is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156

eerst den daarop volgende dag werd het hem teruggebracht echter zonder zadel en tuig. Hij gaf hiervan bericht aan den civielen gezaghebber met aangifte van het geleden verlies aan zadel en tuig en kreeg eene maand later de som zooals hij ze had bepaald. De kampong, op welks grondgebied het paard opgevangen werd, moest de schade vergoeden.

Het goed en het slechte daarvan is licht na te gaan. In ieder geval zijn echter de misbruiken, die er uit voortvloeien eerst later ontstaan, toen het ontzag voor de wet niet alleen gedaald maar de wet zelve een onding was geworden, waarachter de misdaad zich verschuilde. Hoogsteigenaardig was ook hunne strafoefening, de doodstraf door het krissen of doodsteken, wanneer geen genoegen werd genomen met de OewangCangon of dat de moordenaar of diens stam niet betalen kon of wilde.

De eene stam was dan rechter over de misdaad, van den anderen, en niet een rechtpersoon was het die de zaak onderzocht, maar met de geheele stam; niet één was het die het doodvonnis voltrok, maar alle verwden hunne krissen met het bloed van den moordenaar. Een voor allen, allen voor een! Iemand die grooter wilde zijn dan een ander was bij hen niet gewild. Zij hadden geen uitstekende menschen en die zich boven de anderen wilde verheffen, die konden zij niet gebruiken. De navolgende legende doet ons ten duidelijkste zien, hoe zij, van oudsaf, hierover gedacht hebben.

Er was een tijd gedurende welke de bergen even zooveel verstand hadden als de menschen, de eene meer de andere minder, en toen het aan een ieder vrijstond zoo hoog te worden als hij verkoos, wanneer hij maar het vermogen bezat. Dit vermogen moeten bergen als de Merapie en Danaoe in eene zeer hooge mate bezeten hebben, daar zij veel meer in de hoogte groeiden, dan alle overige bergen op Sumatra. Vooral de Merapie met zijn breeden voet steeg met zulk een vaart en zoover in de wolken, dat hij gemakkelijk over alle overige bergreuzen kon heen zien en dus de