is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

295

hals halen, van den handel in slaven zich hadden te onthouden en den in- en uitvoer van oorlogsbehoeften zooveel maar mogelijk behoorden tegen te gaan.

Met de radja's van Endeh, Larantoeka en de Solor-eilanden, die gezegd werden op een hooger standpunt van ontwikkeling te staan, werden bovendien nog schriftelijke overeenkomsten in hooger bedoelden zin getroffen, die almede de strekking hadden om de trapsgewijze opheffing der pandelingschap te bevorderen. Bij die gelegenheid gaf de radja van Endeh zelfs een blijk van goeden wil, door namelijk twee zijner onderhoorigen, die kinderen hadden geroofd met het doel ze als slaven te verkoopen, uit te leveren en de kinderen weder de vrijheid terug te geven. Dat hiermede zijne onderhoorigen niet gediend waren, zoude dan ook reeds spoedig blijken uit het nu tegen dien vorst zich voordoende verzet. Inzonderheid kwam dit uit in de kampong Maoenoera (Tonggo), toen de posthouder van Endeh, met een gewapende boot aldaar een onderzoek kwam instellen, naar een nieuw geval van menschenroof dat zich daar weder zou hebben voorgedaan. De houding die de bevolking van Maoenoera toen al dadelijk aannam was zoo dreigend, dat deze ambtenaar het ongeraden achtte hiermede voort te gaan. Hiermede was dan nu ook de laatste kans om tot een vreedzame oplossing te geraken, verkeken. Wel begaf zich de resident met het oorlogstoomschip Sumatra zelf nog naar Maoenoera, om de uitlevering van de schuldigen te eischen en werd hen ook nu nog bedenktijd gelaten, maar zooals wij dadelijk zullen zien, zonder goed gevolg.

De staat van zaken te Maoenoera had zich op de volgende wijze ontwikkeld. Op het vernemen van het bericht te Ambagaga (standplaats van den posthouder) dat de bewoners van kampong Maoenoera in oorlog waren met die van kampong Mangaij, en vijf man gevangen genomen en twee gedood hadden, was de posthouder dadelijk met de kruisboot naar eerstgenoemde kampong vertrokken. Aldaar aankomende