is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

19a

den, vereischt om ze aan haar doel te doen beantwoorden.

Ook de onmiddellijke aanvalling van het College van Curatoren over de Inrichting en de benoeming van den Hoogleeraar Mr. P. A. van der Lith tot Directeur der Instelling getuigen van de opvatting, dat deze thans voor goed bestendigd is en de toekomst met vertrouwen wordt te gemoet gegaan.

Wij kunnen ons overzicht van hetgeen te dezer gelegenheid, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, werd verhandeld niet eindigen, zonder onze ingenomenheid met den einduitslag te betuigen. Nu de Rijksregeering zich niet verplicht acht voor de opleiding harer Indische ambtenaren eene flinke rijksinstelling in het leven te roepen, zouden wij het in hooge mate betreurd hebben indien de Leidsche Inrichting ware opgeheven. Men zou dan voor die opleiding slechts ééne gemeentelijke inrichting hebben behouden en dit zouden wij niet in het belang achten dier opleiding. Nu de zaak door de Rijksoverheid is losgelaten, moeten er minstens twee inrichtingen zijn waar de opleiding kan geschieden en moet de Commissie van examen worden samengesteld uit een gelijk aantal leeraren van beide inrichtingen. In den onderlingen wedijver van beide instellingen is dan een waarborg te meer gelegen, dat de opleiding goed en doeltreffend zal zijn; een waarborg tegen eenzijdigheid en traagheid, dien men zou missen indien de opleiding slechts aan eene enkele inrichting kon plaats hebben.

Uit deze beschouwing blijkt hoezeer wij niet voor een enkele inrichting, maar voor beide pleiten. Alleen hopen wij dat in de eerste jaren de toevloed der leerlingen zich meer naar Leiden moge richten opdat er meerdere evenredigheid kome in het aantal der aan beide instellingen studerende jongelieden. Wij achten dit wenschelijk om de volgende reden. Thans is het aantal studerenden aan de Leidsche Inrichting nog gering; het onderwijs kan er als het ware met privaat onderwijs gelijkgesteld worden. Aan de Deïftsche Inrichting daarentegen is het aantal te groot en het onderwijs moet er

13