is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

288

heeft, op dien toen reeds een dertigtal jaren geleden van Pontianak verbannen Arabier, Sjarif Abdoel Eachman, die van den resident Gronovius verlof had verkregen, om op Soemba verblijf te houden. Dat de resident, met juist bij dien gerelegeerde aan te kloppen, wat men wel eens noemt, bij den duivel te biecht kwam, zal een ieder inzien, die weet, dat deze Arabier, getrouwd met een dochter van het opperhoofd van alle Endehnezen op Soemba, een groote invloed zich had weten te verwerven, en de belangrijkste tusschenpersoon was geworden in den slavenhandel, welke toen nog tusschen Soemba en Endeh op groote schaal werd gedreven. Doortrapt en listig als zoo velen van zijn stam, had hij zich tijdens het verblijf van den controleur Roos, voor 't oog van elk aandeel in dien trafiek weten te Onthouden, waarvan hij echter ook toen zelfs nog in werkelijkheid de ziel was. Dat ook deze gezant van den resident onverrichter zake terug kwam, zal dan ook wel geen nadere toelichting meer behoeven.

Doch wij vatten den draad van het koloniaal verslag weder op. „ Soemba telt voor zoo veel bekend, 32 van elkander onafhankelijke rijkjes, met 11 van welke in vroegeren of lateren tijd door het Nederlandsche bestuur verdragen zijn gesloten. Over 't algemeen laat echter ook daar de erkenning van ons gezag veel te wensehen over. Zelfs moeten een tweetal dier staatjes, kort voor de bovenbedoelde tuchtiging van Bata-kapedoe, met den radja zamen gespannen hebben om de Savoenesche kolonisten, die zich indertijd op Soemba, nabij Kabaniroe, hadden nedergezet, zoowel als de beide controleurs, van het eiland te verdrijven, een plan dat thans geheel in duigen is gevallen."

Dat het voorval te Melolo, toen nog altijd zijne schadelijke invloed niet had verloren, komt ook hierdoor dus weder duidelijk aan 't licht. De overtuiging, dat men den vertegenwoordiger van de Nederlandsche regeering ongestraft kon beleedigen, was nog altijd niet feitelijk en op voor Soemba begrijpelijke wijze wederlegd. Een betrekkelijk groote expeditie was eerst nog