is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166

Van hetzelfde inkomen waarvan vroeger het hoofd des gezins de zijnen onderhield, wordt bij zijn sterven y, of l/3 afgenomen, en met het resteerende moet diens opvolger, denzelfden staat voeren en dezelfde rang en titel ophouden als de overledene ; de hommagebetuigingen, alias geschenken, die hij den Vorst op zijn tijd moet aanbieden, blijven niet alleen dezelfde, neen, ze vermeerderen enorm ; ieder huwelijk van 's Keizers vele kinderen, iedere besnijdenis kost geschenken; en kan de titularis dien last niet meer dragen — dit is bij velen reeds het geval — dan is de bevolking zijner apanage, de bron waaruit alles gehaald wordt; is die apanage reeds verpacht aan Europeanen, dan wordt leening op leening gesloten op de pacht, die alreeds zoo klein mogelijk gesteld is, omdat door hem veelal eene groote boekti gevraagd en ook door den huurder aan hem betaald en reeds voor langen tijd verteerd is, of er wordt geleend tegen woekerrenten bij deu Chinees, of ook indien de apanage nog niet verpacht is aan Europeanen, of niet in de termen valt van aan dezen verhuurd te kunnen worden wegens te verren afstand of onbruikbaarheid der gronden, en de bevolking niets meer heeft om te geven, dan wordt er ook wel eens een gegoed inlander gevonden, die voor eene zekere som geld de apanage voor een groot aantal jaren koopt — er zijn voorbeelden van 75 jaren -- als wanneer armoede, den apanagehouder, zonder apanage, voor de deur staat, want dan is de bron voor hem uitgedroogd, waaruit men het dagelijksch onderhoud voor het gezin putte.

De gevolgen daarvan zijn : ketjoe, moord, roof en diefstal. De Keizer betaald zelfs zijne politiedienaren niet of bijna niet, die leven dus op kosten van ongelijk. De hoofden hebben echter het middel gevonden, om zich te defroieeren, en steken zeer eenvoudig in hun zak de ƒ20 per djoeng gronds, die aan den Keizer moet worden opgebracht voor het onderhoud der groote wegen, die dus natuurlijk niet onderhouden worden, of de arme bevolking moet het kosteloos doen.