is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

190

het reglement heeft geplaatst en van geen gouvernementscontract, noch datum van bekrachtiging door den GouverneurGeneraal wil weten, wanneer het gelden gronden die men rechtstreeks van hem inhuurt, en waarin hij zich houdt aan den Javaanschen datum, en met dag en datum daarin omschrijft, wanneer het huurcontract expireert?

En toch bekrachtigd het Gouvernement die Keizers-piagems, geheel en al berustende op de oude hadat, echter in strijd met reglement van landverhuur, Staatsblad 1856 n°. 116, dat deze exceptie niet huldigt.

Men vergete niet dat alle piagems datums dragen naar volgens de Javaansche tijdrekenkunde, terwijl de gouvernementscontracten, de Hollandsche tijdrekenkunde volgen, die verre van algemeen bekend is bij den Javaan.

Daardoor heeft hij bijna één jaar schade op de twintig, omdat twintig Hollandsche jaren bijna een-en-twintig Javaansche jaren bedragen.

De herleiding dier datums liet de Javaansche geapanageerde over aan de eerlijkheid en de meerdere kennis van den Europeeschen landhuurder en verifiëerde den piagem met het contract niet, iets wat hem later buitendien nog onmogelijk gemaakt werd, door eene groote overstrooming, ik geloof in 1863, bij welk desaster de meeste piagems en contracten verloren gingen.

De Europeesche landhuurder, echter, die zijne papieren secuurder bewaarde dan den inlander, was in het bezit der duplicaten gebleven doch vertoonde bij opvrage alleen het contract, nimmer den piagem, et pour cause.

Ten gevolge van den enormen omslag die de Eegeering gemaakt heeft om van haar toestemming te erlangen tot het in onderhandeling treden voor inhuur van gronden en de onmogelijkheid om zich daaraan te houden, maakt dat niemand zich daaraan houdt, en dat men inhuurt volgens de Javaansche manier.

Men onderhandelt zonder voorafgaande gouvernements goedkeurig of toestemming, men huurt in, neemt dadelijk in