is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

368

gevorderd. [NB. Dit is wat men noemt een wassen neus, want vóór men de vergunning vraagt, is de huur-overeenkomst altijd reeds gesloten.

Ziehier hoe de inhuur van gronden steeds is geschied: Wanneer iemand gronden wil inhuren, dan doet hij dat zeer geheim, om concurrentie te voorkomen. Hij bespreekt dus eerst de zaak met den eigenaar, na zich vooraf zooveel mogelijk van uitgestrektheid, vruchtbaarheid, waterrijkdom, bevolking etc. overtuigd te hebben.

Wij zeggen: zooveel mogelijk, omdat b. v. geen eigenaar opmeting van gronden toelaat, vóór hij van den verhuur zeker is, en een gedeelte van de Bekti ontvangen heeft.

Is dat gebeurd, dan geeft hij zijn' Pïagem, volgens de hadat voor hem het eenig verbindend stuk, waarin hij niet spreekt van verhuren maar van overdracht zijner rechten als Loer ah, (baas — meester — eigenaar) tegen zekere verplichtingen, voor de tijdelijke overdracht dier rechten.

De huurder komt dan te staan in de verhouding van Bekèl (een aan den eigenaar ondergeschikte beheerder), tot den Loerah, aan wie hij verplicht is hommage te brengen, waarvan echter in het contract, dat door den Resident bekrachtigd wordt, niets vermeld staat.

Heeft de huurder eenmaal dien Pïagem in handen, die men eerst aan den Rijksbestierder van den Keizer laat zien en goedkeuren, dan worden dadelijk de gronden overgegeven en overgenomen, en dan eerst begint men toestemming te vragen aan den Resident, om in onderhandeling te mogen treden met den eigenaar, over huur zijner gronden.

Krachtens deze usance, is die geheele formaliteit een wassen neus, zooals wij zooeven zeiden. Waarom niet eenvoudig bepaald:

„Ieder die tot huur van gronden gerechtigd is, kan alle „voorbereidende maatregelen nemen tot inhuur, en wanneer „onder nadere Gouvernements goedkeuring die inhuur be„ werkstelhgd is, zal alvorens die gronden overgenomen kunnen