is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

294

in 't werk gesteld, door het aantal gewapende kruisbooten in de residentie Timor van 3 op 4 te brengen en dat vierde vaartuig nu in de wateren van Endeh te stationeeren, ten einde, zegt het verslag met toepassing der op het stuk van slavenhandel bestaande bepalingen tegen dien verboden handel te waken. En om in deze aangelegenheid nu ook verder niet in verzuim te zijn, liet de regeering den vorsten van Lombok en Soembawa aan het verstand brengen, dat ook zij van hun zijde maatregelen behoorden te nemen, om dien trafiek zooveel maar mogelijk te keeren.

Liet zich de stand van zaken op Endeh niet gunstig aanzien, uit het koloniaal verslag van bet volgende jaar (1878) zou blijken, dat de herhaalde bezoeken van den resident in den stand van zaken op Soemba, langzamerhand eenige verandering ten goede hadden te weeg gebracht. Alléén de verwijdering van den Arabier Sjarief Abdoel Eachman, zou reeds een niet onbelangrijke verbetering ten gevolge hebben gehad. Intusschen was het niet te ontkennen dat het aanwezig zijn van vele vreemdelingen, waaronder een tal van Endeneezen, zoowel op de hoofden als op de bevolking, een verderfelijken invloed bleef uitoefenen. Waren het in vroegere jaren de Endehneesche atangai's of rijksgrooten, Bari Noen' en Kaaiwobo, die door hunne geweldenarijen veel schrik om zich heen hadden verspreid, nu was het weder een ander Endehneesche gelukzoeker, zekere Mana of Manipa, die met een dertigtal volgelingen zich herhaaldelijk aan roof en brandstichting schuldig maakte. Ook in den jongsten tijd zou deze met zijn aanhang eenige gevoelige neerlagen hebben geleden, waardoor zijn aanzien en dat zijner volgelingen aanmerkelijk moet zijn gedaald, maar door wien zij zijn toegebracht, evenmin als waarin ze bestaan hebben, wordt in het verslag niet nader uiteengezet. Op gelijke wijze als reeds te Endeh, en nu ook op Lombok en Soembawa had plaats gehad, bracht de resident bij zijne herhaalde bezoeken aan Soemba ook den radja's aldaar onder het oog dat ook zij, wilden zij zich het ongenoegen van de regeering niet op den