is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

289

noodig om dien schadelijken indruk uit te wisschen, zooals dit ook uit den loop der verdere gebeurtenissen zal blijken. „Een der stijfhoofdigste radja's, die van Lewa (Soedoe) was tijdens 's residents aanwezen te Kabaniroe, derwaarts gekomen, verklarende het van ouds bestaande vriendschapsverbond te willen vernieuwen. Na hem zijne verplichtingen voorgehouden te hem, is hem door den resident eene acte van bevesting uitgereikt, waarin onder anderen is opgenomen de vooraf onder eede door hem afgelegde verklaring van te zullen nakomen alle bevelen, die hem namens het Nederlandsch Indisch Gouvernement zullen worden gegeven."

Uit het koloniaal verslag van het volgende jaar ('76) blijkt dat nog drie radja's, het voorbeeld van den radja's van Lewa volgende, ook het verlangen hadden te kennen gegeven om een verbond van vriendschap en vrede met de Nederlandsche regeering te sluiten. Het waren de radja's van Kapoendoek, Anamboro en Palamalambo, aan de toenadering, van welke laatste vooral nog al beteekenis moest worden gehecht, daar hij door zijn afkomst, zoowel als door zijn rijkdom en de uitgestrektheid van zijn gebied, dat zich ook over een groot gedeelte van de Zuidkust uitstrekt, als het machtigste hoofd van Oost-Soemba moest worden beschouwd. De gevluchte radja van Bata-kapadoe was toen echter, in strijd met de verwachting, nog altijd niet in onderwerping gekomen. Dat de indruk, welke het optreden tegen dien vorst had teweeg gebracht, niet de gewenschte gevolgen had, bleek reeds dat zelfde jaar uit berichten die in Maart te Koepang werden ontvangen en waaruit duidelijk was op te maken, dat de veiligheid en orde, eer achter- dan vooruitgaande waren, en dat de Arabier Sjarif Abdoel Bachman in vele euveldaden de hand had. Dadelijk na het ontvangen dezer berichten had de resident zich met een gewapende kruisboot naar Soemba opweg begeven, doch het jaargetijde bleek te ongunstig om van Koepang uit, dat eiland te bereiken, zoodat dan ook de resident, van een verloren reis, op zijn standplaats terugkeerde.