medewerking konden bedingen, schijnen voor dien tijd niet zoo gering — hoewel daarbij ook moet worden gelet op de kostbaarheid van de reis en de bezwaren daaraan verbonden, ook in tijdverlies. Achter den naam Litolfp vindt ik in den staat van afrekening (1846/47): ƒ 500, Thalbeeg f 400. Het waren beide vermaarde pianisten. De jongelieden Neeuda (violisten) speelden echter voor f 125, Leonaed (groot violist) kreeg / 250, Foemes (zanger) f 300. De Hollanders of in Holland wonenden, moesten zich met veel minder te vreden stellen. Die hadden dan ook geen reiskosten. Hekking (cellist, grootvader van onzen Hekking) kreeg f 70, Lübeok (pianist, eerste directeur, van de Haagsche muziekschool) f 80. Eén echter: Veugt, blijkt zijn waar goed op prijs te hebben kunnen houden. In een brief van 30 Dec. 1830 schrijft hij bereid te zijn op 2 concerten te zingen voor f 600 en „dat hij onmogelijk zijn eisch nog kan verminderen." Nu was Veugt een zanger van buitengewone reputatie2). De menschen, die ik in mijn jeugd over Veugt heb hooren spreken, deden dit nooit zonder dat weer de ontroering over hen kwam, die zijn edele stem en edele voordracht steeds in hen gewekt hadden. Vooral in de dagen van 1830 moet hij met het Volkslied (Wien Neerlandsch bloed) het publiek in groote geestdrift hebben gebracht en aangrijpend is vooral de voordracht geweest van het couplet:

„O God bewaak den dierb'ren grond

Waar eens mijn wieg op stond "

Wat ons daarom zoo bijzonder heeft getroffen, is een brief van Veugt aan de directie van Felix, 15 Febr. 1832, uit Haarlem, waarin hij schrijft: „ten volle genoegen te nemen met de uitvoering van Die letzte Dinge (oratorium van Spohe) en het kwartet van Eighini. „Met betrekking tot romance en volkslied" — verklaart hij echter —, moet ik UEd. aanmerken,

') Wouteb Hütschenkuyteb, geb. 1796 te Botterdam, waar hij verschillende betrekkingen op muziekgebied met eere heeft vervuld. Vermaard hoornist. Grootvader van den Utrechtschen muziekdirecteur.

2) Vbüot (W. P. de Chavonnes), geb. 1793, eerst in 1829, na verlies van zijn fortuin, als beroepszanger opgetreden. In 1830 hofzanger van den Koning. Beroemd ook in het buitenland. Paganini noemde hem il sublimo cantanle. Stierf omstreeks 1875 in kommervolle omstandigheden.

336