is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

231

hem de onderscheiding ten deel als lid en secretaris te fungeeren in de commissie, die de eerste wettelijke regeling van het mijnwezen in Nederlandsch Indie heeft ontworpen en waarvan het gevolg is geweest dat althans een aanvang kon gemaakt worden met de ontginning van delfstoffen door particuliere ondernemingen.

Karakteristiek voor den tijd, waarin Canter Visscher in Indie het land diende, is zijn wedervaren met het register of klapper, het eerste dat ook weder van zijne hand op de NederlandschIndische Staatsbladen verschenen is. Gedurende eenige maanden non-actief te Batavia zijnde, verdroot hem het wachten in ledigheid door te brengen en vervaardigde hij dien eersten wegwijzer in den doolhof der Indische wettelijke bepalingen. "Wel verre dat de Indische regeering dien arbeid waardeerde, zooals zij thans iedere poging om hare ambtenaren de kennis der wetgeving gemakkelijk te maken, met welgevallen ziet en zooveel mogelijk ondersteunt, werd hij van hooger hand met een zeker misnoegen beloond. Hij had zich bezondigd aan het op straat brengen van het geheim van Isis. Het was nog de tijd, door Thorbecke zóó juist gekenschetst, dat do Indische aangelegenheden beschouwd moesten worden als eene hemelsche mechaniek, waarvan het slechts aan weinigen geoorloofd was de wetten te kennen.

Het open en warm gemoed van Canter Visscher voor de openbare aangelegenheden, deed geen afbreuk aan de voorbeeldelooze zorgen, die hij wijdde aan de opvoeding zijner eenmaal talrijke kinderen. Helaas ! hij had de weemoedige ervaring zoo vaak weggelegd voor de zoogenaamde bevoorrechten onder ons, die een hoogen leeftijd mogen bereiken, schier al de zijnen te verliezen, soms onder bijzonder smartelijke omstandigheden, wanneer zij den mannelijken leeftijd bereikt hadden, zich door hunne capaciteiten onderscheidden en nog eene veel beloovende toekomst voor zich schenen te hebben. Hoe diepe wonden deze sterfgevallen in zijn vaderhart sloegen, toch droeg Canter Visscher alle wederwaardigheden met stille gelatenheid. Oprecht