is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 72, 1915 [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ponisten van vroeger en later hebben dergelijke meer of minder bombastische en vulgaire effecten niet versmaad; men denke aan Berlioz en Benoit met hunne kanonschoten; aan Richard Strauss met zijn veldslag in Heldenleben, zijn windmachine, zijn schapengeblaat in Don Quichot, zijn potscherven in Eulenspiegel!

Het is reeds opgemerkt: een oogopslag in de programma's der Felix-concerten geeft voor 't overige een grooten afstand aan tusschen heden en verleden van ons concertwezen. Ik heb voor mij het: „Register der muziekstukken dewelke op ieder concert gedurende den winter der Maatschappij Felix Meritis zijn gespeeld. Ingegaan 30 October 1795. Het eerste programma luidt:

1. Eerste muzijkstuk der Groote Ouverture van de Inwijding (de compositie die ter inwijding van het in 1788 opengestelde nieuwe gebouw had gediend) door Joseph Schmitt.

2. Inwijding, met nieuwe worden, door J. Schmitt.

Tweede deel.

3. Eerste allegro van een ouverture van Köllner.

4. Vioolconcert van J. B. Goossens, door hem zelf gecomponeerd.

5. Laatste allegro der ouverture van Kóllner.

6. Choor aan de vrijheid door B. Ruloffs.

7. Laatste allegro der groote ouverture door J. Schmitt.

Het bij gedeelten uitvoeren van werken is lang gewoonte geweest. Een heele symphonie achter elkaar bijv. kon het publiek toen niet verduwen en zij placht in tweeën, zelfs wel in drieën te worden verdeeld — of wel men speelde alléén het allegro of het andante of de menuet.

Zoo luidt het programma voor het concert van 13 Nov. 1796:

1. Groote ouverture van P. Leyl,

2. Aria door de Burg-er Ruloffs, met viool en fagot obligato.

3. Vioolconcert van Viotti door Goossens.

4. Twee menuetten en ouverture van Mosart.

5. Concertant voor fluit, fagot, hobo, corno obligato door Devienne.

2e Deel.

6. Eerste Musiekstuk van een ouverture van Mosart.

7. Fransche aria Rondo door Ruloffs.

8. Fagot concert uitgevoerd door Ritteb.

9. Het overschot der ouverture van Mosart.

Ik wil ten slotte twee briefjes meedeelen. Het eerste van 28 Aug. 1829, is van A. Fodor en bewijst hoe in de geschiedenis altoos dezelfde quaesties zich herhalen. „Het orkestmeesterschap mij in 't jaar 1801 aangeboden — schrijft Fodor — is de aanstelling daarvan zonder eenige bepaling van jaren geschied en kan dus zonder een ontslag van de kant der maatschappij of zonder voor hetzelve te bedanken mij niet beschouwen als gedefungeerd te hebben, dus het opnieuw engageeren schijnt mij hier overbodig.

Verleden jaar is er ook kwestie van geweest om den heer Broekhuyzen') in mijn plaats te laten dirigeeren, edoch is dit te mijne regarde van de hand gewezen. Ook heb ik den heer Dijk (directeur van het dept. voor de Muziek van Felix — wij zouden zeggen: commis-

') G. H. Bkoekhuyzen Jr. (1818—1849J componeerde baletten, liederen, dansen enz.

342