is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

191

bezit, en dit alles op den eenvoudigen Javaanschen piagem, die men bewaart tot men er meerdere bij eikanderen heeft (eene onderneming bestaat dikwijls uit honderd verschillende inhuringen) tot het der moeite waard is om er een landlandmeterskaart van te maken, en vult dan eerst den datum in op de gonvernementscontracten na alvorens de toestemming der Eegeering gevraagd te hebben om in onderhandeling te mogen treden met den eigenaar over inhuur zijner gronden. (N.B. welke gronden men reeds feitelijk 2, 3 en meer jaren in exploitatie had!) Een vroegeren datum dan die van het besluit waarbij die toestemming verleend wordt, mogen de contracten natuurlijk niet voeren!

Behalve het verlies zoo even genoemd van een klein jaar voor verschil in tijdrekenkunde, verliest de man die voor 20 jaren verhuurde, dus ook nog die 2, 3 of meer jaren, zoo niet meer, voor verschil van datum van piagem en contract, omdat de officiëele datum die van het contract is, en dat alles omdat het Gouvernement geheel en al nutteloos en doelloos een contract heeft in den plaats gesteld voor den Javaanschem piagem, eene bepaling die niet na te leven is, terwijl van vroeger af den piagem steeds heilig werd nageleefd.

De gevolgen daarvan lieten zich dan ook niet lang wachten, want zij die b.v. in 1850 hunne gronden voor 20 jaren verhuurden, kwamen zich reeds in 1865 of '66 voor huurverlenging aanmelden, doch werden deerlijk teleurgesteld teruggezonden, onder vertoon van het gouvernementscontract waaruit bleek dat ze eerst 4 jaren later, dus 1854 enz. door de Eegeering waren bekrachtigd, dus toen pas ingingen.

Aangezien bijna alle ondernemingen van landbouw die 20 en 30 jaren geleden werden opgericht, reeds meermalen van eigenaren dier huurrechten verwisselden, zoo waren de eigenaren tot wien de apanagehouder zich wendde, om huurverlenging te erlangen niet meer degenen die de primitieve contracten sloten, en dus niet debet aan de gepleegde onjuistheden,