is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

169

groot worden als vroeger; en hetgeen nu een nadeel voor ons is, kan dan wellicht een groot voordeel worden. Wanneer toch ten gevolge van de meerdere vraag naar ambtenaren weder een groot aantal jongelieden zich voor den Indischen dienst gaat voorbereiden, dan mag met grond verwacht worden, dat de stroom zich beter dan tot nu toe zal verdeden. Maar er is nog een punt dat men niet te licht mag tellen. De heer Juta heeft ons voorgerekend, dat wij eerst vier jaar na de opheffing der Instelling geene uitgaven te dier zake meer te doen zullen hebben; maar dan is ook zeker de tijd weder sedert lang daar, waarin wij mogen verwachten, dat de bloei onzer Instelling zich weder zal kunnen herstellen, door de grootere behoefte aan Oost-Indische ambtenaren. Juist tegen den tijd dat wij de vruchten zullen kunnen plukken van onze opofferingen, zullen wij al wat tot nu toe is gedaan, geheel waardeloos hebben gemaakt.

Heel veel behoef ik hier niet meer bij te voegen. Wij staan voor eene gewichtige beslissing, 't Is door den heer Was zeer juist aangetoond, dat Leiden haren roem en bloei altijd te danken heeft gehad aan hare Universiteit en aan hare andere inrichtingen van Onderwijs, en voornamelijk sedert de Universiteit eene instelling is geworden, die aan de verwachtingen beantwoordt, welke de stichter er van gekoesterd heeft. Ik zou het dus diep betreuren, wanneer de Gemeenteraad van Leiden om een wel beweerd, maar niet bewezen financieel voordeel goed kon vinden eene Inrichting op te heffen, waaraan de voorstellers zeiven eene groote innerlijke waarde toekennen; en wanneer de Baad dat besluit nemen mocht, en wij zien dientengevolge de éminente geleerden, die aan onze Instelling verbonden zijn, Leiden verlaten, dan twijfel ik niet of er zal een tijd komen, dat ieder, die het wel meent met onze Gemeente en met onze Universiteit, dat besluit diep zal betreuren, en zij die er toe hebben medegewerkt, zullen, dan te laat, er berouw over gevoelen, dat zij eene dergelijke inrichting hebben vernietigd.