is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

163

in zijne functiën èn van Gouvernements Commissaris voor Bandjermassin èn voor Atjeh zich niet zoo schroomvallig getoond, om een greep te doen in bestaande rechten, en om eeuwen heugende vorstenhuizen op te doeken?

Bij eventueele troonsbestijging van den tegenwoordigen kroonprins zal men die eerbiedsbetuigingen moeten verminderen en wijzigen, zoo men ze niet in eens kan- of durft af te schaffen, want in de oogen van niet ingewijden, getuigen ze van onderdanigheid van het Nederlandsch Indische Gouvernement aan de vorstenhuizen van Soerakarta en Djocjokarta!

Ware men er toe bij machte, en eenmaal moet het er toch toe komen om hier te doen wat men zoo vreedzaam op Madura, met de Sultans van Madura en van Sumanap deed, en wat ons ook doet denken aan de opheffing in der tijd der Sultanaten van Bantam en van Cheribon, zoude dit nog wel, voor vorsten, prinsen en volk de meest gewenschte oplossing zijn, want de grondvesten dier rijken blijken hoe langer zoo meer wrak te worden, en moeten die troonen toch, 't zij wat vroeger of wat later, door wanbestuur en onmacht en ouderdom, van zelve invallen. De macht toch welke die vorsten uitoefenen ontleenen zij aan ons gezag, 't is dus een toestand van halfheid, die gepaard gaat aan gradueele achteruitgang, en erg ziekelijk is, en dus het beginsel van ontbinding in zijn eigen boezem reeds ronddraagt.

Van gezonde politiek getuigt het, dat men den val voorkomt opdat niemand onder de puinhopen bedolven rake; beter nog, dat men eene vreedzame ontbinding voorbereide!

Menige goede maatregel, die in he t welzijn van het volk is, en door het Gouvernement gewild wordt, stuit af op onwil' of onverschilligheid van den Vorst, die feitelijk bestuurder van het Rijk is, omdat alle dergelijke maatregelen niet altijd in het voordeel van Vorst en Rijksgrooten zijn. Passieve tegenstand is in dergelijke gevallen het sterkste wapen, dat tegen onze goede bedoelingen, om den toestand van den kleinen man te verbeteren, steeds met vrucht wordt aangewend.