is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

140

onafhankelijk van hun wil, niet slechts hunne onderzoekingen met hebben kunnen eindigen, maar nauwelijks hebben kunnen aanvangen. Dus uit dat oogpunt beschouwd, gelooven we dat ook nu nog altijd achter Timor een groot vraagteeken behoort geplaatst te worden.

Koopvaart en scheepsbouw. Uit de overzichten of staten, betreffende de handels- en scheepvaartbeweging van 1873 en voorkomende in het koloniaal verslag van'75, blijkt het dat in '72 de algemeene in- en uitvoer in de Buitenbezittingen van de verschillende havens heeft bedragen:

Koopmanschappen. Speciën. Totaal.

Irivoer: ƒ28.978.934/ 5.641.346 ƒ 34.620.280

waarin Koepang voor de volgende cijfers was betrokken :/251.400 „ 6.500 „ 257.900

Uitvoer: „ 33.941.495,, 3.119.405,,37.060.900

Timor Koepang: . . „ 110.557,, 45.398,, 155.955

In de sinds bewerkte statistieke opgaven komen gedetailleerde opgaven, als hooger aangegeven zijn, niet meer voor; en dat wel niettegenstaande der Indische regeering in overweging was gegeven de vroeger gebruikelijke methode weder te volgen, daar het niet zonder belang kon geacht worden de handelsbeweging zoowel van Java en Madura als van elke buitenbezitting afzonderlijk te kennen. Hiervan is echter ten slotte afgezien, op grond voornamelijk van het bezwaar, dat betrouwbare opgaven in dien zin niet dan ten koste van meer uitgaven voor personeel bij de verschillende kantoren, en van vermeerdering van formaliteiten voor den inlandschen handel te verkrijgen waren.

Tot op zekere hoogte wordt hierin blijkens het koloniaal verslag van '77 voorzien, door een verbeterde statistiek der scheepvaartbeweging over de jaren '74 en '75, waarin nu is aangegeven de soort van vaartuigen (onderscheiden in stoomschepen, op Europeesche wijze getuigde zeilschepen en op