is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

347

ring van Batavia in 1756 't jargon van die dagen te spreken — er het recht van eigendom te conserveeren.

En wat staat Timor thans te wachten, nu door de liberale partij zelve een gouverneur-generaal naar Indie is afgevaardigd, om er zijn programma van regeeringsbeleid in toepassing te brengen, waarin de wereld als van de daken officieel wordt verkondigd: dat Nederland met het besturen van Java en Sumatra reeds meer hooi op den vork heeft genomen dan het dragen kan?

Vooral met het oog hierop zien wij dan ook de toekomst niet alleen van Timor maar van geheel Nederlandsch Indie met groote bezorgdheid te gemoet.

Wat het geschil op Adanore intusschen aangaat, hierin is voor 't oogenblik de dood bemiddeld tusschen beide getreden. In het laatste koloniaal verslag ('84) dat wij nog hebben kunnen inzien, lezen wij dien aangaande nog het volgende: „Op Zuid-Adonare mocht het, nadat het woeste berghoofd Samara overleden was (zie het verslag van 1882, blz. 25), den resident gelukken een soortgelijk geschil tusschen strand- en bergbewoners voor goed bij te leggen."

Het geschil waarop hier gedoeld wordt is dat tusschen de strand- en bergbewoners op Oost-Flores, waarop wij enkele bladzijden vroeger ook reeds hebben gewezen.

Men ziet het; zelfs de vale Thanatos heeft zijne medewerking niet willen verloochenen! Zou het mogelijk zijn een schitterender bewijs bij te brengen ter rechtvaardiging van de door de heeren De Waal en Van Bees aangeprezen staatkunde van onthouding, nu ook zelfs die vorst van het schimmenrijk, in dit groote en gewichtige koloniale vraagstuk, zoo onomwonden de partij van beide bondgenooten heeft gekozen.

Nu nog tot besluit een enkel woord over de afdeeling „ Botti en Savoe." In twee onderafdeelingen gesplitst, ontleent zij even als deze ieder in 't bijzonder aan de hoofdeilanden,