is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

223

verscheiden goede hoedanigheden, welke door vele, zoo niet alle, andere Afrika-reizigers miskend worden; kortom overal legt hij er zich op toe, om dit volk te verheffen, dat van God en van de menschen verlaten scheen.

„ Zelfs wanneer men het karakter van Livingstone met alle zorg ontleedt, daag ik, wie ook, uit, er een gebrek in aan te wijzen. Is hij zeer gevoelig, hij is het omdat hij zulk een verheven gemoed en zulk een edelen inborst heeft; niets stemt hem droeviger dan dat men zijne goede bedoelingen in twijfel trekt of hekelt. Hij is boven alles een vriend der reine, ongekunstelde waarheid. Al wat hij op aardrijkskundig en wetenschappelijk gebied in Afrika ontdekt, teekent hij met de grootste zorg op en kan hij zich soms over zekere geografische vraagpunten betreffende Midden-Afrika vergist hebben, hij is van den anderen kant ook een man, die nooit eene billijke terechtwijzing verwerpt. Op dat gebied houdt hij aan geene dogma's vast en is de man niet die zich voor onfeilbaar gelooft. Hij eischt echter van hen, die hem alleen met afgetrokken theoriën voor den dag komen, om zijne stellingen te betwisten, bewijzen die op stellige en bekende feiten en toestanden berusten. Hij wilde noch kon ooit ernstige vraagpunten over de aardrijkskunde van Midden-Afrika met zekere kabinet-geografen bespreken, die zich in het minst niet verplaatsen kunnen in de geheel nieuwe toestanden, waarin de Afrika-reiziger als 't ware voortdurend verkeert. Wat nu in het bijzonder Livingstone's ontdekkingen betreft, zoo vind ik ze nergens in tegenspraak met hetgeen mannen als Burton, Winwood Eeade enz., van hunnen kant, vastgesteld hebben. Het laat zich dan ook licht begrijpen, dat het voor een man als Livingstone niet aangenaam is, te moeten zien, dat zekere halfgeleerden, die voor niets verantwoordelijk zijn en alleen hun ingebeelde theoriën op geografisch gebied willen doordrijven, dat zulke lieden zijne landkaarten wijzigen, soms geheel en al bederven, terwijl zij zich op geen enkelen anderen Afrikareiziger kunnen beroepen, om hunnen onzin te staven.